Kirk Douglas in zijn glansrol als Spartacus, in de gelijknamige film uit 1960.

PlusTen slotte

Kirk Douglas (1916-2020): ‘Amsterdamse’ Spartacus

Kirk Douglas in zijn glansrol als Spartacus, in de gelijknamige film uit 1960.Beeld Bettmann Archive

Kirk Douglas, die woensdag op 103-jarige leeftijd is overleden, was een van de laatste overlevenden van het klassieke Hollywood.

Hij speelde in meer dan negentig films, maar een Oscar leverde dat Kirk Douglas niet op. Pas in 1996 kreeg hij van de Academy een speciale ereprijs voor vijftig jaar werk in de filmindustrie. Gedenkwaardige rollen speelde hij genoeg. De bekendste is waarschijnlijk die van de opstandige Romeinse slaaf in Spartacus, de door Stanley Kubrick geregisseerde filmhit uit 1960.

De film bood Douglas volop gelegenheid zijn brede torso te tonen, maar hij viel toch vooral op door zijn wilskrachtige kop, die bijna gebeeldhouwd leek: scherpe kaaklijn, felblauwe ogen en – zijn handelsmerk – een kuiltje in de kin. Spartacus was ook de film waarmee Douglas bijdroeg aan het einde van de beruchte black list in Hollywood: als coproducent van de film liet hij de van communistische sympathieën verdachte scenarioschrijver Dalton Trumbo ge­woon onder eigen naam bij de ­credits vermelden.

Kirk Douglas was een van de laatste overlevenden van het klassieke Hollywood. In bekendheid was hij al lang voorbijgestreefd door zijn acterende zoon Michael, maar in de jaren vijftig en zestig was hij een van de grootste Amerikaanse acteurs. Het succes kwam hem als zoon van arme Russisch-Joodse immigranten niet aanwaaien. The Ragman’s Son (‘De zoon van de voddenboer’) is de veelzeggende titel van zijn in 1988 verschenen autobiografie.

Zelfverzekerde types

Hij werd in 1916 geboren in Amsterdam, in de plaats met die naam in de Amerikaanse staat New York. Hij was de enige jongen in een gezin met zeven kinderen en was er vroeg van overtuigd dat hij het ver zou schoppen. Voor hij ­professioneel acteur werd, doorliep hij naar eigen zeggen eerst zeker veertig andere baantjes. Als jongetje was Izzy, zoals hij toen nog heette, al druk in de weer.

Als student aan American Academy of Arts, waar Lauren Bacall een klasgenoot van hem was, begon Issur Danielovitch Demsky, zoals hij bij de burgerlijke stand bekend was, zich Kirk Douglas te noemen, later werd het zijn officiële naam. Doorbreken deed hij met zijn rol als gewetenloze bokser in Champion, waarvoor hij zijn eerste Oscarnominatie kreeg – er zouden er nog twee volgen.

Stoere en zelfverzekerde types werden ­Douglas’ specialiteit. Indruk maakte hij in 1956 niettemin in een geheel andere rol: die van de geestelijk zwaar getroebleerde schilder Vincent van Gogh. Als toneelacteur speelde hij op Broadway in One flew over the cuckoo’s nest. Voor de filmversie daarvan, uit 1975, werd hij – toen al – te oud geacht. Naar verluidt heeft hij het zijn zoon Michael, producent van de film, nooit helemaal vergeven dat Jack Nicholson de hoofdrol kreeg.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden