Klassiek: Richard Strauss - Vier letzte Lieder ****

De Vier letzte Lieder van Richard Strauss behoren samen met Les nuits d'été van Hector Berlioz tot de mooiste muziekstukken die ooit zijn geschreven voor vrouwenstem en orkest. Het aantal zangeressen dat zich aan deze liederen van Strauss heeft gewaagd is aanzienlijk, maar het aantal opnamen dat men zonder aarzeling naar een onbewoond eiland zou meenemen is een heel stuk kleiner.

Eigenlijk komen hooguit Elisabeth Schwarzkopf, Gundula Janowitz, wellicht Soile Isokoski en Jessye Norman, en uiteraard Anne Schwanewilms (al bestaat er van haar nog steeds geen 'echte officiële' opname) in aanmerking. Vul de lijst aan met uw eigen persoonlijke favoriet. Zeker níet in aanmerking komen sopranen als Deborah Voigt, Barbara Hendricks en zelfs Kiri Te Kanawa (het rijtje is tamelijk eindeloos), die het allemaal ongetwijfeld goed bedoelden, maar jammerlijk tekortschieten.

Een naam die nog niet is gevallen is de Amerikaanse stersopraan Renée Fleming, die de Vier letzte Lieder in 1995 vastlegde met de Houston Symphony onder leiding van Christoph Eschenbach. Ook geen plaat waar we onmiddellijk naar zouden grijpen als we onze koffers moesten pakken met bestemming zand, zee, lucht en eenzaamheid.

Omdat Fleming zelf ook niet tevreden was met die opname -naar eigen zeggen is ze überhaupt bijna nooit tevreden met haar vertolkingskunsten- zei ze direct ja toen ze het aanbod kreeg de liederen nog een keer op te nemen, met de Münchner Philharmoniker onder leiding van Christian Thielemann in München nog wel, de woonplaats van Richard Strauss.

Sinds haar eerste opname heeft ze de Vier letzte Lieder vaker voor publiek gezongen dan enig ander stuk, waardoor je deze nieuwe registratie de samenballing van opgedane ervaringen en kennis zou kunnen noemen. Twee opnamen van deze orkestliederen door één en dezelfde zangeres is bovendien slechts voor zeer weinigen weggelegd. Fleming voegt zich bij Sena Jurinac, Lisa della Casa en Kiri Te Kanawa. Alleen Elisabeth Schwarzkopf ging met drie opnamen nog een stapje verder.

Of er van Fleming ook nog een derde poging komt, staat te bezien. Ze moet er in elk geval geen tien jaar mee wachten, want op een tweede Lucia Popp, de prachtige zangeres die de Lieder veel te laat in haar carrière vastlegde, toen de meeste glans er wel af was, zit niemand te wachten.

Ter zake. Renée Fleming zingt haar tweede de Vier letzte Lieder grandioos; alsof ze voor haar zijn geschreven -wat in zekere zin ook zo is, want haar ontroerende, melancholieke timbre en haar natuurlijke talent om lange melodische lijnen te zingen is zeer weinigen gegeven.

Zoals ze in het eerste lied Frühling vanuit de laagste laagte voor een sopraan ('in dämm'rigen Grüften träumte ich lang') als een vogel het luchtruim kiest en hoog boven het orkest zweeft (die notensliert op het woord Wunder!) is een belevenis op zich.

In het tweede lied, September, gooien onvaste violen in de inleidende dalende akkoordbrekingen, meteen roet in het eten, maar Fleming streelt hier andermaal de ziel.

Over Beim Schlafengehen zegt ze in het interview dat in het perspakket op dvd wordt bijgeleverd, dat ze het publiek bij dit derde lied altijd kan zien wegdromen. ''De poëzie is net geheimzinnig genoeg om de luisteraar zijn eigen leven erin te kunnen laten projecteren.''
Hét zwijmelmoment blijft hier de vioolsolo, die fraai wordt gespeeld door de concertmeester van de Münchner Philharmoniker.

Op de dvd beschrijft Fleming de samenwerking met dirigent Thielemann, die niet houdt van uitvoerige detailrepetities, maar alles als een groot geheel benadert. Fleming: ''Hij blijft liever flexibel en spontaan. Als solist moet ik daardoor heel alert blijven, reageren op wat er om me heen gebeurt.'' De samenwerking beviel haar overigens zeer.

Het besef dat het hier in feite om pure live-opnamen gaat, vergroot plotseling de vergevingsgezindheid voor de kleine oneffenheden die optreden. Al wordt er van die vergevingsgezindheid in het slordig gespeelde coda van het laatste en mooiste lied, Im Abendrot, wel erg veel gevraagd.

Im Abendrot blijft een lied met een verpletterende uitdrukkingskracht en een adembenemend slot, waarin een oud echtpaar naar een zonsondergang kijkt en zich hand in hand afvraagt 'of dit misschien de dood is'. Fleming: ''Wat gebeurt er als we sterven? Dat is toch de vraag die ons allemaal bezighoudt?'' En wat zingt ze het mooi, met die volle, rijke stem uit talloze miljoenen.

Na de Vier letzte Lieder volgen nog drie even schitterend gezongen aria's uit Ariadne auf Naxos en nog vier liederen, waaronder het bekende Zueignung.

Ja, deze Fleming mag mee naar het onbewoonde eiland. (ERIK VOERMANS)
(Decca)

Uitvoering: Münchner Philharmoniker/Thielemann, Renée Fleming

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden