Review

Klassiek: Olivier Messiaen - Saint François d'Assise ****

De apotheose van het Holland Festival 2008 en misschien ook wel van het Amsterdamse operaseizoen van dat jaar, was zonder twijfel de reeks opvoeringen van Olivier Messiaens vijf uur durende opera/oratorium Saint François d'Assise, in een regie van Pierre Audi.

Het was ook Audi's eerste samenwerking als regisseur met de toenmalige chef-dirigent van De Nederlandse Opera, Ingo Metzmacher, en tegelijkertijd de laatste, aangezien Metzmacher na Saint François zijn positie inruilde voor een aanstelling in Berlijn.

De productie was een groot succes, ook op de Londense Proms, waar De Nederlandse Opera in juni vorig jaar te gast was voor een eenmalige en zeer lovend besproken concertante uitvoering van het stuk.

Wie er in het Muziektheater om wat voor reden dan ook in 2008 niet bij was, kan nu de schade inhalen met de dvd die gemaakt is van de productie, die na de Ring des Nibelungen de ingewikkeldste en veeleisendste is die in de geschiedenis van DNO tot stand is gebracht.

Dat ingewikkelde en veeleisende begon al bij de conceptie van de muziek. Saint François d'Assise is het culminatiepunt in het oeuvre van Olivier Messiaen. Alles wat hij muzikaal te zeggen had, komt hier samen - en monumentaler opgezet dan ooit tevoren. Messiaen werkte maar liefst acht jaar aan het stuk. Vier jaar om de muziek te componeren en nog eens vier jaar om het geheel te orkestreren en alle partijen uit te schrijven.

Messiaen had een monsterlijk omvangrijke bezetting in gedachten toen hij aan de opera werkte. Hij wilde een koor van vijfhonderd zangers, een orkest met 68 strijkers, 22 houtblazers, 16 koperblazers (waaronder zes hoorns, twee tuba's en een contrabastuba) en een zeer uitgebreide slagwerksectie met onder veel meer een xylofoon, xylorimba, marimba, glockenspiel en vibrafoon.

Messiaenorkest past niet in orkestbak
Dat was de theorie. Maar bij de wereldpremière in Parijs, 1983, maakte Messiaen kennis met de praktijk. De Opéra in Parijs, die de compositieopdracht had verstrekt, kon of wilde maar honderd zangers betalen en ook het orkest viel met 48 strijkers wat kleiner uit. In Amsterdam waren er ook geen vijfhonderd zangers, maar wel het juiste aantal orkestmusici, meldde Metzmacher met enige trots. Dat kon ook, omdat Pierre Audi voor een alternatieve orkestopstelling had gekozen, met de musici niet in de orkestbak, maar achter op het toneel, onder een soort hemelkoepel, terwijl de vocale solisten zich op het voortoneel roerden. Audi had ook nauwelijks keus. Het Messiaenorkest is zó groot dat het doodeenvoudig niet in de gebruikelijke orkestbak zou passen.

Messiaen had zich op zijn oude dag dan ook niks van mogelijke praktische bezwaren aangetrokken. ''Ik ben bijna zeventig en dan heb ik het recht om extravagant te zijn,'' zei hij in een interview met Claude Samuel. En dus schreef hij wat hij wilde schrijven, niets meer, maar vooral ook niets minder. Alleen al de omvang van de partituur tart elk voorstellingsvermogen: 2500 pagina's vol noten, verdeeld over zestien banden (twee voor elk van de afzonderlijke acht tableaus) die samen 23 kilo wegen. Toen de zuster van Metzmacher naar Berlijn kwam om de partituur te brengen, moest ze bij het inchecken overgewicht betalen.

Het Muziektheater oogde in juni 2008 anders dan anders, met aan weerszijden van de bühne twee twintig meter hoge stellages, waarop de honderd leden van het koor kwamen te staan, met op de bovenste plankieren de bespeelsters van de ondes Martenot, het elektronisch toetseninstrument dat zo typerend is voor Messiaen. Voor op het podium stond een crucifix en daarachter zat het orkest. Toen de Amerikaanse bariton Rod Gilfry van dit plan hoorde, dacht hij dat ze bij De Nederlandse Opera gek geworden waren. Maar achteraf moest hij vaststellen dat het allemaal wonderwel was gelukt.

Op de dvd valt de monumentaliteit van de opstelling in het Muziektheater een beetje weg, maar wat ervoor in de plaats komt, biedt meer dan afdoende compensatie: de intimiteit van het drama, dat eerst en vooral een reis door de geest van een individu (Franciscus) is, wint thuis op het televisiescherm of op de monitor van de computer enorm aan impact.

Dat komt uiteraard volledig voor rekening van de solisten, met de zeer mooi zingende Rod Gilfrey voorop. Hij heeft een monsterlijk zware rol te vertolken (hij staat vier van de vijf uur op het podium), maar hij geeft de heilige Franciscus op een ideale manier gestalte, met diep ernstige, borende blikken op momenten van vertwijfeling en smekende ogen op het moment van de overgave, in de sterfscène van tableau nummer acht.

Ook het Residentie Orkest en het Koor van De Nederlandse Opera laten zich onder leiding van Metzmacher van hun beste kant horen. Het Amsterdamse operahuis kan intussen met deze dvd internationaal goede sier maken. Dit was een productie om trots op te zijn. (ERIK VOERMANS)
(DNO, Opus Arte)

null Beeld
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden