Plus

Korthals Altes: 'Film De Heineken ontvoering was te ver van de waarheid'

In de jaren tachtig was het ontvoeren van vermogende kopstukken een criminele trend. Voormalig VVD-minister van Justitie Frits Korthals Altes onthult er fascinerende verhalen over.

Oud-minister Frits Korthals Altes Beeld Marco Bakker/Lumen
Oud-minister Frits Korthals AltesBeeld Marco Bakker/Lumen

Frits Korthals Altes negeerde jaren alle suggesties om een biografie te schrijven. Terwijl de 85-jarige politicus in zijn periode als minister van Justitie in kabinet-Lubbers I en II (1982 tot 1989) toch te maken kreeg met diverse ontvoeringen van prominente Nederlanders. De speelfilm De Heineken ontvoering in 2011 hielp hem over de drempel.

"Die was wel zo ver van de waarheid af, dat ik dacht: dit wordt te gek. De politie was niet eens geraadpleegd. De ontvoerders zijn geromantiseerd en het ongelooflijke leed van de ontvoerden is onderbelicht gebleven in de publiciteit. Heinekens chauffeur Doderer heeft nooit meer naar behoren kunnen functioneren; zijn leven was verwoest."

Werkelijkheid
"Heineken kon zichzelf redden, maar die beveiliging kan niet iedereen betalen. Toen dacht ik: de werkelijkheid mag ook verteld worden. Dat had in College tour aan de orde mogen komen toen een van die boeven daar zijn verhaal mocht doen. Ik dacht: waar zijn we hier mee bezig?"

Zo ging het toen: "Ik werd op 19 maart 1980 gebeld door ene De Haan, die er waarschijnlijk van uitging dat ik wist dat hij directeur van de Binnenlandse Veiligheidsdienst (BVD) was. Ik zou die avond naar Grand Gala van het Geweld gaan in Frascati. De Haan gaf mij het dringende advies niet te gaan, omdat de kraakbeweging plannen had om mij te ontvoeren."

Maar u ging toch. Waarom?
"De VVD was niet populair bij de kraakbeweging, maar het leek me een onwaarschijnlijke dreiging. Ik betwijfelde ook of De Haan wel van de BVD was. Tweeënhalf jaar later was ik minister van Justitie en legde Pieter de Haan mij uit wat ze die avond gedaan hebben."

"Politiemannen in burger stelden vragen tijdens dat gala. Ze maakten zich bekend met 'en ik werk bij de politie'. Dat was om degenen die de ontvoering beraamd hadden te laten merken: we hebben jullie in de gaten. Het was een verstoring van een beoogd misdrijf. Ik vond het wel gek, maar ik heb nooit gedacht dat het iets met mij van doen had. Achteraf zeg ik dat ik dat heb onderschat. Het is gelukkig goed afgelopen."

U kreeg te maken met de ontvoering van Toos van der Valk (1982), Gerrit Jan Heijn (1987), en Freddy Heineken met zijn chauffeur (1983). Hoe zwaar is het als minister om in zulke situaties te moeten beslissen over leven en dood?
"Heel zwaar. Bij Toos van der Valk hadden we de boodschapper van de ontvoerders in het vizier. Ik moest beslissen of we hem zouden arresteren, terwijl Van der Valk nog niet was vrijgelaten."

"Losgeld was betaald, ze moest worden vrijgelaten, maar dat was nog niet gebeurd. Dat is een spannend moment, haar leven stond op het spel. Om twaalf uur 's nachts, was mijn opdracht, moest de Duitse politie hem arresteren. Het bericht dat ze vrij was, kwam om tien over half 12. Dat was een enorme opluchting."

U moest nachtzichtapparatuur lenen om de ontvoerders van Heineken te kunnen volgen.
"Een dure aangelegenheid van 100.000 gulden, voor één nacht van de Britse politie gehuurd. Er werd in die tijd fors bezuinigd, maar ik vond dat we het moesten doen. We hadden de ontvoerders het hele traject kunnen volgen."

"Maar op het moment suprême ging het mis. De gyroscoop waarmee de camera aan de helikopter was bevestigd, schoot los en was niet meer te besturen. De camera staarde doelloos het nachtelijke landschap in. Ik dacht: zodra ik geld heb, kopen we zelf nachtzichtapparatuur."

U belde met koningin Beatrix om te vertellen dat Heineken en Doderer waren bevrijd.
"Bij de ontvoering van Heineken wist ik dat de koningin de familie goed kende. Ik heb ervoor gezorgd dat zij eerst in kennis werd gesteld over de ontvoering, voordat het naar buiten kwam. En toen hij was bevrijd, vond ik het wel aardig om haar dat zelf te vertellen."

Twintig jaar later, op 15 april 2003, werd Korthals Altes door koningin Beatrix benoemd tot informateur - samen met Rein Jan Hoekstra - met de opdracht om de mogelijkheden te onderzoeken van een meerderheidskabinet. Dat werd het kabinet Balkenende-II.

Is het juist dat de Tweede Kamer de koning op een zijspoor heeft gezet in de formatie?
"Mijn bezwaar is dat het in strijd is met het systeem van onze Grondwet. Die kent heel uitdrukkelijk een regering bestaande uit de koning en de ministers. Bij de totstandkoming van een nieuw kabinet heeft de koning een functie. Hij wijst een informateur of een formateur aan. Nu heeft de Tweede Kamer haar eigen interne dienstregeling, het Reglement van Orde, aangepast en gezegd: de Tweede Kamer doet het voortaan zelf. Dat is heel onordelijk."

Hoe kijkt u naar het voorzichtige geschuifel van politiek leiders om een kabinet te vormen?
"Wat mij stoort bij deze formatie: partijen zijn er beducht op om te gaan regeren, want dat zou slecht kunnen uitkomen bij de raadsverkiezingen van 2018. Eerst hadden we de calculerende burger, maar nu hebben we de calculerende partij. Maar je doet het niet voor partij. De partij is het middel waarmee je zegt: ik wil op die manier richting geven aan de ontwikkeling van mijn land. Dat heeft te weinig accent."

Frits Korthals Altes: Zeven politieke levens. Uitgeverij Boom, € 39,90

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden