Plus Klapstoel

Kin-Ping Dun: 'Het is bijna altijd een goed jaar'

Kin-Ping Dun (1975) is eigenaar van Dun Yong, de oudste Chinese supermarkt van Amsterdam. Dinsdag begint het Chinese jaar Huangdi 4716.

Kin-Ping Dun op de Klapstoel Beeld Harmen de Jong

Noord
"Mijn vader woonde op de Lastageweg, maar met de komst van de metro werd de halve Nieuwmarktbuurt afgebroken. Ze kwamen ­terecht in Noord, in een hoekwoning in de Florence Nightingalestraat. Daar heb ik de ­eerste vijf jaar van mijn leven gewoond. Op een ge­geven moment woonden ze met acht man in dat huis. Supergezellig. Via gezinshereniging kwamen de broers en zussen van mijn moeder uit China. Ze werkten allemaal in de toko."

"In 1978 hebben mijn ouders een villa gebouwd in Blaricum. De zaken gingen goed. Het waren de gouden jaren, elke dag ging er wel een Chinees restaurant open. Ik hockeyde en tenniste in Laren, een heerlijke jeugd, vlak bij de hei. Maar ik woon sinds kort weer in de Nieuwmarktbuurt. Dat voelt enorm vertrouwd."

Chinees Nieuwjaar
"Vijftien jaar geleden werd het nog groots gevierd met een tent op de Nieuwmarkt, kungfuvoorstellingen en Chinese opera. Dat gaf nogal wat druk op het organisatievermogen van de Chinezen hier, dus nu hebben we alleen nog de leeuwendans die door de buurt trekt. Met grote vuurwerkrollen jagen we de boze geesten weg en daarna krijgt de leeuw een krop sla te eten. Als hij die weer uitspuugt, moeten wij hem vangen. De sla staat voor geld, dus wat je doet, is geld vangen. Zo begint een goed zakelijk jaar."

Vuurwerkverbod
"Ik kan me er iets bij voorstellen. Misschien komt het omdat ik ouder word, maar als je ziet hoe het er nu aan toegaat... Ik ben opgegroeid met vuurwerk, maar het neemt extreme vormen aan. Onze rollen van vroeger waren echt wel hard genoeg."

Jaar van het varken
"Een goed jaar. Ik ben uit het jaar van het konijn. Ook een goed jaar. Het is bijna altijd een goed jaar, alleen dat van de slang is wat minder. Dan lijd je aan luiheid. Het lastige is: het Chinese sterrenbeeld geldt een vol jaar. Mijn kinderen vroegen: hebben alle kinderen uit onze klas dan dezelfde karaktertrekken? Daar heb ik niet echt een antwoord op."

Chinatown
"Ik hoorde van Kaji But van Sea Palace aan de Oosterdokskade dat zijn boot werd verplaatst, maar dat de poort niet mee kon. Het leek mij een goed idee dat ding hier voor de deur neer te zetten, op de Bantammerbrug, als toegang tot Chinatown. Ik wilde met liefde het transport bekostigen. Het enige wat ik nodig had was een vergunning van de gemeente. Die reageerde lacherig, maar welwillend. Een week later was het: toch maar niet."

"Ik heb allerlei ideeën zien langskomen: van marmeren leeuwen tot lampionnen, maar ­verder dan Chinese straatnaambordjes zijn we niet gekomen. En zelfs dat gaf gedoe, want waarom zouden ze in Bos en Lommer dan geen straatnaambordjes in het Arabisch mogen? Ik heb het heel lang laten rusten, maar sinds twee maanden staan hier op straat van die gifgroene prullenbakken. Ik denk: zet er een Chinees dakje op, dan ziet het er een stuk beter uit."

Tang Yung Sau
"Mijn opa. Hij is in 1898 geboren in het dorpje Donguan, waar nu acht miljoen mensen wonen. China was een verscheurd land, waar hij weinig toekomst voor zichzelf zag. Op zijn achttiende is hij naar Hongkong gelopen. Hij werd blauwpijper: kolenstoker op de schepen naar Europa. De Chinezen werkten onder de prijs, waren soms stakingsbrekers, maar in de jaren dertig kwam de depressie en toen was er zelfs voor hen geen werk meer. In Engeland is zijn naam verbasterd tot Dun Yong. Standaard is het Deng of Tang. Er zijn bijna anderhalf miljard Chinezen, maar niet veel meer dan twintig achternamen."

Pinda, pinda, lekka, lekka
"Via Rotterdam is mijn opa uiteindelijk in Amsterdam terechtgekomen. In de oorlog moest hij geld verdienen. Op de Nieuwmarkt liep hij met zo'n houten tray met pindakoekjes om zijn nek en riep: 'pinda, pinda, lekka, lekka.' Chinezen kopiëren elkaar graag, dus hij was niet de enige. Mijn vader werd het nog wel nageroepen: pindachinees."

"Ik heb het zelf sinds de lagere school niet meer meegemaakt. Tegenwoordig is er vooral fascinatie voor China. Iedereen wil opeens alles weten over het land. Het gevaar is nu eerder dat het zo goed gaat met de Chinezen dat het respect omslaat in angst."

Stientje van Gaans
"Een echte Hollandse oma. In de oorlog is ze van Rotterdam naar Amsterdam gelopen en daar kwam ze op de Recht Boomssloot in hetzelfde pension terecht als opa. Voordat we met oudjaar bij de toko vuurwerk afstaken, gingen we altijd bij haar erwtensoep en oliebollen eten. In Blaricum woonden ze bij ons in huis. Op woensdagmiddag maakte ze pannenkoeken. En altijd een stofdoekje bij de hand. Ze was een stuk jonger dan mijn opa en sprak geen Chinees, maar dit soort huwelijken waren in die tijd helemaal niet zo ongewoon. Er waren tweehonderd Chinese mannen in Nederland en zes Chinese vrouwen."

"Mijn vader sprak alleen Nederlands, tot mijn opa hoorde: China heeft de toekomst. Hij heeft hem naar Hongkong gebracht met de Trans ­Siberië Express. Daar heeft hij drie jaar gezeten en is er met zijn lerares Chinees getrouwd. Opa was al 75 toen hij eindelijk met zijn zoon kon communiceren. Maar het verandert: je merkt dat steeds meer Chinezen ook onderling Nederlands spreken."

Zeedijk
"Het was niet zo erg als in de jaren tachtig, maar ik heb tussen 2000 en 2005 nog wel elke ochtend als ik de winkel opende, twintig verslaafden vriendelijk moeten verzoeken verderop te gaan staan. Ik heb hier groepen toeristen gezien die halverwege de Geldersekade rechtsomkeert maakten. Ik had in mijn stoutste dromen niet verwacht dat het zo goed zou worden als nu. We zijn van ver gekomen. Als mijn vader met zijn steekkarretje naar de Binnen Bantammerstraat moest, zag hij de Chinezen in de kelders nog de opiumpijp roken. Er waren overal illegale gokhuizen. Nu wordt alleen nog recre­atief mahjong gespeeld. Af en toe hoor je uit de ramen de stenen nog tikken."

Dun Yong
"Opgericht in 1959 door opa, niet de eerste, maar wel de oudste toko van Amsterdam. Hij had zijn oog laten vallen op een Joods knopenwinkeltje van twintig vierkante meter op de hoek Stormsteeg en Geldersekade. Het geld dat hij had verdiend in restaurants gaf hij aan oma: ga jij het maar regelen. Het was zijn droom."

"Mijn vader en moeder hebben het groot gemaakt. Een echt familiebedrijf: zussen, broers, neven, nichten, iedereen hielp mee. Er was niet veel aanbod in de jaren zeventig, dus ze kwamen van heinde en verre: Duitsland, België, Spanje, Italië. Onze kracht was dat we alles op voorraad hadden. Chinezen vinden het lastig om te plannen, dus die wilden meteen tweehonderd borden, twintig stoelen, een gouden boeddha en drie draken. Dat bonden ze op het dak van hun auto en dan gingen ze helemaal volgepropt terug om drie dagen later hun restaurant te openen."

Fiscale economie
"Dat heb ik gestudeerd, in Groningen. Het was niet mijn wereld: bij een kantoor acht jaar in het gareel lopen voor je zelf iets mag. Met kerst 1999 kwam ik helpen in de toko en ik was meteen verkocht. Die dynamiek. Fantastisch."

"In 2005 ben ik begonnen met bezorging vanuit onze groothandel in Sloterdijk. Daar hebben we nu vijftig man personeel. Toen het er twintig waren, kwam voor mij de omslag: managen is niet mijn passie, ondernemen wel. Nu zit ik weer in de toko en beginnen we een webshop. De trend is: Japans en Szechuan. Ik sta er soms van te kijken wat Nederlanders in hun mandje stoppen. In de weekenden komen mensen met complete receptenboeken langs."

Boetiekhotel
"Op de Geldersekade, waar ons magazijn zat. We kwamen in gesprek met de NV Zeedijk, die daar ook wat moeilijke panden heeft. We hadden verschillende ideeën, maar wat bleef hangen was: het culturele en een hotel. Dat zijn we nu aan het bouwen, met Arjen van den Hof van Vondel Hotels als exploitant. We hopen in oktober te openen. De kamers krijgen een moderne Chinese inrichting, een beetje Sjanghai van de jaren twintig. Op de begane grond komt een cultureel centrum met ateliers en tentoonstellingsruimten. We laten ook Aziatische kunstenaars overkomen. Een stimulans voor Chinatown, naast de horeca, de Chinese tempel en het Chinese medisch centrum."

Wormenhotel
"Het kleinste hotel ter wereld. De Bantammerbrug, hier voor de deur, ligt altijd vol met vuil, er staat een glasbak en een bak voor oud papier. Om de komst van nog meer troep tegen te gaan kwam uit de buurt het idee om er een wormenhotel neer te zetten: een bak waarin ze groente-, fruit- en tuinafval verwerken tot compost. Met Arjen van den Hof sponsoren we het. Konden we alvast een hotel openen. Het was geweldig: de overbuurvrouw kwam zelfs langs om een stukje opera te zingen."

VVD
"Van oudsher was er altijd contact tussen de Chinese ondernemersvereniging en de VVD. Ik had wat energie over en zocht een uitdaging. Zo kwam ik in 2002 in de eerste deelraad Centrum. Ik heb de termijn volgemaakt, maar een succes was het niet. Ik wil graag iedereen blij maken en vond soms dat andere partijen heel leuke punten hadden. Chinezen en politiek is niet een erg natuurlijke combinatie. Respect voor autoriteiten zit in onze genen, democratie niet. Chinezen zijn uiterst flexibel: als het niet linksom gaat, gaan we toch rechtsom en anders maar door het midden. Chinezen zorgen voor zichzelf en voor hun familie en met de rest ­bemoeien ze zich zo weinig mogelijk."

Martijn Snoep
"Van de Autoriteit Consument en Markt? Van mijn ouders heb ik geleerd: de klant is koning. We hebben altijd een oplossing kunnen vinden, maar je weet het nooit."

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden