Koninginnedagvogel heeft het moeilijk in de stad

Het gaat slecht met de gierzwaluw in oude steden als Amsterdam. Dat blijkt uit de jaarlijkse Stadsvogelbalans, die Volgelbescherming Nederland dinsdag presenteerde en waar De Volkskrant vandaag over schrijft.

GierzwaluwBeeld Wikimedia Commons / Snowmanradio

De gierzwaluw, die ieder voorjaar vanuit Afrika naar Nederland trekt, heeft in Amsterdam de bijnaam 'koninginnedagvogel'. Vanaf half april worden de eerste exemplaren gesignaleerd, maar ergens eind april is er opeens een dag waarop ze volop rondcirkelen in het avondlicht. Die dag ligt vaak rond 30 april en daar komt de bijnaam dus vandaan.

Hoewel het slecht gaat met de gierzwaluw in Amsterdam, rukt de vogel, die slechts drie maanden in Nederland blijft, op in relatief nieuwe steden als Zoetermeer en Almere. Oorzaak: de oude, vooroorlogse wijken raken ongeschikt als broedplaats. Dit komt onder andere door dakisolatie en het verdwijnen van spleten en gaten in gebouwen.

'De analyse is snel gemaakt als het gaat om de gierzwaluw, want hij is voor zijn broedsucces voor 99,9 procent afhankelijk van onze bebouwing', zo vertelt Jip Louwe Kooijmans woordvoerder van Vogelbescherming Nederland. 'Bovendien compenseert de lichte toename in nieuwe woonwijken de flinke afname in de oude stadswijken niet'.

Volgens Louwe Kooijmans zijn er eenvoudige methoden om het de gierzwaluw makkelijker te maken. 'Door het aanbrengen van een neststeen in nieuwe huizen, bijvoorbeeld. Dat is niet meer dan een steen met een holte erin. En dat is niet alleen goed voor de gierzwaluw, maar ook voor huismus, spreeuw, kauw en huiszwaluw.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden