Plus PS

Koninklijke Hollandsche Lloyd: Koffie in zicht!

Honderd jaar geleden opende de Koninklijke Hollandsche Lloyd een koffiehuis op de Oostelijke Handelskade. De officieren van de luxe rederij, die straatarme Oost-Europeanen naar Brazilië vervoerde, dronken er stiekem hun neut.

Rond 1920: gebouw van de Koninklijke Hollandsche Lloyd op de Oostelijke Handelskade. Op de achtergrond stoomschip Gelria. Beeld Stadsarchief

Degelijke nieuwbouw voor de gegoede stedelijke burger, een winkelcentrum en brave koffietenten als ­Anne&Max bepalen het straatbeeld op de Oostelijke Handelskade. Weinig herinnert aan de straatarme Oost-Europeanen, die hier begin twintigste eeuw, frisgewassen en ontluisd, op doortocht naar Zuid-Amerika onderdak vonden.

Een tijd waarin de dienst werd uitgemaakt door oceaanstomers in plaats van bakfietsen en de keurige kade het terrein was van sjouwers en zeelui.

Aan de muur van restaurant De Nieuwe KHL hangt een ingelijst ruitje, met daarin een Nederlandse leeuw met zwaard en pijlenbundel gegraveerd: het wapen van de ­Koninklijke Hollandsche Lloyd (KHL).

"Een ­cadeau van een oude scheepskok van de KHL. Het zat in de deur naar de kombuis. Toen het schip waarop hij werkte zou worden gesloopt, heeft hij dit ruitje meegenomen," zegt Jan Krabben. Hij is met zijn broer eigenaar van het restaurant in het ­gebouw op de Oostelijke Handelskade, waar honderd jaar geleden het koffiehuis van de rederij opende.

Neorenaissance

In de voorste, chique zaal van dit koffiehuis konden de hogere regionen van de KHL-staf terecht voor kleine gerechten, bier en koffie. In het achterste gedeelte, waar snert met worst op het menu stond, konden de lagere rangen, zoals loopjongens en kruiers, nassen.

Sterkedrank mocht niet worden geschonken, maar daar bestond een oplossing voor. Officieren die om een neut verlegen zaten, liepen weleens de keuken in, met de ­mededeling dat ze naar 'het fornuis kwamen kijken'. Codetaal voor een jonge jenever, die ze dan ook kregen.

De kloeke gevels van het koffiehuis, het naastgelegen ontsmettingsgebouw en hotel zijn een merkwaardige mix van de Amsterdamse school en de neorenaissance. Ze vormden ­begin twintigste eeuw het visitekaartje van de KHL, die in 1908 was voortgekomen uit de zieltogende Zuid-Amerika Lijn.

Die transportlijn had zich beziggehouden met veevervoer uit Brazilië en ­Argentinië, maar een epidemie van mond-en-klauwzeer bracht de onderneming aan de rand van de afgrond. Daarna bleek personenvervoer op Zuid-Amerika een gat in de markt te zijn.

Goedkope arbeiders
Dat zat zo: in 1888 was in Brazilië de slavernij afgeschaft, waarna de nog jonge republiek op zoek ging naar goedkope arbeiders om de vele koffieplantages draaiende te houden. Ze werden overal ter wereld geronseld en door gecontracteerde rederijen naar Brazilië verscheept.

"Ze gingen de hele wereld over, tot Japan aan toe. Tot op de dag van vandaag hebben veel Brazilianen Japanse roots," zegt ­Mylène van Noort, cultureel ambassadeur bij het Lloyd Hotel.

De KHL stortte zich op Oost-Europa: agenten van de ­rederij verleidden vaak straatarme boeren uit Polen, Rusland en Roemenië met beloftes van gouden bergen in de Nieuwe Wereld. Per trein kwamen ze aan op het Centraal Station. Onder hen veel Joden, op de vlucht voor de pogroms en het ontluikend antisemitisme in Oost-Europa.

De gemeente Amsterdam wilde de paupers niet in de stad hebben en had daarom een spoor naar de Oostelijke Handelskade aangelegd, waardoor de landverhuizers uit de binnenstad werden geweerd. Ze verbleven, in afwachting van hun afvaart, in wat nu het Lloyd Hotel is.

'Het meest luxueuze landverhuizershotel ter wereld,' ­jubelden de ­Nederlandse kranten toen het hotel in 1921 werd geopend. Die luxe vertaalde zich ook naar de kosten van het hotel, die op Noord/Zuidlijn-achtige wijze uit de klauw waren gelopen. Bij de oplevering was het hotel acht keer zo duur uitgevallen dan aanvankelijk begroot. Luxueus of niet: mannen en vrouwen hadden aparte slaapzalen, met aparte trappenhuizen.

Ontluisd en ontsmet
De GGD maakte een film over het proces waar de landverhuizers, de hoopvolle glans nog in hun ogen, doorheen moesten. Na aankomst op de kade werden ze onder de douche gezet: destijds een behoorlijke noviteit. Daarna werden ze ontluisd.

Hun kleren werden in ovens ontsmet, waarna ze op slippers, in een badjas, hun tijdelijke verblijf betraden. "Het was niet de bedoeling dat ze de stad in gingen," aldus Van Noort. "Ze zaten min of meer gevangen in het hotel." Vanaf de opening in 1921 tot de sluiting in 1936 verbleven er duizenden landverhuizers in het gebouw.

Aan boord was het al niet veel beter: de migranten sliepen op het tussendek, zonder ramen, met op de niveaus boven en onder zich luxe passagiers die ook de overtocht maakten.

De dichter en schrijver J. Slauerhoff was scheepsarts voor de eersteklas bij de KHL en deed in zijn dagboeken verslag van het drankgelag en de verkleedpartijen ­aldaar. 'Maar,' zo schreef hij over de landverhuizers die op het tussendek muziek maakten en op hun plunjezakken sliepen, 'zij leven een waarachtiger leven.'

De Koninklijke Hollandsche Lloyd dankte zijn bestaan grotendeels aan Jan Wilmink. "Een branieschopper," zegt Mylène van Noort over de schoenmakerszoon uit Zwolle. "Hij had een haast Amerikaanse manier van doen, een selfmade man die binnen een paar jaar tijd was opgeklommen tot de top van het bedrijfsleven."

Vanaf het begin ­waren zijn ambities groot. Behalve een vervoerder voor berooide landverhuizers, moest de KHL ook een luxemaatschappij worden.

Wilmink liet het daarom niet bij het verbouwen van de voormalige veeschepen. Van Noort: "Enorme, luxe boten wilde hij hebben. Het kon niet op, zijn adagium was: ik hou niet van bezuinigen."

Een van de schepen was zo groot, dat het niet eens de haven van Buenos Aires in kon varen. "Ze moesten het dure porselein overboord gooien, om ervoor te zorgen dat het schip hoger kwam te liggen."

Molentjes en klompjes
De geldsmijterij van Wilmink, die ook een veel te duur kantoorpand op de Prins Hendrikkade liet bouwen, leidde ertoe dat hij in 1921 door de ondernemingsraad werd ­afgezet; hij trok zich daarna terug in Genua.

In de jaren die volgden, ging het bergafwaarts met de KHL, die in 1935 failliet ging. Het landverhuizershotel werd achtereenvolgens een vluchtelingenopvang voor ­Joden uit nazi-Duitsland, een gevangenis en een atelierruimte voor gevluchte kunstenaars uit Joegoslavië.

Uiteindelijk werd het gebouw eind ­jaren negentig in zijn oude grandeur hersteld, als cultureel hotel. 'Voorzien van koffiezetapparaat, gratis krant en de laatste snufjes op het gebied van communicatie,' schreef de Volkskrant erover in 1998.

In deze periode werd ook het koffiehuis herboren. In de tussentijd had zich daar een handelaar in Delfts blauw voor toeristen gevestigd, een knorrige oude man die Wanders heette en die naar de overlevering een breekbare boekhouder had, die hij voortdurend uitschold. Het pand was tot de nok toe volgepakt met molentjes, tegeltjes en klompjes.

Trees Jong en Richard Mosterd, die in de buurt kwamen wonen en allerlei ideeën hadden voor het koffiehuis, wisten zijn vertrouwen te winnen. Uiteindelijk lukte het, ­gesteund door een vereniging met oude en nieuwe ­bewoners van Zeeburg, om het koffiehuis in ere te herstellen. Er werden tango-avonden georganiseerd, literaire avonden met onder anderen een nog jonge Arnon Grunberg en optredens van de 'KHL-klezmerband'.

Vorig jaar namen de broers Krabben het café over en zag de Nieuwe KHL het licht. De Oostelijke Handelskade is sinds de jaren negentig enorm veranderd. De namen die voor de berooide landverhuizers zo'n glans hadden, weerklinken echter nog steeds: winkelcentrum Brazilië en ­appartementencomplex Nieuw-Argentinië.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden