Plus

Kim Postma overleefde aanslag Tadzjikistan: 'Ik dacht: dit is foute boel'

Kim Postma overleefde de aanslag op een groep fietsers in Tadzjikistan, 29 juli, waarbij onder meer haar vriend René Wokke om het leven kwam. Hun laatste project samen was een boek over hun crisispleegkinderen, dat komende week verschijnt.

Kim Postma Beeld Eva Plevier

En dan ben je opeens iemand bij wie de burgemeester over de vloer komt. Wat moest zij nou met de burgemeester, dacht Kim Postma (59). Waar moeten we het over hebben? Eerder had Halsema ook gebeld, toen Postma nog in Tadzjikistan was. Of ze, terug in Nederland, de burgemeester wilde ontmoeten. Ze weet nog dat ze dacht: wat een vreemde vraag.

Het was nog te vroeg om zich te realiseren dat ze geen gewone Amsterdammer meer was, die met haar vriend een fietstocht dwars door Azië was gaan maken, maar onderdeel van de wereldgeschiedenis. Slachtoffer van een aanslag die was opgeëist door IS. "Statistisch gezien klopt er niets van," zegt ze droogjes, "maar toch is het zo. Het was een idioot, bizar toeval."

In februari waren ze op reis gegaan, René Wokke en zij. Tien jaar lang hadden ze samen pubers opgevangen in hun woonboot aan de Amstel. Kinderen in een crisissituatie, van wie Postma en Wokke voor ze kwamen niet meer wisten dan de naam, de leeftijd en het geslacht.

Manuscript
Het werden tien mooie, intensieve jaren. Ze stopten toen ze voelden dat het ze te veel werd. Een paar moeilijke plaatsingen hadden een flinke wissel getrokken, en ze kregen het te druk met werk. Wokke was een bierbrouwerij begonnen. Ze wilden acht maanden een sabbatical nemen voor een fietsreis. De ruimte om goede pleegzorg te bieden werd te beperkt.

Ze besloten hun ervaringen op te schrijven. Om hun herinneringen vast te leggen, en om nieuwe mensen warm te maken voor crisispleegzorg. Ze schreven het ieder vanuit hun eigen perspectief, een goede vriend interviewde de kinderen. In februari was het manuscript van Laat Maar Komen! - dat is standaard wat ze zeiden als pleegzorg hun vroeg een kind op te vangen - zo goed als af.

"René was zo trots op het boek," zegt Postma. Dus toen Femke Halsema in september op bezoek kwam en haar vroeg wat ze voor haar kon doen, hoefde Postma niet lang na te denken. Help mee het boek een succes te maken, zei Postma. Op vrijdag 2 november neemt Halsema het eerste exemplaar in ontvangst.

We spreken Postma begin oktober op het schip in de Amstel waar ze woonde met Wokke. Ze spreekt rustig en beheerst - eigenlijk té beheerst. Ze kan lachen om flauwe grapjes, stelt zelf geïnteresseerde vragen. Als het gesprek heftiger wordt, wordt haar stem wat vlakker. Ze wijst naar een denkbeeldig vakje, achter in haar hoofd: "De emoties zitten nog behoorlijk vast dáár. Dat is de reden dat ik dit nu kan vertellen."

Zijderoute
Het verhaal begint vrolijk, als de reis van hun leven. Wokke en Postma vlogen op Bangkok en zouden eindigen in Teheran. Dwars door Azië dus. Ze hadden stevige trekkingfietsen, tassen voor en achter.

Een klein tentje mee, potjes, pannetjes en een koffiezetapparaat. Want zonder koffie konden ze niet leven - zonder wijn trouwens ook niet, zegt Postma grijnzend. Van Noord-Vietnam had ze weinig verwachtingen, maar dat bleek geweldig. Prachtige landschappen, aardige mensen, heerlijk eten.

Daar hadden ze overigens ook nog hard gewerkt: er was opeens een uitgever voor het boek, en jeugdhulpinstantie Spirit wilde flink wat exemplaren afnemen, maar dan moest Laat Maar Komen! wel verschijnen in de Week van de Pleegzorg, vanaf 31 oktober. Dus gingen ze aan de slag: ze printten alles uit in een copyshop, en schreven op hun telefoons nog wat laatste teksten.

Via Noord-Vietnam kwamen ze in China. "China helemaal door, dat was een van onze dromen. Dat onmetelijke land doorkruisen leek onmogelijk, maar na elke paar weken pakten we een stiftje om een streep te trekken op de kaart en waren we toch een paar centimeter opgeschoten. Het zou gaan lukken! Dat was echt een waanzinnig gevoel."

Ze namen een deel van de Zijderoute, door uitlopers van de Himalaya. Mensen keken er wel van op dat ze op de fiets waren. In de tweeënhalve maand China kwamen ze één ander stel westerse fietsers tegen. "Per dag word je wel duizend keer stiekem op een selfie gezet. Overal kreeg je wat te drinken, kwamen ze bij je zitten."

Loodzwaar
Wat ze van tevoren hadden ingeschat als het grootste risico, waren dronken Chinese vrachtwagenchauffeurs en donkere tunnels. Er zijn geen vrijliggende fietspaden, er is geen alternatief. Soms waren er tunnels van vijf kilometer lang. Dan probeerden ze een lift te krijgen, achter op een pick-uptruck, maar dat lukte niet altijd. Ze slaakten altijd een zucht van verlichting als ze er doorheen waren.

Bron: Maps4News Beeld Jamie Groenestein

Het echt slechte rijgedrag zat trouwens in Kirgizië en Tadzjikistan. Oude Ladaatjes die langs scheurden op slechte wegen, met opspattend grind. In juni waren ze aangekomen in Tadzjikistan, dat doorkruist wordt door de Pamir Highway. Het hoogtepunt voor elke vakantiefietser, zegt Postma.

"Het is zo mooi, zo leeg, met al die ruige bergen om je heen. Honderd tinten bruinrood. Sneeuwtoppen in de verte, prachtige dalen en een rivier die er als een idioot doorheen raast. Alsof je door vier seizoenen tegelijk fietst. Eerst donkere wolken met onweer en bliksem, dan weer regen en zon. Allemaal tegelijk en om je heen."

De weg ging steil omhoog, het was loodzwaar. "Iedereen wordt er ziek. Door de grote hoogtes krijg je hoogteziekte, en iedereen krijgt last van zijn darmen. Het is heel moeilijk om aan eten te komen. Alleen bij homestays, bij nomaden in een yurt, is iets te krijgen. Daar sliepen en aten we dan - wat de pot schaft." Op een gegeven moment leefden ze op Snickers.

Afslagen en vertakkingen
Op de Pamir Highway kwamen ze voor het eerst veel fietsers tegen. Met een Amerikaans stel spraken ze af een stukje samen op te fietsen. De route is zwaar, dan is het prettig dat samen te doen - en als je vijf maanden met zijn tweeën op reis bent, is het ook weleens fijn iemand anders te spreken.

Pamir Highway heeft allerlei afslagen en vertakkingen, dus na een tijdje gingen groepjes vaak ook weer uiteen en kwamen ze elkaar later weer tegen.

"Het Amerikaanse meisje had heel erg last van de hoogte. Toen hebben we haar moed ingesproken: we gaan het met elkaar redden. Het laatste stukje hebben we gelopen. Boven aan de pas zijn we elkaar in de armen gevallen. Dat is zo grappig: we fietsten pas een paar dagen samen, maar daarna voelde het als vrienden voor het leven." Aan het einde van de Pamir Highway was de groep gegroeid tot zeven: zij, de twee Amerikanen, een Zwitsers stel en een Franse jongen.

Het werd 29 juli. Ruim een week eerder had Wokke voor het laatst iets gepost op het weblog dat ze bijhielden van hun reis. De titel: Eerst Pamir fietsen, dan sterven.

Foute boel
Het was de laatste dag dat de groep samen zou kamperen. Ze waren net van de Pamir Highway af, en hadden bier en wijn ingeslagen voor de laatste avond. De volgende dag zouden ze aankomen in Doesjanbe, de hoofdstad van Tadzjikistan. Daar zou iedereen zijns weegs gaan.

Wokke had die zondag, zorgzaam als hij was, nog voor de hele groep eieren gebakken. Ze waren vroeg vertrokken, na de lunch wachtte een zware klim. Hij wilde dat iedereen goed zou eten. Anderhalf uur later waren ze aan het klimmen. Ze reden netjes in een rij achter elkaar, want het was vrij druk en er werd gevaarlijk gereden. Postma was een-na-laatste, Wokke sloot de rij.

Ze heeft ze niet horen aankomen. Ze had oordopjes in omdat ze muziek aan het luisteren was. Op een gegeven moment werd ze geraakt door een auto. Ze viel, maar kon weer opstaan. Toen zag ze dat de fietsers voor haar ook allemaal waren geraakt. "Ik dacht: dit is foute boel. Het zag er heel raar uit."

Ze liep de weg op om auto's tegen te houden, maar niemand stopte. "Ik hoorde geschreeuw. De auto's waren een stukje doorgereden. Er stapten mannen uit, die onze kant op liepen. Ik hoorde de Zwitserse vrouw roepen: They are killing us!"

Ze zag mannen met messen op Wokke aflopen. Hier stokt het verhaal - dit is de grens van wat ze wil vertellen.

Hulppost
René Wokke was zwaargewond, de Amerikanen en de Zwitserse man waren dood. De Zwitserse vrouw was gestoken, maar leefde nog. "Ik had een paar blauwe plekken omdat ik van mijn fiets was gevallen, maar daar had ik geen last van. Ik heb me meteen ontfermd over René, die op zijn hoofd was gevallen en gestoken was."

"Hij ademde nog wel, maar waarschijnlijk was hij in coma. Er kwam geen ambulance, dus op een gegeven moment ben ik met René achter in een personenauto gestapt. Mensen uit de buurt hebben ons teruggereden naar een plaatsje met een hulppost. Daar hebben ze René naar een andere kamer gebracht. Ik mocht er niet bij."

Hier houdt de nachtmerrie niet op.

Samen met de Zwitserse vrouw werd ze naar een ander ziekenhuis gebracht zonder haar vriend nog te kunnen zien. Ze werd eindeloos verhoord door de politie. Steeds weer vroegen ze naar namen, leeftijden en nationaliteiten van de slachtoffers. Het verplegend personeel kwam niet veel verder dan zeggen dat ze moest eten en drinken en een pyjama aan moest.

René Wokke op de Pamir Highway. Kim Postma: 'Het is zo mooi, zo leeg, met al die ruige bergen om je heen' Beeld Privébezit

De Franse jongen was daar ook. Hij was die middag een paar kilometer achteropgeraakt, doordat hij last had van zijn darmen. Toen hij arriveerde waren de daders net gevlucht, en zag hij alleen de fietsen nog liggen.

Politiestaat
Postma was helder, zegt ze - in tegenstelling tot wat een lokale arts op televisie beweerde. De Zwitserse vrouw was wel in shock. Postma werd er steeds heen gestuurd om haar te helpen.

"Ik moest haar elke tien seconden vertellen wat er was gebeurd. Er was niemand anders die dat kon doen. Ik had nog steeds geen idee waar René was - ik probeerde daar wel achter te komen, maar ze zeiden dan alleen dat hij werd geopereerd."

Ze moest vanuit Nederland horen dat hij was overleden. In Tadzjikistan heerste chaos: ze werd wéér naar een ander ziekenhuis gebracht, weer verhoord, en mocht zelfs de volgende dag niet weg - al mankeerde ze fysiek niets.

"Het is een politiestaat. Ik denk dat de verpleging me gewoon niet mocht laten gaan van de politie." Uiteindelijk wist ze via het trappenhuis te ontsnappen. Met hulp van diplomaten werd ze ondergebracht op een plek waar ze onbereikbaar was voor de lokale media - en de politie.

Vier van de vermoede daders bleken intussen te zijn doodgeschoten, de vijfde was gearresteerd. Die verklaarde op de lokale televisie te hebben gehandeld in opdracht van een nationale oppositiepartij.

Het zou Postma niet verbazen als die verklaring was afgedwongen. Ook IS eiste de aanslag op. Soms vindt ze het heel belangrijk dat duidelijk wordt wat er is gebeurd, soms zakt die behoefte weg. "Ik weet toch wel dat de waarheid echt niet boven tafel komt."

De nog levende verdachte zou ze misschien nog wel herkennen, zegt ze opeens. "Die had ons een half uur eerder aangesproken bij een tankstation. Hij stak een monoloog tegen ons af: hoe mooi Tadzjikistan was, of wij het ook wel zo mooi vonden, en zo. Een heel irritante man."

Psychische hulp
Terugkomen in Nederland was onwerkelijk. Veel eerder dan gepland, en alleen. De eerste weken logeerde ze bij een vriendin, nu is ze weer thuis. "Ergens had in een krant gestaan dat ik ook gewond was, en media bleven dat maar herhalen. Mijn moeder was in alle staten. Zelfs toen ik haar belde en zei dat het niet zo was, antwoordde ze: dat zeg je alleen maar om mij gerust te stellen."

Spijt dat ze naar Tadzjikistan is gegaan, heeft ze niet. "Er was daar nog nooit een aanslag geweest. Kijk eens wat er de afgelopen jaren in Frankrijk is gebeurd, of net nog hier op Amsterdam Centraal. Daar gaan mensen ook gewoon nog heen."

Met de Zwitserse vrouw heeft ze nog veel contact. Ook zij is haar man verloren, maar zij kan zich helemaal niets herinneren van de aanslag. "Zij vindt dat een zegen, maar dat zou het voor mij niet zijn. Je niets kunnen herinneren lijkt me nog erger." De Franse jongen heeft ze ook nog gesproken. "Die heeft zich enorm schuldig gevoeld dat hij er niet bij was. Daar heeft hij wel psychische hulp bij gekregen."

Zelf krijgt ze traumatherapie. Daarover wil ze niet praten, dat is te persoonlijk. Op haar werk - ze is informatiemanager - is ze ziekgemeld. Ze hoopt dat ze over een tijdje weer iets kan gaan doen. "Ik moet toch ooit weer in dat leven terechtkomen," mompelt ze.

Laatste project
Terugkijken op de mooie delen van hun reis kan ze nog niet. De foto's bekijken, of haar reisdagboek herlezen - dat is te moeilijk. Ze probeert zich nu op de promotie van het boek te richten, dat kost al haar energie. Het lukt nu weer een dag vooruit te plannen, soms twee. Toen het net was gebeurd, was een uur vooruitdenken al onmogelijk.

Ze heeft nooit gedacht: ga weg met dat boek. Het was af, waarom zouden ze het niet door laten gaan? "Dit is het laatste project van ons tweeën, dit moet goed worden afgerond."

De pleegkinderen stonden meteen voor haar klaar. "René zei altijd, min of meer voor de grap natuurlijk: voor elke drie maanden dat wij jullie opvangen, staan daar drie maanden zorg tegenover als wij oud en gebrekkig zijn."

"Dan moet je mijn rolstoel duwen, zei ik dan, en René had het altijd over pannetjes soep die moesten worden gebracht. En je ziet nu dat ze daar letterlijk op terugkomen. Dat ze zeggen: ik zal er altijd voor je zijn, roep maar als er iets is. En ze zeggen het niet alleen, ze staan er ook."

Kim Postma en René Wokke, april 2015 Beeld Ilvy Njiokiktjien

'René was je beste vriend'

Laat maar komen! Dat is wat René Wokke en Kim Postma altijd zeiden als jeugdhulporganisatie Spirit een nieuwe crisisplaatsing voorstelde. Dat gold dus ook voor de jongen die in het boek, dat volgende week verschijnt, Eric-Jan wordt genoemd en die onder forensische pleegzorg viel. 'Jawel,' stelt Wokke in het boek monter vast, 'we krijgen een jeugdcrimineel in huis.'

Eric-Jan - alle kinderen hebben in het boek een andere naam - had een overval gepleegd, maar speelde ook op landelijk niveau tennis. Zijn vader en moeder spraken niet meer met elkaar, de nieuwe partners leken zich niet erg verantwoordelijk te voelen. Wokke noteert: 'Van de hele familie lijkt Eric-Jan nog het meest aanspreekbaar.' Hij wint het vertrouwen van Eric-Jan als hij zegt: "Als je gaat schieten, doe dat dan wel naar boven, want we zitten hier op een boot."

Vertrouwen is sowieso de basis van de crisispleegzorg op hun woonschip. Kinderen krijgen de sleutel, er worden telefoonnummers uitgewisseld en de afspraak gemaakt dat ze even een appje sturen als ze op de afgesproken tijd niet thuis zijn. That's it. "En de volgende ochtend ga je naar je werk en dan zie je wel waar het schip strandt," zegt Kim Postma.

"En dat schip strandt niet, want die kinderen hebben nog nooit meegemaakt dat ze zomaar dat vertrouwen krijgen."

Project X Titanic
In 2005 werkte Wokke als receptionist bij Jeugdzorg. Daar zag hij schrijnende dossiers langskomen van kinderen die nergens terechtkonden. Hij overtuigde Postma dat ze zich op moesten geven voor weekendpleegzorg. Niet veel later werd het crisisopvang, en uiteindelijk ook forensische pleegzorg.

Het boek beschrijft de verhalen van de vijftien kinderen die tussen 2006 en 2017 onderdak vonden op het schip. Hoe ze dankzij een oplettend buurmeisje net ontsnapten aan een huisfeest met de werktitel Project X Titanic, dat Joost per ongeluk-expres in gang had gezet. Of over Sabrina, wier familie opmerkelijk rijk was geworden dankzij de handel in 'Surinaams marmer', en die gefascineerd was door de tv-serie Penoza.

Hartverscheurend is het verhaal van Hansje, die na anderhalve maand weg moest omdat het echt niet meer ging. Er verdwenen te veel spullen in huis. Het ergste, vond Wokke, was dat ze haar vertrek gewoon accepteerde - bij het afscheid draaide ze zich om en begon ze te zwaaien.

Pubertijd
De eerste twee weken noemden ze altijd de wittebroodsweken. "Dan zijn ze poeslief en willen ze overal mee helpen. Ze voelen zich zo welkom." Daarna moesten ze wel wat bijsturen her en der - zoals bij alle pubers, eigenlijk. "Het is een spannende leeftijd, waarin kinderen zo zoekend zijn, en waarin je ze zo kunt helpen. Zeker als ze uit een situatie komen waar het ze niet makkelijk is gemaakt. Dat geeft ongelooflijk veel voldoening."

'Gewone' pubers zijn al pittig, maar het is niet per se moeilijker om met tieners uit een crisissituatie om te gaan. "Het zijn niet je eigen kinderen, en je bent ook echt heel anders dan wat ze gewend zijn. Je kunt zelf iets rationeler naar ze kijken, en zij ook naar jou. En als je die kinderen het vertrouwen en respect geeft dat je normaal gesproken verdient omdat je een mens bent en omdat je bijna volwassen bent, dan zijn ze hartstikke leuk. Open en eerlijk."

Laat Maar Komen! - Kim Postma & René Wokke Beeld Scriptum

Zij en Wokke waren het altijd eens. "Daar werden kinderen gek van! We waren niet uit te spelen. Dat vertelden ze ook aan elkaar door." Wat ze beiden lastig vonden, was dat de kinderen vaak weer afgleden als er een permanente oplossing voor ze was gevonden. Dat was confronterend. "Ik denk wel dat het positieve overheerst, anders hadden we het nooit zo lang volgehouden. Maar we wilden ook eerlijk zijn over onze worstelingen en twijfels."

Postma hoopt dat meer mensen zich aanmelden als crisispleegouders, ook kleinbehuisde Amsterdammers. "Ons schip is ook niet groot, en we hebben hier ook weleens twee kinderen gehad. Dan zet je een opklapbedje in de kamer. Je moet bedenken: als we praten over crisis, dan praten we ook over crisis. In het verleden zijn weleens kinderen in een gevangenis geplaatst omdat daar dan het enige noodbed was. Dan kun je toch beter op een luchtbedje liggen."

Warme herinneringen
Hoe belangrijk dat is, onderschrijft begeleider Berty van Spirit. "Er zijn veel te weinig pleegouders en al helemaal veel te weinig pleegouders die pubers in een crisissituatie willen opnemen. De nood is vaak hoog."

Postma bewaart warme herinneringen aan de kinderen. Eigenlijk aan ­allemaal, maar hun eerste crisiskind, 'Abbas' in het boek, heeft een speciaal plekje in haar hart. "Een ongelooflijk leuk joch, streetwise en grappig." En 'Joost', die vanaf zijn vierde al bij hen kwam in de weekends, en nu als zestienjarige nog steeds onderdeel was van het gezin.

Hij sprak op de uitvaart. "René was geen meester, maar je beste vriend," zei hij bij het afscheid. "Geen chef-kok maar je medekok, die je zelf de fouten liet ontdekken (en dan aangaf dat hij zelf wel wist hoe het moest).

Zo was René geen therapeut maar ­iemand die neutraal was, en niet zocht naar wie er gelijk of ongelijk had, maar hoe hij het probleem kon oplossen." Joost besloot met: "Het aller­belangrijkste wat René anders deed: René was geen pleegvader, hij was een echte vader voor ieder pleegkind."

Kim Postma en René Wokke: Laat Maar Komen! Uitgever Scriptum, 15 euro.

Zeventien verdachten aangeklaagd

Op 29 juli 2018 vielen vijf mannen een groep fietsers aan in Tadzjikistan. Twee Amerikanen, een Zwitser en de Amsterdammer René Wokke kwamen hierbij om het leven. Bij een klopjacht van de Tadzjiekse veiligheidsdiensten zijn vier vermoedelijke daders doodgeschoten. De vijfde, Hussein Abdusamadov (33), stond vanaf deze week terecht. Er zijn nog zestien anderen aangeklaagd; zij zouden hebben geholpen of hebben geweten van het terreurplan.

De aanslag is opgeëist door Islamitische Staat, al zei Abdusamadov te hebben gehandeld in opdracht van een lokale oppositiepartij, de Islamitische Wedergeboorte Partij.

Centraal-Aziëdeskundige Bruno De Cordier van de Universiteit Gent trekt die verklaring in twijfel. "Dit is geen beweging die gewapende ­jihadstrijders opleidt of aanslagen op buitenlanders pleegt."

Geen eigen onderzoek
De Cordier heeft zelf in Tadzjikistan gewoond. Een valse getuigenis afdwingen is in de voormalige Sovjetrepubliek niet zo ingewikkeld, zegt hij. "De autoriteiten arresteren iemand en slaan hem in elkaar tot hij iets bekent."

In Tadzjikistan zijn nooit eerder aanslagen gepleegd op buitenlanders. Wel is bekend dat IS er aanhang heeft.

Nederland doet, in tegenstelling tot de VS en Zwitserland, geen eigen onderzoek naar de aanslag. Volgens justitie gebeurt dat alleen als de lokale autoriteiten het zelf niet oppakken.

Er is geen Nederlandse ambassade in Tadzjikistan; contacten lopen via Kazachstan. Nederlandse staatsburgers die in de problemen komen in een land zonder Nederlandse vertegenwoordiging worden bijgestaan door een ander EU-land. Bij de aanslag van 29 juli is de Duitse ambassade Kim Postma te hulp geschoten.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden