PlusSchiphol 100

KLM-oprichter Albert Plesman voelde niets voor Amsterdam

Schiphol viert zijn honderdste verjaardag. In deze serie kijken we terug op een eeuw luchtvaart bij Amsterdam. Deel 2: De Schipholhaat van KLM.

Albert Plesman (links met bolhoed) verwelkomt de passagiers van de eerste lijnvlucht van de KLM op Schiphol. Beeld anp
Albert Plesman (links met bolhoed) verwelkomt de passagiers van de eerste lijnvlucht van de KLM op Schiphol.Beeld anp

In de honderdjarige historie van Schiphol was het waarschijnlijker geweest dat de nationale luchthaven niet in de Haarlemmermeer terecht was gekomen, dan wel. Zeker als het aan KLM-oprichter Albert Plesman had gelegen. "Die vond Schiphol helemaal niks," zegt luchtvaarthistoricus Jan-Willem de Wijn.

Dat de KLM, die over drie jaar haar eigen eeuwfeest viert, van het begin af niets zag in 'badplaats' Schiphol, werd niet fluisterend beleden. De commissarissen van de KLM, allemaal zakenlui en reders, hadden een veel betere plek voor ogen: Maaldrift, bij Wassenaar.

Den Haag
Op een stuk grond dat - niet geheel toevallig - eigendom was van een van hen, Anton Kröller, die het gebruikte om van daar naar zijn jachtslot op de Veluwe te vliegen. "De KLM had zijn hoofdkantoor in Den Haag, dus dat kwam goed uit."

Op 20 mei 1920 maakte de KLM haar eerste lijnvlucht, vanaf Schiphol. "Tot begin mei van dat jaar zou dat nog vanaf Maaldrift gebeuren," zegt De Wijn. "Er stond al een KLM-loods met grote letters op de muren."

De Engelse vliegers die de maatschappij had ingehuurd, zagen na een proeflanding echter niets in dat vliegveld. Te winderig, te klein en te dicht bij zee, was hun oordeel. Noodgedwongen werd het dus toch Schiphol, tijdelijk.

Ideale thuisbasis
Plesman had een voorkeur voor vliegveld Waalhaven, de splinternieuwe burgerluchthaven - de eerste ter wereld - van Rotterdam. De KLM liet er meteen loodsen bouwen en de monteurs van de maatschappij streken op Waalhaven neer.

"Plesman zag Rotterdam als de ideale thuisbasis van de KLM," zegt De Wijn. "Hij maakte zelfs plannen om het hoofdkantoor van Den Haag naar de Coolsingel in Rotterdam te verhuizen. Hij ging op eigen houtje met de gemeente Rotterdam praten. Maar de geldschieters van de maatschappij hechtten aan Den Haag en lieten daar - opnieuw op eigen grond - het hoofdkantoor bouwen.

Fokker
Plesman was niet alleen. Ook Anthony Fokker had weinig op met Schiphol en vestigde zijn vliegtuigfabrieken - in de jaren twintig de grootste ter wereld - prominent in Amsterdam-Noord. En er waren plannen voor een Fokkercomplex op vliegveld Waalhaven. Pas in 1951, lang na Fokkers dood, streek de vliegtuigfabriek neer op Schiphol.

Plesman had een voorkeur voor vliegveld Waalhaven van Rotterdam Beeld Jorris Verboon
Plesman had een voorkeur voor vliegveld Waalhaven van RotterdamBeeld Jorris Verboon

Schiphol werd onder Plesman nooit KLM's thuishaven, die status moest worden gedeeld met Rotterdam. In 1924 stelt hij voor Waal­haven en Schiphol samen te voegen en een nieuwe nationale luchthaven bij Delft neer te leggen.

Schiphol, sinds 1928 eigendom van de gemeente Amsterdam, ging niet erg met zijn tijd mee. Maar toen twintig jaar na de oprichting dan eindelijk betonnen banen werden aangelegd om de steeds zwaardere vliegtuigen niet in de poldermodder te laten wegzakken, lanceerde Plesman doodleuk zijn volgende plan: een nationale luchthaven bij Leiderdorp met de naam Centraal Vliegveld. Goed bereikbaar uit elk van de vier grote steden.

Amsterdamse demonstratie
In politiek Den Haag klonk brede goedkeuring, maar dat pikte Amsterdam, zeker na de kapitale investering in het beton niet. "Er was zelfs een demonstratie van Amsterdammers voor Schiphol," zegt De Wijn.

'Zal de Haagsche vlieger opgaan?' luidde de tekst op een pamflet van het Algemeen Amsterdamsch Comité tot behoud van Schiphol. 'Trek op bij duizenden met uw vaandels', een ander.

Dat deden, volgens het Algemeen Handelsblad, tussen de tien- en twintigduizend demonstranten. De regering boog en wees, pal voor de Tweede Wereldoorlog, Schiphol aan als nationale luchthaven. KLM-topman Plesman legde zich er niet bij neer en ging tot ver na de Tweede Wereldoorlog door met Schipholbashen. "Plesman wilde zijn hele carrière een centrale luchthaven, bijna op het theoretische af."

Het is niet de ideale ligging van Schiphol of de geweldige prestaties van de luchthaven die dat telkens hebben voorkomen, maar de tijdsgeest: geldgebrek, de grote depressie en de naderende wereldoorlog.

Deel 1: Marine wilde de nationale luchthaven op Zeeburgereiland
Volgende week deel 3: Naar zee

Tekening uit een pamflet uit 1938 waarop de steden Rotterdam en Amsterdam moeten toezien hoe Leiderdorp er met de nationale luchthaven vandoor lijkt te gaan Beeld Schiphol
Tekening uit een pamflet uit 1938 waarop de steden Rotterdam en Amsterdam moeten toezien hoe Leiderdorp er met de nationale luchthaven vandoor lijkt te gaanBeeld Schiphol
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden