Kinderombudsman Amsterdam: 'Hulp aan kind te veel vanuit regel'

De stem van het kind wordt onvoldoende gehoord door hulpverleners en andere professionals. Dat is de hoofdboodschap in het allereerste jaarverslag van de eerste kinderombudsman van Amsterdam, Anne Martien van der Does.

Anne Martien van der Does Beeld Annemieke Jeuring, Rechtbank Amsterdam

In navolging van Rotterdam en Den Haag heeft Amsterdam nu ook een eigen kinderombudsman. Van der Does (57) is al eerder voor zes jaar benoemd als plaatsvervangend gemeentelijk ombudsman. Sinds de zomer van vorig jaar is ze op verzoek van de gemeenteraad ook kinderombudsman.

U was eerder kinderrechter en bestuursrechter. Waarom wilde u kinderombudsman worden?
Van der Does: "Ik kreeg als rechter ­regelmatig te horen: ik snap de opgelegde maatregelen, maar de uitvoering klopt niet. Er is vaak miscommunicatie waardoor dingen niet goed gaan. Als rechter kon ik dat niet beïnvloeden. Als ombudsman wel."

Er is veel te doen over de verhouding tussen de nationale ombudsman en de nationale kinderombudsman, die moest vertrekken. Is een soortgelijk conflict in Amsterdam denkbaar?
"Nee. Ik ben voor zes jaar benoemd door de gemeenteraad als plaatsvervangend ombudsman en kan niet zomaar worden weggestuurd. De gemeentelijk ombudsman, Arre Zuurmond, en ik hebben de taken verdeeld. Hij bemoeit zich niet met de kinderzaken. Mijn bevoegdheid is afgeleid van die van Arre."

In uw jaarverslag schrijft u dat het belang van het kind vaak ondergeschikt is aan naleving van de regels.
"Het is ongebruikelijk de stem van het kind als uitgangspunt te nemen in de gemeentelijke systemen. Wie in aanmerking komt voor jeugdhulp, krijgt te maken met de Jeugdwet. Leerlingenvervoer heeft weer een eigen regeling. Vanuit de Participatiewet zijn er allerlei regelingen om scholieren te helpen. En allemaal hebben ze een aparte klachtenregeling. Steeds wordt naar een geval vanuit de regeling gekeken. Terwijl er per kind of gezin gekeken zou moeten worden waaraan het behoefte heeft."

"Zo kan het dat een kind dat na school naar de fysio moet, eerst naar huis wordt gebracht en daarna per taxi naar de fysio gaat. Terwijl de fysio hemelsbreed dichter bij school zit. Volgens regels van het leerlingvervoer moet je eerst naar huis. De regeling staat centraal, niet het kind."

Algemene regels zijn noodzakelijk en die passen niet voor elke casus.
"Maar de algemene regels zijn nu wel heel erg dichtgetimmerd. Ga uit van de behoefte van het kind, niet van de behoefte van het systeem."

U noemt het voorbeeld van kinderen van dakloze ouders.
"Er zijn gevallen van ouders die zwerven of bij vrienden logeren, terwijl hun kind in een crisisopvanggezin zit. Terwijl de ouders op zich prima in staat zijn op te voeden. Ze hebben alleen geen dak boven hun hoofd. Veel beter zou het zijn extra opvangplekken voor gezinnen te hebben. Ze worden nu vaak in een hotel opgevangen en staan op een wachtlijst. Ze mogen alleen in woningen die groot genoeg zijn voor een gezin. Je zou de regels moeten versoepelen, zodat mensen tijdelijk een kleine woning mogen accepteren."

Het gebrek aan contact van hulpverleners met kinderen vindt u schokkend.
"Jeugdhulpverleners klagen over gebrek aan medewerking bij ouders. Kinderen zeggen: ik weet niet wie de hulpverlener is. Ook al is een kind pas acht of nog jonger, je moet er wel mee praten, al is het maar om uit te leggen waarom iets gebeurt. Te veel tijd van hulpverleners zit in contacten met ouders, hun eigen team en andere instanties. Het kind is dan sluitpost."

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden