Column

Klein Marokkaantje had grote broers, met grote vrienden

Mano Bouzamour (1991) publiceerde eind 2013 zijn debuutroman De Belofte van Pisa. De film-, theater- en hoorspelrechten van het boek werden verkocht, en ook verschijnt de roman in 2016 in het Duits en Spaans. Elke zondag lees je hier zijn column uit Het Parool.

Beeld Floris Lok

Op de Stadionweg zag ik een diender die mij aan het verre verleden deed denken. Het was rumoerig op het schoolplein. Hordes agenten schreeuwden: 'Iedereen die hier niet op school zit, moet ophoepelen!'

Links en rechts informerend kreeg ik het verhaal toegefluisterd. Alex uit de vierde klas - een jonge versie van Jort Kelder - had in de Coffee Company op de Beethovenstraat een jongen net iets te lang aangekeken. De jongen bleek een Marokkaan te zijn. Het feit dat het een Marokkaan betrof, gaf het verhaal een heuse adrenalinestoot. De Marokkaan vroeg Alex: 'Wat kijk je?' Alex antwoordde: 'Wat moet je nou, klein Marokkaantje?!' en dreef de spot met hem door zijn petje af te pakken en het op de grond te gooien.

Wat Alex niet wist, hoe stom kun je zijn, is dat klein Marokkaantje grote broers had. En die grote broers hebben grote vrienden. En die grote vrienden hebben gekke neven. En die gekke neven kennen nog gekkere gasten. En die waren allemaal van heinde en verre speciaal voor Alex gekomen. Maar voordat de hel los zou barsten, hadden patrouillerende leraren een verdacht tweetal - twee 'eilandkapseltjes' die de school verkenden op ingangen, uitgangen en vluchtroutes - in het oog gekregen en onmiddellijk alarm geslagen.

Overal in Amsterdam duurt het een kwart eeuw voordat de politie arriveert, maar in Zuid zijn de blauwpetten vlugger dan een natte scheet. Met de snelvoetigheid van speciale commando's escorteerden de leraren Alex uiteindelijk naar de schoolkantine - er heerste hevige teleurstelling op het schoolplein.

Onder een meterslang afdakje stond een groepje gozers. De Guccipetjes hadden ze niet over hun hoofden getrokken, maar er nonchalant op neergelegd. Vast omdat ze wakker waren gebeld en geen tijd hadden gehad om ze strak over hun hoofden te trekken. De agenten dreigden met arrestaties. De Guccipetjes antwoordden: 'We staan alleen, we doen toch niks?'

Even later marcheerden de agenten vastberaden op het kliekje af, als ME'ers tijdens Ajax-Feyenoordrellen. Op het moment dat fysieke aanraking bijna een feit was, schoten de gozers alle kanten op, als biljartballen na een krachtige openingsstoot, tot ze allemaal waren verdwenen. De terroristische dreiging duikelde fors omlaag.

Toen gebeurde het. Een slungelige Surinaamse surveillant sprong tevoorschijn. 'Heb ik niet gezegd dat je moest opdonderen?!'
'Ik zit hier op school,' zei ik terwijl ik naar het bakstenen gebouw achter mij wees.
Hij pakte mijn bovenarm vast en vervolgde vurig: 'Wat jok je?'
'Ik jok niet.'
'Jawel, je jokt!'
Meneer de Zwaan liep het bordes af, naderde ons en zei: 'Hij is één van ons.'
Waarop de surveillant mij losliet. Hij keek mij aan, keek naar het schoolgebouw en toen weer naar mij. Hij lachte, stapte in de politiejeep en vertrok.

Terwijl ik omarmd werd door een wolk uitlaatgassen, schold ik hem heel hard uit. Maar dan ook echt keihard. 'Kunta Kinte!' schreeuwde ik, in gedachten.

Wilt u reageren op deze column? Dat kan. Scroll (een beetje) naar beneden om een reactie te plaatsen of stuur een mail.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden