Plus

Koninklijk bezoek was ondenkbaar in de beginjaren van het COC

Het jubilerende COC krijgt dinsdag bezoek van koning Willem-Alexander. Een wereld van verschil met zeventig jaar geleden, toen het COC nog de Shakespeare Club heette.

De Shakespeare Club in 1949. Oprichter Niek Engelschman zit geheel rechts. De tweede van links is ontwerper en binnenhuis­architect Benno Premsela Beeld Collectie Jan Carel Warffemius
De Shakespeare Club in 1949. Oprichter Niek Engelschman zit geheel rechts. De tweede van links is ontwerper en binnenhuis­architect Benno PremselaBeeld Collectie Jan Carel Warffemius

Bezoek van de koning? Ondenkbaar in de jaren van de Shakespeare Club, voluit de Wetenschappelijk Cultureel en Ontspanningsvereniging Shakespeare Club.

Opgericht in 1946 als keurige ontmoetingsplek voor homoseksuelen die in een bovenzaaltje aan de Leidsestraat naar een lezing of voordracht wilden luisteren, werd de club door de autoriteiten met grote aandacht en achterdocht bekeken.

'De homosexuele omgang werkt als een olievlek,' schreef officier van justitie Wassenbergh in een brief aan de procureur-generaal over de Shakespeare Club. 'Vergeten dient niet te worden, dat homosexuele omgang tot ongelooflijke perversiteiten leidt, welke aanleiding kunnen geven tot het plegen van lustmoorden.' Een verbod zou volgens de officier 'verhelderend werken op de psyche der homo-sexuelen.'

Stevige repressie
De leden van de Shakespeare Club moesten op hun tellen passen, oprichter Niek Engelschman voorop, vertelt Elise van Alphen, die vorige maand promoveerde op een onderzoek naar de ontwikkeling van de humanistische en homoseksuele beweging in Nederland tussen 1945 en 1980. "Homoseksualiteit was boven de 21 jaar niet verboden, maar er was wel degelijk sprake van stevige repressie."

Een van de maatregelen was de aanwezigheid van een agent in burger van de zedenpolitie op de bijeenkomsten van de Shakespeare Club met de speciale opdracht uit te kijken naar minderjarigen.

"De politie heeft zelfs nog onderzoek gedaan naar het werk van Shakespeare om zijn seksuele voorkeur te achterhalen," zegt Van ­Alphen. "In de hoop de vereniging wegens misbruik van zijn naam te kunnen verbieden. Maar ook dat leverde niets op."

De gewenste zwakke plek werd uiteindelijk gevonden in Levensrecht, het huisorgaan dat behalve keurige, en zelfs tamelijk saaie artikelen ook contactadvertenties bevatte. Ook daarin werden geen zwaar geschapen belhamels opgeroepen zich te melden, maar de annonces voor een oprechte vriend om mee te wandelen werden door de Commissie van Advies voor de ­Pornobestrijding toch gezien als zinnenprikkelend en aanstootgevend.

Besmet
In 1948 liet Engelschman weten de uitgave van Levensrecht te zullen staken, in de verwachting dat daarmee ook het gevaar voor de club zou
zijn geweken.

Een in dezelfde tijd verschenen schandaalverhaal in het Amsterdamse weekblad De Ochtendpost over de Shakespeare Club, zorgde voor veel onrust onder de leden. Ook wetenschappers en voordrachtskunstenaar werden huiverig om een bijdrage te leveren op bijeenkomsten. Van Alphen: "De naam was besmet geraakt."

In het voorjaar van 1949 werd de Shakespeare Club omgedoopt tot Cultuur en Ontspanningscentrum, en kwam het Levensbericht weer tevoorschijn onder de neutrale naam Maand­bericht.

Ook de tijden bleken veranderd. In veel grote steden ontstonden afdelingen met eigen onderkomens. "Er was nog steeds veel weerstand, met name uit de hoek van de katholieke kerk, maar dat zorgde ook voor strijdbaarheid binnen de vereniging."

Lobby
In haar proefschrift breekt Van Alphen een lans voor de bestuurders van het eerste uur. "In de geschiedschrijving van de homobeweging wordt deze periode vaak neergezet als de jaren van de schuilkelder: brave mannen die zo min mogelijk aanstoot wilden geven en zich in alle bochten wrongen om te kunnen blijven bestaan. Dat hardnekkige beeld is echt een keer aan verandering toe. Er was fatsoensdrang, maar dat hoorde ook gewoon bij hun tijd."

Want vanuit hun benarde positie ondernamen de pioniers wel degelijk allerlei activiteiten om de buitenwereld tot een ander inzicht te bewegen. Van Alphen: "Er was een echte lobby opgezet, met uitnodigingen aan politieke leiders en bestuurders om congressen over homoseksualiteit bij te wonen bijvoorbeeld. Die mensen kwamen natuurlijk niet, maar dat valt de bestuurders van het eerste uur niet te verwijten."

Drijvende kracht
Dat veranderde allemaal in de jaren zestig, toen de vernieuwing het land in zijn greep kreeg en een brede acceptatie van homoseksualiteit op gang kwam.

Van Alphen: "Interessant genoeg heeft het COC juist in de jaren vijftig een ontzettend belangrijke rol gespeeld in de internationale homobeweging. De vereniging was de drijvende kracht achter een internationaal netwerk dat streed voor gelijke rechten, onder meer bij de Verenigde Naties. Vanaf de jaren zeventig werd die rol van gids steeds kleiner."

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden