Kerstmenu in oorlogstijd: 'Presenteer zo mogelijk brood erbij'

Het kerstmenu in oorlogstijd. Van Solferinosoep tot aardappelspijs. Maar mosselen, daar begonnen de Hollanders niet aan.

Kaart met distributiebonnen uit 1941. Beeld Stadsarchief Amsterdam
Kaart met distributiebonnen uit 1941.Beeld Stadsarchief Amsterdam

Het was een prima kerstmenujaar, 1939. De kranten brachten hun recepten van traditionele feestmaaltijden. Dit bijvoorbeeld: tomaten-roomsoep, schelpje of pasteitje gevuld met ragout, gevulde gans, doperwtjes, pommes frites; plumpudding met rumsaus. Met dat schelpje met ragout zouden we overigens tot in de jaren zestig worden doodgegooid, maar dit terzijde.

Gepaste vreugde
De restaurants hadden een prachtjaar, volgens De Telegraaf van die dagen. Dat had volgens de krant te maken met de eerder dat jaar uitgebroken oorlog. Parijs was onbereikbaar geworden. 'Er is altijd nog een grote categorie vaderlanders, die menen alleen dan een prettig Kerstfeest te hebben, wanneer zij kunnen deelnemen aan een Reveillon in Parijs. Die weg was hun ditmaal versperd. Zij voegden zich bij de brede rijen van mensen, die zich plotseling herinnerden dat ook in het vaderland deze dagen in gepaste vreugde doorgebracht kunnen worden.

Vandaar, dat 1939 een Kerstfeest is geworden, dat in de annalen der ondernemers met gulden woorden zal worden geboekt en waaraan men later, in dagen des vredes, wellicht nog eens een traan zal wijden.' Dat de drukte in de stad deels werd verklaard door mensen die niet naar Parijs gingen, is wat ongeloofwaardig, maar vooruit. Men kon naar restaurant Polen voor 'gesoigneerde' kerstmenu's van vier of vijf gulden. Bij Fleissig kon je voor een rijksdaalder terecht.

Zwezerikpasteitje
Het was wel te doen, een gulden van toen heeft de koopkracht van negen euro nu, maar men had toen ook veel minder te besteden. Een arbeider had het geld voor andere dingen nodig. Het restaurant van de AMVJ bood voor zeven kwartjes solferinosoep, een zwezerikpasteitje, kalkoen, kastanjepuree, bessengelei en château-aardappelen. Die onderscheiden zich van andere aardappelen doordat er een stukje af is gesneden, zodat ze rechtop kunnen staan. Solferinosoep bevat aardappels, prei en tomaat. Vier maanden later: de bezetting en voedseldistributie.

De kerstmaaltijd devalueerde enorm. Aan kippen was alleen clandestien te komen: die mochten niet meer worden geslacht. Wild was er nauwelijks - het meeste moest uit het buitenland komen en de internationale handel was ingestort. De fazanten, patrijzen, eenden, hazen en reeën, voor het gewone stadsvolk toch altijd al onbereikbaar, kwamen slechts bij een kleine elite op tafel. Nog een paar peperdure restaurants zetten wild op het kerstmenu.

Goede stemming
Meevallertje met kerst 1940: een dubbel kaasrantsoen. Een aanbevolen kerstmenu: garnalenragout, kaasbroodjes en rozijnenpudding. 'Kaas houdt in elk huisgezin vast de stemming er wel in' dichtte de Oprechte Haarlemsche Courant. De bovengrondse kranten zagen het als taak de goede stemming erin te houden. De beginnende illegale pers had een andere opdracht: oproep tot verzet. En die had uiteraard geen aandacht voor trivialiteiten als het kerstmenu.

Lees vandaag (17-12) meer in Het Parool.

Kaart met distributiebonnen uit 1941. Beeld Stadsarchief Amsterdam
Kaart met distributiebonnen uit 1941.Beeld Stadsarchief Amsterdam
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden