Plus PS

Klaas Boomsma wisselde cocaïne en bier in voor halve marathons

Klaas Boomsma (42), de broer van, wisselde cocaïne en halve liters bier op tijd in voor halve marathons. En schreef er een boek over.

Klaas Boomsma: 'Verslaving is een dodelijke ziekte, die alles in iemands leven en omgeving verwoest' Beeld Martijn van de Griendt

Een sporttas gevuld met ongeopende brieven. Rekeningen, aanmaningen, dwangbevelen: een puinhoop van papier. Om er niet aan te hoeven denken, dronk hij. Om meer te kunnen drinken, snoof hij. En hoe meer hij dronk en snoof, hoe groter de papieren puinhoop werd.

Het ging niet goed met Klaas Boomsma. En toen hij door een financiële meevaller zijn schulden opeens allemaal kon aflossen, werd duidelijk dat dát het grote probleem niet was. Het drinken ging door, net als de drugs, de leugens, de zelfverwoesting.

In een kliniek in Zuid-Afrika maakte hij 5,5 jaar geleden schoon schip. Toen hij stopte met de drank en drugs, begon hij te rennen. De drank maakte plaats voor hardlopen, geen halve liters meer bij de avondwinkel, maar halve marathons. En hele. Hij schreef er een boek over: Ren Voor Je Leven.

Hoe ziet een dag in uw leven er nu uit?
"Ik word nu vroeg wakker, omdat mijn dochter Daantje wakker wordt. Rond half zeven. Dan ga ik koffiezetten en lig ik nog even met mijn vrouw Alexandra en Daantje te chillen. We beginnen altijd met een gedachte voor de dag uit een boekje van de AA. Dan pas ik in de ochtend op Daantje en in de middag ga ik werken of hardlopen - of ­allebei. In de avond geef ik vaak nog training bij de Vondelgym, de sportschool van mijn broer Arie. Het zijn ­dagen met regelmaat en vol liefde."

Nuchtere dagen.
"Ja, ik denk nog weleens: hoe had ik dit in godsnaam moeten doen als ik nog had gedronken en nog steeds coke had gebruikt? Tot vier uur 's nachts blijven zitten in je eentje en dat er dan zo'n kind aangaat - dat moet de hel zijn. Dat had nooit gekund."

Even terug in de tijd: hoe zagen uw dagen er toen uit?
"Er waren goede en slechte fases, maar in de maanden voordat ik naar de kliniek in Zuid-Afrika ging, was het zoiets: op een doordeweekse avond ging het drinken een tandje omhoog zo gauw mijn toenmalige vriendin naar bed was. Of ik hád al coke in huis of ik belde een dealer."

"Als ik dan naar buiten moest om hem te treffen, kocht ik meteen een paar 8.6'jes in de avondwinkel - extra sterk bier. Ik dronk ze het liefst lauw want dat hakt er harder in. Steeds dacht ik: eigenlijk moet ik nu naar bed. Maar nog één sleutelpuntje, nog één glaasje, en oké, nog één peuk op het balkon. Dat dan tot een uur of vier 's nachts, en dan vroeg opstaan omdat ik moest werken."

En ondertussen stapelden de rekeningen zich op?
"Dat begon toen weer te komen, maar de grootste schuld had ik opgelost. Een bizarre ontknoping was dat: ik won een klap duiten in een quiz, waardoor ik in een keer van mijn zorgen af was. Dacht ik tenminste, maar dat was één groot rookgordijn. Het probleem was natuurlijk niet dat ik mijn rekeningen niet betaalde. Het probleem was waar dat geld in the first place allemaal aan opging. Het probleem was de drank en die andere ellende."

U praat er makkelijk over.
"Mensen vragen weleens of ik het lastig vond om het op te schrijven. Nee, maar het teruglezen wel. Jongen toch, dacht ik steeds, zoals mijn vader zei toen hij me in bed legde, nadat ik voor het eerst stomdronken was thuisgekomen. Maar ik heb het leren begrijpen, daarom praat ik er makkelijk over. Accepteren dat verslaving een ziekte is en hoe die eigenlijk werkt."

"Dat duurde wel even. Ik ben van huis uit een calvinistisch jong en daar hoort bij dat schaamte en schuldgevoel je niet makkelijk loslaten. Terwijl jezelf vergeven zo ­belangrijk is bij het opbouwen van een nieuw leven. ­Eigenwaarde terugkrijgen, daar heeft het hardlopen enorm bij geholpen."

Hoe begon u met rennen?
"In de afkickkliniek in Zuid-Afrika - naast een café overigens, je hoorde klinkende glazen vanuit de tuin - ging ­elke ochtend om zes uur de deur open, voordat om half acht het dagprogramma begon. Die tijd was voor jezelf en dan kon je even naar buiten. Sommige mensen gingen dan hardlopen en ik ging mee."

Waarom?
"Ten eerste omdat het zo makkelijk is. Je kunt het gewoon doen. En vanaf de eerste keer dat ik meeging, was het niet eens meer een vraag voor me of ik zou blijven hardlopen. Meteen vond ik het goed. Niet lekker, maar goed. Sindsdien ben ik het blijven doen en nu verdien ik er zelfs mijn geld mee; ik schrijf erover en geef training."

In de gym van je broer Arie. Heeft hij een rol gespeeld in het hele proces?
"Een heel grote. In de periode van mijn verslaving stonden we wat verder bij elkaar vandaan omdat ik onbetrouwbaar was. Maar toen ik terugkwam uit de kliniek, had ik geen huis en kon ik bij hem terecht. Onbetaalbaar was dat."

"Vier maanden bivakkeerde ik op een bedje in zijn woonkamer. Mijn jongere broer Sytze was me net voorgegaan, die kon ook bij Arie terecht na zijn periode in diezelfde kliniek in Zuid-Afrika. Hij heeft daarna ook nooit meer gebruikt."

Wat is dat toch met Boomsma's en verslavingen?
"Het is een genenkwestie. Het heeft natuurlijk veel zorgen en verdriet teweeg gebracht, maar doordat Sytze en ik allebei dit proces zijn doorgegaan en een nieuwe manier van leven hebben omarmd, is er meer openheid ontstaan binnen de familie. Als twee mensen er zo'n puinhoop van hebben gemaakt, wordt het voor iedereen makkelijker om over de eigen zwaktes te praten."

Het is rennen in plaats van drinken geworden. Heeft u de ene verslaving voor de andere ingeruild?
"Verslaving is een dodelijke ziekte, die alles in iemands leven en omgeving verwoest. Dat kan ik niet met hardlopen vergelijken. Ik heb nog nooit iemand horen verzuchten: mijn partner is vannacht weer eens niet thuisgekomen omdat hij weer is gaan hardlopen. Of dit weekend heeft hij zijn hele salaris erdoor gejast aan hardlopen."

"Dat ik verslingerd ben aan de sport is zeker waar. In het begin op het obsessieve af. Maar dat is echt iets totaal ­anders dan een verslaving. Voor mij is de kern van verslaving ook ergens mee beginnen en niet meer kunnen ophouden. Maar als ik ga hardlopen, loop ik een rondje en dat is het dan. Het is niet dat ik er dan 's avonds nog even stiekem uitglip voor nóg een rondje."

Maar het is wel een soort roes.
"Ja, en vooral vervulling van de leegte. Het geeft mij een reden om naar buiten te gaan. Het is iets spiritueels; ik voel me in contact met iets groters als ik loop. ­Bovendien: het relativeert en is meditatief. Ik heb het echt nodig."

Gaat het mis als u niet meer loopt?
"Nee, het belangrijkste voor mijn herstel is het 12 stappen-programma van de AA. Van toegeven dat je een probleem hebt tot het proberen goed te maken met je omgeving en het voornemen om dat dagelijks te onderhouden. Tot uiteindelijk dat doorgeven aan een ander met een verslaving. Voor mij speelt het rennen een essentiële rol in het herstel, maar ik claim niet: ga een rondje rennen en je problemen zijn opgelost."

"Ik ben niet gaan lopen om clean te blijven. Maar het heeft erbij geholpen, zéker. Vooral het effect dat ik me ­beter over mezelf ging voelen, waardoor ik minder de drang had om mezelf te verdoven."

Denkt u nooit: was ik maar eerder gaan rennen?
"Ja, dat denk ik weleens. Maar vooral omdat ik die marathon dan allang een keer onder de drie uur had gelopen. Als ik het lopen had ontdekt zonder dat programma van de AA, was het toch niks geworden. Eerst toegeven dat je alcoholist ben, dan het oplossen en daarna het rennen. Ik hoop dat ik altijd blijf rennen ja, de rest van mijn leven."

Klaas Boomsma: Ren Voor Je Leven. Uitgeverij Prometheus, €17,50.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden