Plus longread

Kinderen van Mokum kraken 'met het verhaal van alle Amsterdammers'

Er is geen betaalbare woonruimte, de lonen van baantjes zijn laag. De rijke jeugd redt zich wel, maar de rest? Hoe kun je nog normaal leven? De Kinderen van Mokum - alle leeftijden - komen in verzet tegen het uitmelken van de stad.

Kinderen van Mokum hebben een pand gekraakt in de Anjeliersstraat Beeld Marc Driessen

Helemaal lekker voelt het niet, dat hij nu in die oude diamantslijperij in de Jordaan woont. Moos (19) is opgevoed met het idee dat je moet afblijven van andermans spullen. En kraken vinden zijn ouders ook maar zozo. Als hij na een wereldreis een stel jongeren in zijn kamer vond, zou hij het ook niet waarderen. Boosheid zit niet in zijn natuur, dus hij zou geen stennis gaan zitten schoppen.

Hij begreep die eigenaar of huurder van dat pand aan de Prinsengracht wel, toen ze daar met zijn dertigen, de armen in elkaar gehaakt, voor zijn huis stonden. Die man was gaan duwen en trekken en had hier en daar een klap uitgedeeld. Veel hadden ze er niet van gevoeld. Als je met zoveel mensen bent, lijf aan lijf, dan voel je je heel sterk.

Oké, had Moos even gedacht toen die zes politiebusjes aankwamen, met van die grote laadruimtes om allemaal mensen in te stoppen. Ze konden hen echt meenemen en opsluiten.

Dat was niet gebeurd. Hun woordvoerder had met de politie gesproken en zo was het redelijk kalm gebleven.

Als iemand dit pand van zijn laatste centen heeft gekocht en hij bijna met pensioen gaat, wil Moos er best uit gaan. Maar niet als zo'n vent al veertig panden heeft. Die dit leeg laat, zodat de prijs nog meer oploopt. En hij straks drie grote lofts bouwt en voor de hoofdprijs aan een paar rijke koppels verkoopt. Die niets hebben met deze buurt met veel sociale huur. Er niets aan toevoegen en alleen maar te veel ruimte innemen. Net als dikke mensen in een vliegtuig. Zo de minder gefortuneerde bewoners de stad uit drukken.

Dan kan die eigenaar de pot op.

Ze noemen hem caveman, omdat hij er zo uit ziet. Zijn vader nam hem op zijn derde mee de stad uit, naar Purmerend, maar zodra hij een beetje zelfstandig kon denken begon hij ernaar terug te verlangen. Toen hij een paar jaar geleden eindelijk weer in de stad woonde, voelde het alsof hij weer thuis was. Hij ontdekte elke keer nieuwe plekjes, waar iets bijzonders gebeurde. Zoals het Spinhuis, onder de Multatulibrug.

Er waren dichters en muzikanten en het stonk er heel erg. Het was de stank van de rottende benen van de gevangenen die er vroeger hadden gezeten, werd er gezegd. Maar het Spinhuis is nu weg, zoals steeds meer bijzondere plekken moeten wijken voor iets dat veel geld opbrengt.

De mystiek verdwijnt uit de stad. Mina (18) weet nog hoe ze wel eens over een verlaten plein liep. Het Spui of het Koningsplein. Nu zijn al die straten en pleinen altijd en overal vergeven van de mensen. Ben je er nooit meer alleen.

Kijk, met toerisme an sich is niets mis. Het is mooi dat mensen uit andere landen naar de stad komen om die te bewonderen. Het gaat mis als de stad wordt ingericht rondom het toerisme. Dan verdwijnt de ziel uit de stad en dat is wat er nu gebeurt. Dat is een van de dingen waar ze zich boos over maken, maar er is nog veel meer.

En nu dit...
In het vorige pand was de wijkagent steeds langs gekomen. Het bankje waarop ze zaten moest van de straat, zei die. Na een paar dagen had hij het bankje opgepakt en was ermee tegen de voordeur gaan rammen. Hij had het toch gezegd?

Mina, Ramses en de anderen hadden met grote ogen staan kijken naar de man, die de rechtstaat vertegenwoordigde. Haar leven lang had Mina geloofd dat de politie voor het goede stond. En nu dit.

Abel, die binnen aan het werk was, kwam op de commotie af en zag zijn vrienden als aan de grond genageld staan.

"Welkom in mijn wereld," zei hij.

Hij was opgegroeid in een kraakpand. Hij had vaak genoeg gezien hoe mensen die aardig voor hem waren, later werden geslagen door de politie. Als die aan de deur kwam, wist Abel dat hij kort daarop zijn stekkie zou kwijtraken.

Ramses, Mina en de anderen hebben niet zoveel vertrouwen in de stadsbestuurders. Kijk, Amsterdam is een fijne stad gebleven omdat zijn inwoners er in de jaren 60, 70 en 80 voor hebben gevochten. Tegen het bestuur. Tegen de afbraak van buurten, de aanleg van snelwegen door het centrum, tegen leegstand en vertrutting. Zonder hen was Amsterdam nu een soort Rotterdam geweest.

Abel Beeld Marc Driessen

En nu heb je die gentrificatie. Money is the maker. Alles wat mooi en waardevol is, wordt opgeofferd voor het geld. Overal zie je borden met luxury city apartments, nieuwe hotel- en kantoortorens.

Ze horen leeftijdgenoten mopperen, dat ze vijf-, zeshonderd euro moeten neertellen voor iets ter grootte van een badkamer.

Weet je hoeveel uur je daarvoor moet werken als je negentien bent? Ramses en Erco werken in Pacific Parc, Mina in kledingwinkels en Abel is postbesteller. Krijg je 4,80 per uur. Als je geluk hebt zes. Moet je honderd uur werken om zo'n kamer te kunnen betalen en dan heb je nog niets gegeten.

"Dan blijf je toch nog even bij je ouders wonen," zeggen mensen. Die zijn zeker vergeten dat ze zelf jong waren. Met achttien word je als volwassen beschouwd. Je mag werken, stemmen, studeren. Moet je thuis blijven wonen omdat er geen betaalbare kamers zijn?

Je kunt je inschrijven voor een sociale huurwoning, die je krijgt aangeboden als je halverwege de dertig bent.

Antikraak is schijnwonen, omdat de plek nooit van jou zal zijn en ze je binnen 28 dagen eruit kunnen zetten. Ze hebben belachelijke regels, dat je alleen tussen zeven en tien uur mag koken en ze komen zomaar binnenlopen. Het is verkapte leegstand, zodat pandeigenaren alsnog kunnen wachten tot de prijs naar wens stijgt.

Mina hoorde vriendinnen op het Montessori Lyceum Amsterdam zeggen dat ze over twee jaar in De Pijp of de Jordaan zouden gaan wonen. Ze begreep toen niet hoe meisjes van zestien jaar dat al konden weten. Twee jaar later wel. Hun ouders hadden huizen voor hen gekocht, voor haar en vijf vriendinnen van het studentencorps. Dat is toch wel het stomste en irritantste dat er is.

Mina verdient haar eigen geld. Als ze een keer krap zit, belt ze haar ouders.
"Het lukt deze maand niet."

"Hoeveel moet je hebben?" Haar ouders maken het over.

Ze groeide op in Oud-Zuid, mocht bij tennis, hockey, naailes. Ze dacht dat alle kinderen dat konden doen. Hier hoorde ze dat jongens als Ramses en Abel al jong zelf overal voor moesten zorgen. Hun ouders zijn leraar en verloskundige of werken in de horeca. Ze hebben modale inkomens, wonen in kleine huizen, met hun broers en zusjes. Die kunnen geen geld missen.

Vernederen
Twee jaar geleden waren ze met zijn allen op het Stenen Hoofd. Net zo'n loeihete dag als vandaag. Ze hadden er de hele dag rondgehangen. Gingen alleen van het eiland om nieuw bier te halen. Ze spraken erover dat er voor jongeren als zij geen woonplek is.

Erco Beeld Marc Driessen

Toen was Abel, drijvend op een luchtbed in het IJ, over kraken begonnen.

"Maar dat mag toch niet?"

Konden hun ouders niet helpen en wilden ze zich niet bij het corps laten vernederen om in een of ander dispuuthuis te kunnen wonen? En wilden ze wel een woning in hun eigen stad?

Tot diep in de nacht hadden ze op het Stenen hoofd zitten discussiëren.

De Kinderen van Mokum zouden ze zich noemen. Sommigen vonden het betuttelend klinken. Alsof ze alleen stonden voor de kinderen die in Amsterdam waren geboren, maar dat bedoelen ze niet. Iedereen die zich een kind van Amsterdam voelt, of hij nu vijftien is of zestig, hier of ergens anders geboren, maar zich er thuis voelt, is een kind van Mokum.

Je moet je bek opentrekken als het je onmogelijk wordt gemaakt om een kind van Mokum te blijven.

Liever fleurige kleding
Je weet niet wat je kunt verwachten als je zo'n pand voor het eerst binnengaat. Je doet het met elkaar. Zij die het voor het eerst doen, zijn bloednerveus. Die moet je uitleggen wat er kan gebeuren. Dat de politie kan komen om je mee te nemen. Of de eigenaar met een paar kerels. Maar je bent met zijn allen en je weet dat je geen geweld zult gebruiken. Dat je aan de goede kant staat.

Eenmaal binnen overheerst de blijdschap en omhelzen ze elkaar. Lopen ze samen door dat grote pand. Sommigen joelen als ze die prachtige ruimte ontdekken waar ze de komende maanden samen zullen leven, werken en strijden voor de goede zaak.

"Hier kunnen we de wc bouwen. Daar de keuken. Boven is zoveel ruimte dat we overal kamers kunnen maken."

Dan komen de bakfietsen met matrassen. Iedereen heeft een taak. Mina ging buiten staan om met de buurt te praten. Mina is goed met mensen. Ze had hun uitgelegd dat de kinderen van Mokum in het leegstaande pand gingen wonen. Er waren veel bewoners gekomen.

Sommigen klaagden over de buurt. De overbuurvrouw vertelde dat ze was geschrokken toen ze die in het zwart gehulde mensen zag. De volgende keer moesten ze maar wat fleurige kleding aandoen. Dat vond Mina wel een goed idee. Ze ontwerpt nu lichtblauwe pakken.

Een matras en een plee. Meer heb je niet nodig om ergens te kunnen wonen. Al het andere is luxe. Eerst zat je gewoon, terwijl iedereen voorbijliep, maar nu hebben ze er een groot doek voor gehangen. Dat poept toch lekkerder, maar wel eentje met kijkraampjes.

Ze hadden alle duiven weggejaagd en hun stront van de vloer gehaald. Samen met de dikke laag stof, zodat ze konden ademhalen zonder een dikke rochel in de keel te krijgen.

Daarna waren er ouders komen kijken. De vader van Abel, die zelf had gekraakt, liep door het pand en zei: "Dit en dat moet je doen. De ramen moet je maken. De elektra moet gefikst."

Die vond al snel dat Abel niet genoeg zijn best deed als hij een nachtje bij hem op de bank sliep, omdat hij ergens uit was gegooid. "Er zijn huizen zat. Gewoon opentrappen."

Slaapfeestje
Ze hadden alle matrassen naast elkaar gelegd, op de eerste etage. Het is heel gezellig. 's Nachts het gemurmel van de anderen te horen, wakker te worden en meteen de anderen in de ogen te kijken. Samen eten, samen discussiëren, samen slapen. Een soort eeuwigdurend slaapfeestje.

Sommigen kennen elkaar al van de middelbare school, het IVKO en het MLA. Anderen kennen elkaar pas een paar maanden, maar omdat je zoveel samen doet, voelt het alsof je elkaar al jaren kent.

Je kunt een kamertje op vierhoog achter huren voor zeshonderd euro. Maximaal werken en maximaal lenen. Op het net klagen dat het zo duur is, maar het daarbij laten. Of je kunt zeggen: 'Wacht eens even. Dit is niet eerlijk.'

Ze willen niet meedoen met die ratrace, die iedereen maar normaal is gaan vinden. Zich in de schulden steken en na hun studie aan de Rietveld en de filmacademie in de arbeidsmarkt laten drukken om zo snel mogelijk die zestigduizend euro af te lossen.

Ze zitten hier met veertien vrienden in een groot pand in de Jordaan. Helemaal zelf gefikst. Hoe gaaf is dat?

Eerst zaten ze in die loods in Oost, waar Moos woonde en er een paar bij konden. Bedachten ze op maandag dat ze een expositie zouden houden en bouwden ze allemaal dingen. Fantasiehuizen, met een sound system vol spacy geluiden.

Gewoon, dingen bouwen met dingen die je op straat vindt. Na zo'n expositie hielden ze een groot feest, tot laat in de ochtend. De zondag was om te slapen. De maandag om de bende op te ruimen, maar het waardeloze was dat stipt om negen uur de inspecteur van het een of ander voor de deur stond.

Ramses Beeld Marc Driessen

Die zag de enorme troep en had hen er na een tijdje uitgegooid. Dat was achteraf gezien maar goed ook, want ze leefden in een soort cocon. Een ministadje in die loods. Uiteindelijk gaan school en je andere leven eronder lijden.

Tussendoor hadden ze bij anderen moeten crashen. Nachtje hier, nachtje daar. Ramses was weer bij zijn ouders gaan logeren, maar dat was hem slecht bevallen. Was hij in de oude sleur gekomen van slapen, naar school gaan, eten. Een beetje depressievig geraakt.

Het was zo geestdodend in vergelijking met hoe ze als groep leefden. Elkaars energie te voelen. Niet te weten wat de dag zou brengen. De een werkte aan een toelating voor de Rietveld. Een ander maakte muziek en weer een kwam met een bakfiets vol materiaal thuis. Wakker te worden van het geluid van iemand die driftig timmert aan een kamer.

Iedereen is bezig met dingen die ertoe doen. Ze praten over belangrijke dingen. Luisteren naar de verhalen van oudere krakers. Die zeggen dat je altijd moet zorgen dat er vier mensen thuis zijn, dat je een zak met waardevolle spullen klaar moet hebben, voor als je ineens moet vluchten.

Let's face it
Mina heeft ongelooflijk veel geleerd in de afgelopen tijd. Ze kan een wc bouwen, houten wanden timmeren. Ze kan overleggen met mensen uit de buurt, leert hoe gemeentepolitiek in elkaar steekt, welke regels er zijn, hoe de politie werkt. Ga maar eens aan leeftijdgenoten vragen of ze dat kunnen.

Ze hebben een keuken met een tafel vol eten en drinken. Zij die meer geld hebben, kopen meer. Zij die minder geld hebben, kopen minder. Ze delen alles.

Ze kussen elkaar op de mond. Het voelt als familie. Ze zijn open en eerlijk. Doen zich niet beter of anders voor. Helpen je als je je kut voelt. Als je vertelt dat je te veel blowt en dat je eraan wilt werken. Er serieus op ingaan, maar op een relaxtere manier dan je ouders zouden doen. Soms er gewoon grappen over maken.

Let's face it. Ze zijn 18, 19, 20 en moeten nog veel fouten maken en ongelooflijk veel leren. Halve pubers nog, die liever iets uitstellen tot later. Blijven liggen als ze uit hun nest moeten, voor school of werk.

"Hé Moos. Sta je achter die keuze die je nu maakt?" vraag altijd wel iemand.

Dan gromt hij iets terug. Moos is nogal koppig.

"Weet je wel zeker dat je wilt stoppen met de filmacademie?"

Ja! Hij is veel te druk met de documentaire over henzelf, de Kinderen van Mokum. En met het kraken.

Man van de straat
Soms komen mensen aan de deur voor hulp. Ze hebben afgesproken dat ze iedereen te woord staan, via de brievenbus of raam. Ze kunnen niet iedereen binnenlaten. Sommigen zullen niet meer willen vertrekken. Ze hebben een man in huis genomen die op straat leefde.

Mina Beeld Marc Driessen

Hij zegt weinig en slaapt op een matras in de hoek. Het is een beetje moeilijk, want met zijn allen zo'n pand delen is een sociaal gebeuren. Die man is niet sociaal. Ze hebben vergaderd, of die man wel kon blijven.

Abel vroeg of ze ook medelijden voelden als ze zo iemand op straat zagen. Zelf raakte de man hem diep. Dus het zou wel gek zijn om zo iemand weer op straat te laten slapen.

De tweede week scheen de zon uitbundig en zaten ze met zijn allen op het platdak te chillen. De buren zwaaiden gedag en eentje kwam doodleuk over het dak aanwandelen om kennis te maken. Alles was relaxed. Een man kwam op de fiets uit Oud-West om te vertellen dat daar een pand leegstond en dat de buren liever hadden dat ze het zouden kraken.

"Oké, thanks." Ze zouden het doorgeven.

Allemaal goede vibes, zodat ze vergaten dat ze hier met een doel zaten. Dat je van een ontevreden gast zonder geld voor een dure kamer ineens een linkse activist was geworden. Dat is wel even een andere manier van naar jezelf kijken.

In die zon, met wat bier en misschien een joint erbij, stond je daar niet bij stil. Moos lag languit in een stoel. Als hij sprak stotterde hij een beetje. Mina's haar was groen. Dat van Erco is donkerbruin en lang.

"Als ik mijn kont ermee kan afvegen, knip ik het af."

"Dat kan al," zei Moos. "Gewoon voorover buigen."

En verrek, Erco kon er zo bij met zijn haar. Moos liep naar binnen om de tondeuse te pakken.

Na een stilte zei Erco: "Mag ik er nog van afzien?"

"Natuurlijk, man. Chill."

Toen kwam de brief...
Abel heeft hun uiteindelijke doel wel altijd in zijn hoofd. Die kan soms mopperen, dat ze niet moeten vergeten dat kraken niet makkelijk is. Dan vonden ze hem een zeurkous.

En toen lag die brief ineens op de mat. Van het Openbaar Ministerie. Dat ze binnen nu en acht weken zouden worden ontruimd.

Nu ligt hij daar op de magnetron. Soms pakt iemand hem en leest hem nog een keer. Ze zijn er een beetje stil van.

Gisteren waren ze allemaal vol vuur kamers aan het timmeren. Na een tijdje worden al die stemmen om je heen te veel en ga je verlangen naar een beetje privacy. Ramses en Mina hadden een kamer getimmerd in het huisje op het platdak. Erco had op één hoog die kamer gebouwd. Met een hoogslaper aan het raam zodat, als hij wakker wordt, hij nog even in de zon kan liggen.

Sinds de brief is gekomen, zijn ze gestopt met bouwen.

Nadat Abel de brief had gelezen, was hij met grote passen heen en weer gebanjerd. De anderen keken naar hem, de vader van het kraakidee. Abel kent veel krakers en die krijgen nooit zo'n brief, zei die. Waarom krijgen zij, amper tien dagen nadat ze hier zijn komen wonen, wel zo'n fucking brief?

Ze zagen hoe Abels boosheid groeide en hoe hij steeds beter de woorden vond om die vorm te geven. Hij wist het wel. Ze hebben die brief gekregen omdat de gemeente bang was. Omdat ze met zijn veertienen waren: jong, vol energie en vastberaden. Ze waren fris en wilden echt iets opbouwen. Bang, omdat zij kraakten met een verhaal.

Abel keek naar zijn vrienden. Zouden ze zich door zo'n stomme brief uit het veld laten slaan? Als ze eruit moesten, zouden ze op straat gaan zitten, schreeuwen tot ze gehoord worden. Zich vastketenen aan alles wat ze maar kunnen vinden en zich laten oppakken tot ze erbij zouden neervallen.

Ze kraken met een verhaal en dat is het verhaal van alle Amsterdammers die zich in het nauw gedreven voelen. Van alle kinderen van Mokum voelen zij dat het de verkeerde kant opgaat met de stad. Ze hebben de steun van de buurt, van hun vrienden en ouders.

"Je kunt er niets aan doen, toch?" hoort Mina haar vriendinnen zeggen.

Als je opgeeft kun je net zo goed meteen verhuizen. Ze willen een beetje pit in die Amsterdamse binnen-de-Ring-kinderen pompen. Die denken dat ze onmetelijk vrij zijn, omdat ze hun haar in alle kleuren van de regenboog kunnen verven, maar uiteindelijk gewoon meelopen. Rebels ­without a cause.

Moos Beeld Marc Driessen

Ze willen laten zien dat je je wel kunt verzetten. Tegen woekerhuren, tegen het uitmelken van de stad, tegen het geld dat altijd voor schoonheid lijkt te gaan. Tegen de tendens dat de lieve, open en veelkleurige stad die Amsterdam was en nog een beetje is, steeds meer op een soort Manhattan aan de Amstel begint te lijken.

Hun krakersstrijd is verbonden met de huurdersstrijd. Met de strijd van de armen die de stad uit worden gedrukt. Die van leraren, verpleegkundigen en al die andere mensen met een modaal inkomen, die ook de druk van het geld voelen. Een strijd tegen het verdwijnen van de mystiek en de eigenzinnigheid.

Hoe meer mensen meedoen, hoe meer je kunt bereiken. Het maakt niet uit of ze sneakers, Dr. Martens of hoge hakken dragen. Als ze maar samen oplopen.

Goud waard
Als kind woonde Abel met zijn ouders in een kraakpand. Samen met mensen die elke dag hun best deden om de wereld mooier te maken. Hij vraagt zich af waar al die mensen zijn gebleven. Zelf voelt hij die innerlijke drive. Soms komt hij iemand tegen die uit hetzelfde hout is gesneden. Dat wordt meteen een vriend voor het leven.

Het gevoel samen iets te willen bereiken, lijkt uit de samenleving verdwenen. Hier doen ze het in het klein en dat is goud waard, vindt Ramses.

Die brief is een wake-upcall voor de huisgenoten. Dat ze hard moeten werken. Ze de begane grond zo snel mogelijk moeten openstellen. Er kunst maken, dichters en muzikanten uitnodigen. Soep koken voor de buurt. Daar met mensen praten die ook denken dat het niet goed gaat met de stad.

Ze moet open zijn, toegankelijk. Laten zien dat ze geen enge junkies zijn die de hele dag binnen zitten en 's nachts de stad in trekken om alles leeg te roven. Maar dat ze jongeren zijn die zich zorgen maken en vechten voor een woonplek.

Die willen laten zien dat het helpt om je te verzetten. Samen een grote stem opzetten, tegen de projectontwikkelaars, bestuurders en de pandeigenaren die geld altijd voorrang geven. Die niet denken aan wat goed is voor een buurt, maar alleen aan wat goed is voor hun portemonnee.

En dan heel hard met zijn allen roepen: "Hé, jow! Waar zijn jullie eigenlijk mee bezig?!"

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden