Review

Klassiek: Richard Wagner - Der Ring des Nibelungen - Bayreuther Festspiele/Thielemann ***

Het jaar 2006 had in het Zuid-Duitse plaatsje Bayreuth, waar jaarlijks in de zomermaanden de Bayreuther Festspiele worden gehouden, uitsluitend en alleen gewijd aan de opera's van Richard Wagner, het jaar moeten worden van Lars von Trier. De veelbesproken Deense filmregisseur zou zijn debuut maken in de wereld van de opera en, alsof het niets was, meteen maar de allercomplexte operacyclus van allemaal ter hand nemen. Het was te mooi om waar te kunnen zijn. Von Trier, die vermoedelijk nog nooit Der Ring des Nibelungen in zijn geheel had gehoord of gezien, kwam er niet uit, en gaf de opdracht op een idioot laat moment terug, tot grote teleurstelling en woede van festivalbaas Wolfgang Wagner.

De enige die er niet verdrietig van zal zijn geworden, was dirigent Christian Thielemann, toen 47, al zou zijn eerste Bayreuther Ring er ongetwijfeld wel spraakmakender van zijn geworden. Thielemann staat niet bekend als de meest progressieve geest in de muziekwereld en hij zal hebben gehoopt dat de vervanger van Von Trier het visueel en conceptueel in elk geval minder bont zou maken.

Wolfgang Wagner slaagde erin de in Duitsland vermaarde tachtigjarige toneelschrijver Tankred Dorst zo gek te krijgen voor Von Trier in te springen. Daarmee was Thielemanns eerste Bayreuther Ring van meet af aan al getekend, want Dorst was als operaregisseur een onbeschreven blad. Maar ja, ik ben tachtig, ik heb niks meer te verliezen en Wolfgang is een vriend, zal hij hebben gedacht.

Dorsts Ring werd in 2006 niet vriendelijk ontvangen. En daarmee drukken we ons vriendelijk uit. Het spreekt boekdelen dat er in de uitgave op veertien cd's van die Ring, onlangs uitgebracht door Opus Arte, in de boekjes nauwelijks een woord over de enscenering wordt gerept. In plaats daarvan wordt er enorm dik gedaan over het aandeel van dirigent Thielemann. Zoals er ooit de Ring van Solti was, of van Boulez, Karajan, Knappertsbusch en Furtwängler, is er in het eerste decennium van de 21ste eeuw blijkbaar de Ring van Thielemann.

De opname werd gemaakt in 2008, met een licht afwijkende cast ten opzichte van het premièrejaar 2006, maar uiteraard met hetzelfde, geoliede orkest van de Bayreuther Festpiele, dat is samengesteld uit musici van allerlei Duitse top- en provincie-orkesten, die in juli en augustus samenkomen om als unsichtbares Orchester in de mythische Abgrund van het Festspielhaus het Wagnerdom te celebreren.

Pijnlijk voor Thielemann is overigens dat hij door de nieuwe leiding van de Festspiele (Wolfgangs dochters Eva en Katherina zwaaien nu in Bayreuth de scepter) terzijde is geschoven voor de Ring van 2013, het jaar waarin de tweehonderdste geboortedag van de componist wordt gevierd. De jonge Rus Kyrill Petrenko neemt de baton van hem over. Wie de regisseur gaat worden, moeten de Wagnerdochters nog steeds bekend maken.

Van Dorst hebben we bij de uitgave van Opus Arte geen last. Maar zonder afleidende beelden verschuift de aandacht volledig naar de klank. En is de Ring van Thielemann dan even verpletterend als de Ring van Solti, Boulez of Knappertsbusch?
Nee dus. En dat ligt niet eens in hoofdzaak aan Thielemann zelf, die de muziek van zijn geliefde componist met veel nadruk dirigeert, altijd voor langzame tempi kiest en de kleuren donkerder aanzet dan bijvoorbeeld Boulez (of Haenchen) deden, maar de muziek wel laat stromen en waar nodig laat bliksemen en donderen. De voor de hand liggende momenten zijn hier de voor de hand liggende hoogtepunten. Thielemann stelt hier zeker niet teleur, al blijft zijn persoonlijke agogiek, het geraffineerde spel van het versnellen en vertragen, soms een bron van irritatie.

Maar een Ring valt of staat met de zangers. En als er de laatste jaren in crescendo is geklaagd over de teloorgang van de Wagnerzanger en is geroepen en geschreven dat Bayreuth allang niet meer dé plek is om Wagners van topniveau te horen, dan zou deze opname van Thielemanns Ring de koren van mopperkonten wellicht het zwijgen kunnen opleggen. Helaas lukt dat slechts ten dele.

Albert Dohmen is een betrouwbare en vaak indrukwekkende Wotan, maar hij zong onder Haenchen (cd en dvd) toch indrukwekkender. Stephen Shores Alberich klinkt lyrischer en daardoor vriendelijker dan anders. Het heeft wel wat. Maar de Brünnhilde van Linda Watson is meer een gillende feeks dan getourmenteerde heldin, die in de hoogte bovendien structureel kampt met intonatieperoblemen. De Siegfried van Stephen Gould is een weeïge sul. De Hagen van Hans-Peter König klinkt lang niet gevaarlijk genoeg. De Hunding van Kwanchoul Youn gelukkig wel. Goed zijn ook Endrik Wottrich en Eva-Maria Westbroek (zelfs heel goed) als het incestueuze paar Siegmund en Sieglinde, waardoor de eerste akte van Walküre er duidelijk uitspringt.

Had u nog geen Ring in de kast staan, dan is dit niet de eerst aan te raden koop. Had u al heel veel Ringen dan kan er best nog eentje bij. Maar of u hem vaak zult draaien, is een andere vraag. (ERIK VOERMANS)
(OPUS ARTE)

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden