Kinderstem, 3 april 1946

Beeld .

Jan Romein schreef op 3 april 1946 een artikel over het toen nog onbekende dagboek van Anne Frank op de voorpagina van Het Parool. Door dit bericht toonden de eerste uitgeverijen hun interesse in het Dagboek. In 1947 verscheen de eerste druk van 'het Achterhuis' bij uitgeverij Contact.

Het Parool, 3 april 1946:

Kinderstem
Door een toeval heb ik een dagboek in handen gekregen, dat tijdens de Oorlogsjaren geschreven is. Het Rijksinstituut voor Oorlogsdocumentatie bezit al omtrent tweehonderd dergelijke dagboeken, maar het zou mij verbazen als daar nog één bij was, zó zuiver, zó intelligent en toch zo menselijk als dit, dat ik het heden met zijn vele plichten voor één avond vergetend, in enen gelezen heb.

Toen ik het uit had, was het nacht en het verwonderde mij, dat het licht nog brandde, dat er nog brood en thee te krijgen waren, dat ik geen vliegtuigen hoorde ronken en geen soldatenlaarzen klonken op straat, zó had de lezing mij gevangen en teruggevoerd naar de onwezenlijke wereld die nu al bijna weer een jaar achter ons ligt.

Het is geschreven door een joods meisje, dat 13 jaar was toen zij met haar ouders en een ouder zusje onderdook en dit dagboek begon en het eindigt ruim twee jaar later, toen de Gestapo het gezin op een onzalige dag ontdekte. Eén maand voor de bevrijding is ze in een der ergste Duitse concentratiekampen overleden nog vóór haar zestiende verjaardag.

Hoe, daar wil ik mij niet in verdiepen. Maar het zal, staat te vrezen, ongeveer geweest zijn als nu reeds in zoveel kampherinneringen te lezen staat, misschien wel zoals beschreven in de onlangs verschenen brochure Tussen leven en dood in Auschwitz, al was het dan in een ander kamp.

De wijze van haar dood is ook niet belangrijk. Belangrijker was dat dit jonge leven moedwillig afgesneden werd door een systeem, welks geesteloze wreedheid wij elkaar weliswaar gezworen hebben nimmer te vergeten of te vergeven toen het nog woedde, maar dat wij desondanks, nu het voorbij is, toch reeds bezig zijn zo niet te vergeven dan toch te vergeten, wat uiteindelijk op hetzelfde neerkomt.

Voor mij echter is in dit schijnbaar onbetekenende dagboek van een kind, in dit door een kinderstem gestamelde 'de profundis' alle afzichtelijkheid van het fascisme belichaamd, méér dan in alle processtukken van Neurenberg bij elkaar. Voor mij is in het lot van dit joodse meisje de ergste misdaad samengevat die de eeuwigverfoeilijke geest beging. Want die ergste misdaad is niet de vernietiging van leven en cultuur op zichzelf -- deze kunnen ook aan een cultuurscheppende revolutie ten offer vallen -- maar het verstoppen van de bronnen der cultuur, de vernietiging van leven en talent alleen uit domme vernietigingsdrift.

Dit meisje zou, als niet alle voortekenen bedriegen, een begaafde schrijfster geworden zijn als zij was blijven leven. Op haar vierde jaar uit Duitsland hierheen gekomen, schreef zij tien jaar later reeds een benijdenswaardig zuiver en sober Nederlands en toont zij zo'n feilloos inzicht in de menselijke natuur -- haar eigen niet uitgezonderd -- dat het verbaasd zou hebben in een volwassene, laat staan in een kind. Maar zij toont evenzeer de oneindige mogelijkheden van diezelfde menselijke natuur, die in de humor, de deernis en de liefde gelegen zijn, waarover men zich misschien nog meer moet verwonderen en zelfs zou terugschrikken wanneer verwerping en aanvaarding niet tegelijk zo innig kinderlijk waren gebleven.

Dat dit meisje geroofd en gedood kon worden, is voor mij het bewijs dat wij de slag tegen het beest in de mens verloren hebben. En we hebben die verloren omdat we er niets positiefs tegenover hebben gesteld. En daarom zullen we hem wéér verliezen, in welke vorm de onmenselijkheid ons ook belagen mag, wanneer we niet in staat zijn er iets positiefs tegenover te stellen.

De belofte dat wij nooit vergeten en vergeven zullen, is niet voldoende. Het is zelfs niet voldoende die belofte te houden. Passieve en negatieve afweer is te weinig. Actieve en positieve 'totalitaire' democratie, politiek, sociaal, economisch en cultureel zal het enige redmiddel blijken: de opbouw van een maatschappij waarin het talent niet langer vernietigd, verdrukt en verdrongen, maar ontdekt, gekweekt en voortgeholpen wordt, waar het zich ook maar voordoet. En van die democratie zijn we met al onze goede bedoelingen nog even ver verwijderd als vóór de oorlog.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden