Plus

Klasse apart: deze meisjes voetballen tegen jongens

Misschien worden ze wel profvoetballer. Als de meiden onder zestien maar slim spelen tegen de jongens, vertrouwen hebben en niet zo vaak sorry zeggen. Wat ook zou helpen: scouts die eens goed willen kijken en profclubs die werk maken van meisjesteams.

Het talententeam van SC Buitenveldert. Met blonde staart: Norah Beeld Dingena Mol

'Ga jij maar bij de anderen," zeiden ze aan het begin van het nieuwe schooljaar met voetballen. Werden eerst alle jongens gekozen. Daarna pas de meisjes. Ze kenden Norah niet.

Ze deed een panna bij een jongen, en even later nog eentje. De leraar stopte het spel.

"Zag je dat? Je speelde die jongens door de benen."

"Ja, en?"

Nu weten ze dat ze het voetbalmeisje is. Van Elfi (14) en Susannah (16) weten ze het ook. Ze spelen bij de meisjes van Buitenveldert onder 16. Ze zijn goed, maar zeggen: "Ik kan een beetje met rechts en links." "Ik ken wel wat trucjes." "Ik kan de bal een paar keer hooghouden."

Meisjes doen niet snel opschepperig. Je moet ze een beetje helpen om trots te zijn op wat ze kunnen, weet hun coach Hélène (25). Wat zijn je sterke punten, staat er op haar vragenlijst. Kom er maar voor uit.

Shauna komt vier keer per week uit Almere naar Buitenveldert, omdat ze bij het beste meisjesteam wil spelen. Bij de meisjes in Almere was ze de beste, net als de andere meisjes dat waren bij hun clubs.

De meisjes van Buitenveldert onder zestien zijn te goed voor andere meisjes. Laatst speelden ze tegen Dames 1 van WV-HEDW, vrouwen van in de twintig die echt wel een potje konden voetballen. Werd het 6-0.

Daarom spelen ze tegen jongens, van onder vijftien. Tegen jongens voetballen is moeilijk. Hun handelingssnelheid ligt veel hoger. Ze hebben uitschuifbenen. In het begin van het seizoen zijn ze soms nog klein, maar ergens in de winterstop schieten ze de lucht in, staan er in maart van die bomen voor je neus.

"Zorg dat je de bal laat rollen," zegt Hélène. Als die stilligt, ben je kwetsbaar. Schieten die jongens als bidsprinkhanen vooruit en pikken je bal. Tegen jongens kun je niet twee seconden over een actie doen. Bij meiden kun je een fout nog weleens corrigeren. Krijg je een tweede kans. Niet tegen jongens. De eerste meters kun je ze misschien bijhouden, daarna gaat er een turbo aan. Meisjes schieten nog weleens te zacht of raken de bal verkeerd, maar jongens rammen die bal gewoon in de goal.

Bij hoge ballen over de verdediging heb je geen kans. Dus moet je anders gaan staan. Slimmer spelen. Het niet op fysieke kracht laten aankomen. Denken aan je positiespel, snel handelen. Eén op één is het moeilijk.

Eer terughalen
De meisjes van Buitenveldert onder zestien moeten sterk in hun schoenen staan. Laatst moesten ze uit, tegen een club in West.

Het team (onder zestien) is te goed voor andere meisjes. Daarom spelen ze tegen jongens (onder vijftien) Beeld Dingena Mol

"Wat doen jullie hier," riepen de jongens van de tegenstander. "Ga van het veld af. Jullie kunnen niet voetballen." Tijdens de wedstrijd maakten ze rotopmerkingen.

"Hoe gewoon je bek dicht," zegt Elfi weleens. Sorry hoor, maar ze wil niet voor hoer worden uitgemaakt. Als zo'n jongen dan doorgaat met dingen zeggen, gaat ze er niet meer op in.

In de rust vertelden de meisjes wat ze naar hun hoofd hadden gekregen. Ze moesten er maar niet op ingaan, zei Hélène. "Laat je voeten spreken." Dat hadden ze vier keer gedaan. Daarna begonnen de jongens op elkaar te schelden.

Vandaag spelen ze tegen de jongens van Geuzen-Middenmeer. "We komen onze eer terughalen," zegt hun coach. De vorige keer hadden ze verloren. Volgens de vader van Susannah is het een heel ander team dan vóór de winterstop. Nu ze weten hoe goed ze zijn, nemen ze andere jongens mee, van onder zeventien.

Bij jongens van veertien komt Norah, rechtsbuiten, er wel langs, maar als ze bij eentje van zestien weg denkt te zijn, komt er zo'n enorme stelt de hoek om zetten. Jongens van zestien vouwen hun benen helemaal om je heen.

Hard als beton
Voor de wedstrijd doen ze de yell.

"Ik wil geen yell. Vorige keer dat we hem deden, verloren we."

"Dat ligt niet aan de yell."

Sommigen vinden het gênant. Ze deden hem al in de D'tjes. Wat moeten die jongens wel niet denken?

In een kring buigen ze de hoofden naar elkaar. "Wij zijn BTV. Wij zijn nummer één. Wij zijn sterk en zijn snel en winnen elk duel. Hé!"

De meesten krijgen er een kick van. Het maakt niet uit wat je roept, al schreeuw je met zijn allen: "Ik wil Kaas!" Dat gaat door je hele lichaam, pept je op.

"Kom op, jongens," roepen die van Geuzen-Middenmeer tegen elkaar. Ze klappen in hun handen.

"Kom op, meiden!" roept Elfi dan. Je moet je niet laten afbluffen.

Sommige jongens beginnen voorzichtig. Die willen aardig zijn.

"O, ga je grof doen?" zeggen ze na het eerste duel. "Dan ga ik grof terugdoen, hoor."

"Doe je best maar knul," zegt Norah.

Verdedigers zijn vaak agressief.

"Middenvelders zijn echt het ergste," vindt Elfi, midmidden.

"Spitsen vallen echt mee," zegt Susannah, die laatste man is.

"Dat komt omdat jij zo aardig bent."

Soms schrikken ze een beetje als zo'n team het veld op komt. Wat zijn ze groot en stevig. Elfi fluistert tegen zichzelf dat ze haar tegenstander zal opvreten. Ze wil beter zijn, beter dan alle jongens op het veld. De beste.

Haar teamgenoten maken vreemde capriolen. Suus probeert een schouderduw en vliegt door de lucht, alsof ze uit een trampoline wordt gekatapulteerd. Shauna maakt een horizontale pirouette. Verbazing op haar gezicht. Hoe is dit nu gebeurd?

Sommige jongens zijn hard als beton en zo groot als hun vader.

Hun ouders laten zich horen.
"Ze duwen met twee handen scheids."
"Ze lopen de hele tijd op de enkels."
"De scheids heeft een tunnelvisie."
"Ja, nu wel fluiten zeker."

Ondertussen op de bank.
"Ik moet voor school een Oedipusproject doen," zegt Uma.
"Jezus! Op welke school zit jij?"
"Vwo."
"Jij ook al?"
"We zijn allemaal heel slim."
"Ik zit op vmbo-kader."
"Jij bent ook heel slim op je eigen manier."
"Mijn biologieleraar draagt sandalen met sokken."
"Zag je die actie, meiden!" zegt coach Hélène, licht geërgerd.
"Ik hoop niet dat we weer verliezen, want vanmiddag moet ik leren en dan is mijn hele dag verpest."

Appjes
"Wat ben je goed," zegt zo'n spits weleens tegen Susannah. Dan kijkt Susannah hem aan.

Beeld Dingena Mol

"Waarom praat je tegen mij? We spelen een wedstrijd."

"Hoe heet je?" De bal is op de andere helft. Tijd zat om te praten.

"Mag ik na de wedstrijd je nummer?"

Het hele team van de Dijk heeft hen geliket op Instagram. Soms krijgen ze appjes, hebben jongens naar hun namen gezocht. "Ben jij die nummer 7? Ik vond je er heel mooi uitzien."

Susannahs gezicht glanst alsof ze er een super crème opsmeert, maar ze heeft het van zichzelf. Als Elfi er zin in heeft, gebruikt ze mascara voor de wedstrijd. Soms heeft ze 's ochtends de ogen van een Chinees. Waterbestendige mascara, anders lijkt het met regen of je erg moet huilen.

Schaduwlijst
Ze kunnen ver komen, zeggen mensen.

Een scout kan de weg naar succes plaveien, maar scouts hebben meer aandacht voor de jongens. Daar is geld mee te verdienen.

Norah was met dertien gescout, toen ze bij Legmeervogels met meisjes van achttien speelde. Het kleine blonde meisje met die wapperende paardenstaart. In een wedstrijd bij de KNVB mocht ze laten zien wat ze waard was. Je krijgt maar één kans.

De nacht ervoor had ze slecht geslapen. In de auto met haar vader en moeder was ze misselijk geworden en moest ze overgeven. Als een dweil was ze aan de wedstrijd begonnen. Ze had het niet kunnen laten zien. Ze zouden haar op een schaduwlijst zetten, beloofden ze, maar ze was niet meer uitgenodigd.

Ze maken de druk te hoog, vindt Norah.

"Ik kijk wel hoever ik kom," zeggen sommigen uit hun team.

Jongens zeggen makkelijker dat ze prof willen worden. Die kunnen naar de jeugd van Ajax of FC Twente. Die clubs hebben geen meisjesjeugd, alleen vrouwenteams. Wat Elfi echt stom vindt.

"Willen jullie dat, prof worden?" vraagt ze.

Dat willen Norah en Susannah.

"Bij Ajax of zo?"

Elfi wil naar Bayern München. Als ze naar het buitenland kan, gaat haar opa mee, heeft hij beloofd. Betaalt hij het huis en gaan ze er samen wonen.

"Zou je naar Feyenoord gaan als je 100 procent Ajaxfan bent?"

"Het is misschien de enige kans die je krijgt."

"Vrouwen worden niet betaald. Hélène speelde in de eredivisie bij ADO Den Haag, maar moest ernaast gewoon werken."

Gestopt
Hélène speelde bij Oranje onder negentien. Ze deelde de kamer met Lieke Martens, de beste voetbalster ter wereld. Tien jaar lang had Hélène alles opzijgezet voor het voetbal, maar meer dan een reiskostenvergoeding en voetbalschoenen had ze nooit gekregen.

"Daarom is ze er vorig jaar mee gestopt," zegt Susannah.

Met vijftien moet je wel opgevallen zijn, denkt Elfi. Susannah denkt dat je met achttien ook nog kans maakt. Ze mocht een keer bij de meisjes van Alkmaar komen trainen. Hun eerste speelt in de eredivisie. Maar op de training kreeg ze last van haar enkel en was ze gestopt.

Elfi mocht meedoen bij de selectietraining van de KNVB, regio west. Haar vader bracht haar. Op de terugweg was Elfi verdrietig, omdat ze slecht had gespeeld. Ze moest zich maar voorbereiden op een slecht bericht, zei haar vader.

Een paar weken later kwam de brief. Ze las hem en had vijf minuten van geluk op de grond gelegen. Ze was door!

Daarna had ze haar opa gebeld. "Ik wist het wel," zei hij.

Uiteindelijk haalde Elfi niet de nationale selectie. Het is erg, maar niet heel erg. Ze kan heus nog de top halen. Er zijn vrouwen die nooit bij de KNVB hebben gespeeld, maar nu in het buitenland voetballen. De een is er eerder klaar voor, dan de ander.

Tegen de een zeggen ze: "Jij hebt alles in je om een profvoetballer te worden," maar die haalt het niet. "Je hebt niet de kwaliteit voor de top," krijgt de ander te horen. En die zie je een paar jaar later ineens bij Ajax.

Het gaat om karakter. Doorzetten. Leren van je fouten. Luisteren naar de coach, je vader, je opa, die zeggen wat je beter kunt doen. En dat ga je oefenen, tegen een muurtje. Net zo lang tot je het kunt. Eerst kon Norah niet hooghouden. Nu kan ze vierhonderd.

'Als talent niet hard werkt, wint hard werken het van talent!' las Hélène in de catacomben van PSV aan de muur. Zo is het. Niet op zaterdagavond naar een feestje gaan als je zondag moet spelen.

Buikspieroefeningen
De vader van Norah gaat bij zijn dochter staan, aan de overkant van het veld. Haar wat tips toefluisteren. Aan de zijlijn aanbieden. Niet afspelen, maar zelf gaan. Ze moet egoïstischer worden. Langs die jongen en dan naar de goal toe.

Elfi wil naar Bayern München. 'Je moet het echt willen' Beeld Dingena Mol

Vier jaar lang was hij haar trainer bij Legmeervogels. Daar hebben ze nog echt gras. Hier is alles nep. Hadden Norah en hij alles samen gedaan. Trainen, naar de wedstrijd. Extra buikspieroefeningen. Van de zomer in Kroatië gingen ze hardlopen.

"Godsamme," riep Norah als hij haar in de vroege ochtend wakker maakte.

Als ze hogerop wilde, moest ze hard trainen. Bij haar nieuwe club zou ze er profijt van hebben. Was Norah achter haar vader aan gerend, heuvel op, heuvel af. Aan het eind nog een sprint bergop.

Nu staat hij langs de kant. Moet hij zich beperken tot wat aanwijzingen. Je moet ze loslaten.

De luizenmoeder
Mo, Susannahs vader, was twee jaar teambegeleider. Alle voetbalvelden in alle dorpen rond Amsterdam hebben ze samen gezien. Het werken met die meisjes was hem goed bevallen. Een paar waren doodnerveus voor de wedstrijd.

"Het gaat niet vandaag."

"Natuurlijk wel. Je kunt heel goed voetballen. Je zult het laten zien."

Je moet ze vertrouwen geven. Als ze op het veld naar de zijkant kijken de duim opsteken. "Je doet het fantastisch."

Met de ouders van die meisjes was het een beetje als in De luizenmoeder. Die belden hem 's avonds na de wedstrijd, juist als zijn cafetaria in Driemond vol stond met klanten.

"Waarom stond mijn dochter linksback? Ze wil op het middenveld. Waarom zat ze halve wedstrijd op de bank? De middenvelders spelen haar te weinig aan. Nu ligt ze op bed te huilen."

Natte sponzen
Met zijn allen in de kleine kleedkamer.
"Het lijkt wel hier wel een open riool."
"Die jongen liep me de hele tijd op de enkels."
"Die van mij was best aardig. Een leuk koppie."
"Ik kreeg de bal vol in mijn kruis."

Hélène vraagt hoe het gaat.
"Slecht! We passen ons aan hen aan. Niemand verdedigt mee."
Veel hoge ballen, waar jongens met lange benen makkelijk achteraan hollen.
"Die jongens stoten de hele tijd de ellebogen in mijn buik."
"Je staat bij die twee bomen, toch?"

Natte sponzen worden over rode benen gehaald. Kijk dan, diepe nopafdrukken. Het lijkt wel een gat.

Je moet het als team doen. Niet op fysieke kracht laten aankomen. Denken aan je positiespel. Een op een is het moeilijk.

De haren worden losgegooid. Norah is haar haarband kwijt. Ontzettend irritant, want nu hangt het haar voor de ogen. Als ze er lak in doet, gaat het overeind staan.

Anderen doen een lage staart, maar dat vindt Elfi niks, want die schudt heen en weer op je rug. Shauna heeft een knotje, maar dat voelt alsof er iets op je hoofd zit, een vogel. Het liefst heeft Elfi een hoge staart. Heel strak en vier keer elastiek eromheen.

Als je staart niet goed zit, voetbal je ook niet goed.

"Blijf eens van je haar af," roept Elfi's vader soms.

"Wat moeten we doen meiden?"

"Ons eigen spel spelen en winnen." Rode blossen en vastberaden blikken.

Sorry
Een week later staan de ouders er weer allemaal. Ze doen het al vanaf de F'jes.

Norah is met dertien gescout, toen ze bij Legmeervogels met meisjes van achttien speelde Beeld Dingena Mol

Vader, moeder, vriend en oma. Voor Norah. Helemaal uit Uithoorn. Misschien gaat ze het maken. Laatst mocht ze bij Onder 19 meedoen.

"Wie is dat meisje? Ze is echt goed," hoorde ze andere moeders zeggen. Over haar dochter! Heerlijk.

Gemopper
Nu wordt er gezucht als Norah de kans mist. Wat een kans, twee meter van de lege goal. Ze had de bal niet verwacht. Er stonden nog twee mannetjes tussen. Oké, stop de wedstrijd maar. Ik ga naar huis, denkt ze op zo'n moment. Ze hoorde het 'oeh' en 'aah' vanaf de zijlijn. Het gemopper van medespelers. Ze hoeven heus niets te zeggen. Ze weet het zelf.

"Jammer, kom op meiden," roep Hélène. Ze is een strenge coach, maar ook lief.
Norah zegt sorry, voor het missen van de bal. Meisjes zeggen vaker sorry. Sorry dat ik de bal doorliet. Sorry dat ik je enkel raakte.

"Ik heb de eerste helft ook gespeeld hoor!' roept Sydney naar haar moeder, die het terrein op komt lopen.
"Ja, ja."
"En gescoord!"
Dat doelpunt heeft haar moeder dus gemist. Ze wordt bedankt.

De vader van Jaden fluistert zijn dochter in dat ze slimmer moet spelen, niet elke keer het lichamelijke duel aan moet gaan.

Susannah kijkt geregeld naar Mo. Een handbeweging is genoeg om een paar passen naar voren te doen. Daarna een geheven duim en een bemoedigende blik.

Naast Elfi's vader staat haar opa. "Knijpen El." Elke maandagavond komt hij bij hen eten. Pakt hij pen en papier, tekent wedstrijdsituaties uit en vertelt hoe ze moet doordekken. Je moet leren van je fouten. Steeds beter worden.

Soms zegt haar moeder iets over de wedstrijd. "Dat had je anders moeten doen, Elfi."
Dan kijkt ze haar moeder aan. "Waar heb je het over? Dat weet je helemaal niet."

Kritiek
De coach van de tegenstander gaat tekeer, zoals zo vaak. Neerbuigende opmerkingen. "Die kan je makkelijk hebben. Je bent veel beter."

Het maakt ze juist sterker. "O ja? Kom maar op dan."

Op de eigen bank.
"Een thermobroek bij jongens vind ik lelijk."
"Die verdediger is lang, maar zo dik dat hij niet kan springen."
"Nina is zo snel. Als die naar de bal rent, hoef je je geen zorgen te maken."
"Waar gaan jullie met vakantie naartoe?"
"Kom op Isa." Isabel wordt Isa, Mercedes Mer, Zoeëy wordt geen Zo, want dat is saai, maar Sydney is wel Syd.

Ze wordt gewisseld. Schopt tegen de zijkant van de dug-out.
"Als je één keer niet traint, speel je een helft. Als je twee keer niet traint, krijg je maar twintig minuten."

"De broer van Isabel is zo'n stuk! Daar staat ie, met die zonnebril op. Hij deed mee aan Hollands next topmodel. De hele tijd vragen ze Isabel naar hem. Ze wordt er gek van."

"Je vader fluit drie keer te veel voor de tegenpartij.'
"Hij wil niet dat ze denken dat hij een thuisfluiter is."
"Is hun keeper een jongen of een meisje?"
"Ze is nu een jongen. Het is de ex van een vriendin van mij. Die is bi."
"Jankt Sydney?"
"Ja, ze jankt."

Meisjes reageren gevoeliger op kritiek. Die zeggen 'drie weken geleden zei je dat over mij'. In het begin van het seizoen moest Hélène het nog even aftasten. Zat er weleens een meisje na de training te huilen.

Als ze met hun tas komen aanlopen, ziet ze het vaak al.

"Is er iets? Wil je even praten?"

"Nee, er is niks," zeggen ze dan, maar zó dat ze voelt dat er wel iets is. Met thuis of op school.

Vaak willen ze juist alleen maar voetballen. Als Hélène maar weet dat er iets is. Dat ze hen maar even moet laten en niet te streng zal aanpakken.

Randje buitenspel
Ze zijn voetbalmeisjes. Op school weten ze het. Toen ze het nog niet wisten, zeiden de jongens dat ze maar bij de andere partij moesten. Toen ze het wel wisten, zeiden ze: "Zullen we nieuwe partijen maken? Zij is bij ons."

Susannah denkt dat je met achttien ook nog kunt doorbreken Beeld Dingena Mol

Misschien worden ze profvoetballer. Als die scouts eens goed kijken, tenminste. En als profclubs eindelijk eens meisjesteams gaan nemen. Gelukkig hebben ze vandaag niet verloren van Zeeburgia, maar gelijk gespeeld. Mo had gevlagd en de goal werd afgekeurd. Randje buitenspel.

Normaal vlagt Mo echt eerlijk, het zijn kinderen, maar nu kon hij het niet over zijn hart verkrijgen die teleurgestelde meisjes te zien. Ze hadden zo goed gevoetbald, maar waren vergeten zichzelf te belonen. Die jongens waren heel fel, hadden hen op de enkels gelopen. Moest hij zijn vrouw en al die klanten in zijn cafetaria gaan vertellen dat ze weer hadden verloren.

Bloed, zweet en tranen
De meiden van Buitenveldert O16 kunnen de bal over veertig meter op je stropdas leggen. Ze hebben een hard schot. Ze koppen als het moet. Ze kunnen de Zidane en de Iniesta.

Susannah neemt de bal nooit op de borst. Dat is haar te pijnlijk. Liever doet ze een stap naar achteren en laat de bal op haar buik komen. Elfi niet. Je moet je borst niet uitsteken, maar intrekken. Dan rolt de bal pijnloos van je lichaam.

De avond voor de wedstrijd dromen ze voetbal. Norah ziet zichzelf een goede actie maken, speelt tegenstanders uit en schiet de bal in de kruising. Elfi droomt dat ze niet vooruit kan komen, dat van alle kanten jongens aanstormen en dat als ze de bal schiet, die traag als door een grote plas water rolt.

Zestien meisjes, zestien uiteenlopende karakters. Shauna is een straatvechter. Sydney voetbalt als een jongen. Uma is een bijter. Bezi moet je drie keer voorbij. Daniëlle is snel naar de grond. Bloem is de enige linkspoot. Zoeëy neemt grote passen, alsof ze zweeft.

Op de club douchen ze niet, want hun ouders vinden het onhygiënisch. Alles is oud, over een paar jaar moeten ze plaatsmaken voor de bedrijventorens van de Zuidas. Uit douchen ze ook niet. Daar zijn ze vaak de enige meisjes. Doen jongens opeens de deur open. Zo wordt de stap van samen douchen steeds groter, straks bij de dames.

Meisjesvoetbalbenen
Bij Buitenveldert zijn meisjes in voetbalkleren normaal. Ze hebben dertig meisjesteams. Misschien wel de meeste van Europa. Meisjesvoetbalbenen zijn trouwens mooi, vinden ze. Kuiten moeten van onderen smal zijn en van boven dik. Als ze recht lopen, van de enkels tot de knie, weet je dat het vet is.

Als ze zich goed voelen, praten ze veel, lachen ze uitbundig. Dat lijkt ongedisciplineerd, maar meisjes zijn anders dan jongens. Het gevoel is belangrijker. Het is fijn om samen te spelen. De blijdschap van de anderen te voelen als ze voor staan. Dat je de winnende maakt en ze allemaal op elkaar duiken.

Vorig jaar speelden ze in de bekerfinale tegen meisjes. Konden ze eindelijk laten zien hoe goed ze waren. Maar de tegenstander maakte bezwaar bij de KNVB. Het was niet eerlijk, want zij speelden altijd tegen jongens. Toen werden ze gediskwalificeerd. Jammer van de beker. Oneerlijk ook.

Bij het omkleden draaien ze Nederlandse rap, van jongens uit Zuidoost. En Hazes, Bloed, zweet en tranen. Daarop loopt het lekker het veld op.

Ze dromen over Ajax en Manchester. Hun ouders dromen mee.

Sommige hebben stijve heupen, anderen juist losse. Sara draait zo bij haar mannetje weg. Als de scheids te veel laat doorgaan, zijn meisjes de dupe. Ze willen sterke onafhankelijke vrouwen zijn, maar zijn het nog niet. Meisjes vormen soms groepjes.

Dat is slecht voor het teamgevoel. Jongens zeggen: "Ik ga naar die club want daar heb ik meer kans om het te halen." Meisjes vinden dat moeilijker. Je vriendinnen laat je niet zomaar in de steek. Mensen die het weten zeggen: "Als je niet bij de jongens gaat, zul je de top niet halen."

Elfi gaat misschien naar de jongens. Op haar kamer hangt een tekst: 'Ik wil in Oranje, maar dat is logisch.' Ze denkt dag en nacht aan voetbal. Je moet het echt willen. Half doen werkt niet. "De vriendschap is niet weg als je naar de jongens gaat," zeggen de anderen.

Paul Teunissen schrijft maandelijks een longread. p.teunissen@parool.nl

Uitslagen

BTV O16 - Geuzen Middenmeer O15 1-3
TABA 015 - BTV 016 1-5
BTV 016 - Zeeburgia O15. 3 1-1

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden