Plus

Knip Mode 50 jaar: wie naait er nog?

Poncho's met strikceintuur, overhemdjurken en veel franjes; de ontwerpen uit Knip Mode bepaalden lange tijd het straatbeeld. Het blad bestaat 50 jaar, maar heeft het moeilijk.

Kleren passen om de roklengte af te meten met behulp van een rokkenspuit. Nederland, 1966.Beeld Hollandse Hoogte / Spaarnestad Photo

Bijna iedere Nederlandse 45-plusser heeft ervan geprofiteerd of eronder geleden: de zelfmaakcreaties van het maandblad Knip Mode, opgericht als Madeleine in 1969 en in de volksmond Knip genoemd.

Vraag ernaar en de verhalen komen los als een therapeutische ontlading. Over die vormloze broek met oldtimermotief met opzetzakken (ikzelf). Of die wel erg uitbundige bandplooien die bepaald niet afkleedden (modewatcher Milou van Rossum). En over gebreide bikini's en zwembroeken die na één badbeurt ter hoogte van knieën en ­navel bungelden (hele hordes in de jaren zestig).

Ook het maken zelf blijkt een onuitputtelijke bron van nostalgische en herkenbare anekdotes. Van het gepeuter met nietjes om het naaipapier te bemachtigen tot het ­gepuzzel met de wirwar van patroonlijnen. Om nog maar te zwijgen van de gekmakende hoofdpijn die de kop ­opstak wanneer die raglanmouw na uren gestress op de halsopening bleek ­gemonteerd.

In de afgelopen vijf decennia werd het straatbeeld ­gesierd door respectievelijk zelfgemaakte overhemdjurken en cirkelrokken (jaren zestig), gebloemde overgooiers, debardeurs en beruchte polyester zweettruitjes (jaren zeventig), poncho's met strikceintuur, oversizede vrouwencolberts met schoudervulling (jaren tachtig) en strandtunieken met dubbele spaghettibandjes. Producten die bloed, zweet, tranen en rauwe vingertoppen opleverden van het stikken. Soms met trots gedragen, dan weer geshowd alsof de walk of shame de catwalk was. Kortom: Knip - en in het kielzog Knippie, de kinderversie - is een fenomeen.

Marie Bartels (60), gepensioneerd kostumeerder, deelt op haar blog De Gelukkige Naaister tips voor ­diverse nuttige steken, schrijft over het juiste haakgerei en recenseert de Husqvarna Diamond de Luxe, de Rolls-Royce onder het naaigereedschap.

Bartels, die ook jaren naailes gaf: "Bijna iedere Nederlander heeft wel in een kledingstuk gelopen dat afkomstig was uit het blad, zeker omdat in de beginjaren van Knip het maken van de eigen garderobe voor de meeste mensen financieel gezien bittere noodzaak was. Je had geen Primark of Zara waar je broeken en shirts voor een habbekrats kon kopen. Kleding was duur. Daarom kocht moeder stof op de markt of in een betaalbare zaak, om daarna met krijt en voering aan de slag te gaan."

Voor groot en struis
Knip bleek voor de doorsnee doe-het-zelver de ideale ­patronen in huis te hebben, zegt Bartels. Hoewel sommigen klagen dat de pasvorm om te huilen was en vooral ­ontworpen voor groot en struis, roemt Bartels die andere oer-Hollandse eigenschappen: degelijk, rechttoe rechtaan en dus voor de meesten maakbaar. "Je had destijds ook Marion, maar dat blad had een kleiner aanbod en minder variatie. Het Duitse Burda was frivoler en stijlvoller, maar daardoor ook ingewikkelder, eerder gedateerd en duurder."

Beeld Peter Elenbaas

RC-modejournalist Milou van Rossum (53), auteur van De Nederlandse mode in 100 kledingstukken: "Tot in de ­jaren tachtig zag je in Nederland veel zelfgemaakte mode. Op middelbare scholen liepen jongens en meiden in zelfgebreide truien. Ik zat zelfs te breien achter in de klas. Ik vermoed dat de komst van H&M in 1989 het zelf maken een stuk verminderde. Plotseling was er veel sneller betaalbare en modieuze kleding voorhanden."

"Ik begon met kleertjes voor mijn poppen en daarna ging ik voor mezelf aan de slag. Niet alleen Knip kwam in die tijd met patronen. Ook Viva had ze, één keer in de zoveel tijd zelfs een echt ontwerpersstuk, zoals een pak van Nico Verhey in 1984. Ik maakte van alles: een winterjas, colberts, pakjes van lakplastic waarmee ik achter de bar van club Roxy stond, en catsuits. Je moest ook wel, wilde je iets bijzonders hebben als je weinig geld had. Kleding was ronduit duur."

In de hoogtijdagen kende Knip - begin jaren negentig ­gefuseerd met concurrent Marion - een hoge oplage, maar die is door 'ontnaaiing' en ontlezing geslonken tot 40.000. Het blad moet de strijd aanbinden met vertalingen van het Amerikaanse Simplicity Patterns en het Franse La Maison Victor. Tijdens het tv-programma Door het oog van de naald in 2015 was er even een opleving in aantallen.

Beeld Peter Elenbaas

Wel heeft Knip inmiddels een website die meer dan duizend patronen aanbiedt voor 4,95 euro per stuk. De meest recente: een origami-jurk met Japanse striktechniek, vintage couture, een polkadotcombinatie van satijnkatoen en een wikkelrok met Afrikaanse print.

Michelle Obama
Wie vastloopt tijdens de uitvoering, kan op het spreekuur van de Knipcoupeuse terecht voor eerste hulp, aldus hoofdredacteur Maureen Belderink.

"We zijn er nu vooral voor mensen die het leuk vinden om zelf kleding te ­maken, dus ook voor mannen. Maar in de praktijk blijken het toch nog steeds vooral vrouwen. Die zien het als hobby. Met patronen en stoffen ga nu je aan de slag vanwege de voldoening zelf iets te produceren, of om iets bijzonders te maken dat een ander niet heeft. We volgen de mode ­redelijk op de voet en komen ook met uitgaans- en verkleed- en bruidskleding."

Ook kijkt Knip tegenwoordig naar de garderobe van stijl­iconen. Zo kwamen de jurken, jassen en pantalons van ­Michelle Obama al aan bod en volgen die van koningin Máxima in april, in het jubileumnummer. Ook verscheen er een special volledig gericht op mannen. Verder gaat Knip met zijn tijd mee door oog te hebben voor de volslanke mens: liepen de patronen aanvankelijk tot en met maat 46, nu is dat opgekrikt naar maat 56.

Beeld Peter Elenbaas

Gelukkige Naaister Marie Bartels zegt dat mensen die zelf kleding maken tot een uitstervend ras behoren. "Laatst gaf ik een groep meiden van 11 jaar uitleg en toen bleken de meesten niet te weten wat een naald was. Bijna ondenkbaar. Maar ja, als je dat van huis uit niet meekrijgt en je moeder of vader nooit zelfs maar een knoop ziet aanzetten, begrijp ik dat."

Wat volgens haar ook meespeelt: mensen brengen nergens meer geduld voor op. Bartels: "Alles moet vlug, vlug, vlug. Liefst pats-boem klaar. Dat bestaat niet bij handwerken. Een van de grootste valkuilen: meteen met te ingewikkelde patronen beginnen. Dan kwamen er meiden bij mij op les en die wilden direct een getailleerde jurk met speciale mouwinzet maken of een heel pak in elkaar draaien. 'Maak nu eerst eens een kussensloop,' zei ik dan. 'En probeer daarna een rokje.' Maar dat vonden ze beneden hun stand."

Er zijn ook positievere geluiden te horen: op digitaal prikbord Pinterest vragen mensen steeds vaker om tips en adressen voor goede zelfmaakmode. Verkopers bij Etsy, onlineshop voor handgemaakte producten, doen goede zaken omdat de belangstelling voor ambachtelijk, creatief en onderscheidend toeneemt, zegt een woordvoerder. "We willen mode en kledingstukken met een verhaal. Niet alleen maar confectie, exact dezelfde exemplaren die zowel in Barcelona als in Amsterdam als in Bangkok hangen. Dat is goedkoper, maar weinig spannend."

De allereerste cover van Knip Mode, maart 1969.Beeld Peter Elenbaas
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden