Plus

Keniase die kwam als expat, zit nu klem in de opvang

Halima Barre kwam als expat vanuit Kenia naar Amsterdam met haar kinderen. Sinds de scheiding van haar gewelddadige man zit ze al anderhalf jaar in een daklozenopvang.

Halima Barre zit sinds augustus 2016 met haar kinderen in een opvang in Buitenveldert Beeld Eva Plevier

Vakantie, zo voelden de eerste vijf dagen van Halima Barre (36), haar man en twee kinderen in Amsterdam.

Het was 2015, een paar dagen voor oud en nieuw. Ze merkten voor het eerst hoe koud een Nederlandse winter kan zijn - zo koud wordt het in Kenia nooit. Ze sliepen in een mooi hotel en keken hun ogen uit. En voor het eerst woonden ze als gezin weer bij elkaar, als expats in een kosmopolitische stad.

Haar man had een mooie baan gekregen als chef-kok in een restaurant bij de RAI. Jaren hadden ze een langeafstandsrelatie gehad - hij werkte in Engeland, zij had een goedlopend eigen bedrijf als televisieproducent in Nairobi.

Ze zagen elkaar tijdens vakanties, praatten via Skype. Het plan om samen in Amsterdam te wonen leek een nieuwe stip aan de horizon, een spannend en optimistisch avontuur.

Drank en drugs
Maar de euforie duurde niet lang. Het begon met gemene opmerkingen. Daarna werd het fysiek.

Haar man leek gestrest, ongeduldig. Hij dronk, gebruikte drugs. Was vaak boos. Hij richtte zijn woede op hun zoontje, toen 3. Niet veel later moest Barre het ontgelden. 'Chaos' noemt ze die tijd. Chaos op chaos op chaos.

De nacht dat ze de politie belde kan ze in detail beschrijven, maar ze doet het liever niet. Het geweld was die nacht de slaapkamer in gekomen. Ze kon niet meer, er knapte iets.

Ze was zeven maanden in Nederland en Barre was doodsbang. Wie zou haar helpen? Had ze wel een geldige verblijfsvergunning? Haar man was inmiddels dronken de deur uit, de politie hoorde haar verhaal aan.

Alles wat ze dacht: ik moet mijn kinderen in veiligheid brengen. "De ironie is dat ik als journalist regelmatig over huiselijk geweld heb bericht. Hoe heb ik dit niet kunnen zien?"

Blijf-van-mijn-lijfhuis
Barre loopt in een dikke jas gepakt met haar kinderen Nadia (8) en Ayden (5) gezinsopvang Walborg binnen. "Het stinkt hier," zegt Nadia.

De voormalige ggz-kliniek in Buitenveldert biedt via HVO Querido onderdak aan 24 gezinnen, deels asielzoekers zonder verblijfsvergunning, maar ook gezinnen als dat van Barre.

Sommigen blijven een paar weken, anderen een paar maanden. De situatie van Barre, die er al anderhalf jaar zit, is uitzonderlijk.

Het zijn allemaal families die tussen wal en schip vallen, die geen huis vinden, die wel mogen blijven in Nederland, vaak zelfs een Nederlands paspoort hebben.

Barre kwam hier op 25 augustus 2016 voor het eerst. Vier koffers, twee kinderen en heel veel onzekerheid stonden er op de stoep. Toen had ze al twee maanden gezworven - van een blijf-van-mijn-lijfhuis via een tijdelijk onderkomen bij een vriendin naar hier. Het zou voor even zijn.

In het kamertje dat ze met zijn drieën delen staat een stapelbed voor de kinderen en een eenpersoonsbed voor Barre. Een smalle tafel met drie stoelen is tussen de gootsteen en een opbergkast geklemd. Een ouderwetse televisie prijkt hoog op een kast. Op de deur van de gemeenschappelijke douche staat het verzoek niet te poepen en urineren in de cabine.

Een Indiër als toeslagpartner
De keuze voor haar man was een gedurfde. Haar ouders wilden het niet, zij zijn gelovige moslims. Die man - een Keniaan maar geen moslim - moest ze niet kiezen. Maar ze deed het toch.

Toen hun dochter werd geboren, wilde haar moeder haar niet eens aanraken. Toen ze met haar man trouwde, verbraken haar ouders het contact. Zeven jaar ging het huwelijk goed. Het was wel gek, zo ver van elkaar, hij in Engeland, zij in Nairobi, maar het werkte.

Ze had een fijn driekamerappartement in een voorstad van Nairobi. Een baan, een auto, een live-in nanny. Ze had nooit de wens om naar Europa te gaan, maar ze wilde wel bij haar man zijn. Toen ze alles opgaf om naar Nederland te gaan, had ze toch iets anders voor ogen dan een kamer van 12 vierkante meter in een opvanghuis.

Uitkering
Het eerste jaar in de Walborg was een administratieve strijd. Om te scheiden, om haar verblijfsvergunning te houden - die ze had op basis van het Britse paspoort van haar man - om een uitkering te krijgen. "Ik wil niet ondankbaar zijn, maar de hulporganisaties die me moesten helpen, hielpen niet."

Letterlijk uit de mond van een hulpverlener gehoord: 'Jullie dossier is te complex, ik ga mijn handen hier niet aan branden.' Was ze eindelijk gescheiden, had de Belastingdienst haar op papier laten trouwen met een onbekende Indiër. "Bleek deze vent opeens mijn toeslagpartner te zijn."

Alimentatie
Haar ex had de woning in Zuidoost waar ze hadden gewoond kort en klein geslagen, maar was verdwenen. De huisbaas belde op dat zij het moest opruimen. Alimentatie kan ze op haar buik schrijven, want het is onduidelijk waar haar ex nu is. Ze had iets meer geluk bij de IND, die een verlengde verblijfsvergunning toekende, tot zeker 2020. Dat kan als bijvoorbeeld sprake is van huiselijk geweld.

Terug naar Kenia gaan was misschien logisch geweest. Zonder dat ze het wist, werd ze al die kant op gedirigeerd, doordat het blijfhuis contact legde met een stichting die nieuwkomers zonder verblijfsstatus helpt terugkeren. Maar toen ze hoorde dat haar ex haar was gaan zoeken in Kenia, was dat geen optie meer.

Stabiliteit
Nu is het zaak dat ze een woning vindt. Het liefst een beetje in de buurt van de openbare school op de Zuidas waar haar kinderen zitten, zodat ze eindelijk stabiliteit hebben.

Barre wil graag aan het werk. Tussen het zorgen, regelen en stressen door probeert ze Nederlands te leren en zoekt ze vacatures. Ze schrijft poëzie om de bizarre nachtmerrie waarin ze leeft een vorm te geven. Haar advocaat Else Weijsenfeld (zie kader) vecht om urgentie te krijgen voor een woning. Maar of er gauw wat verandert, is ongewis. "Ik val overal tussen wal en schip," zegt Barre. "Ik ben geen vluchteling, maar ook geen Nederlander."

'Geef woning aan dakloze kinderen'

De nationale kinderombudsman en onder anderen haar Amsterdamse collega trokken in december aan de bel over kinderen die een alleenstaande ouder hebben zonder verblijfsvergunning. Veel van deze kinderen leven in armoede, omdat hun ouder - meestal betreft het de moeder - geen uitkering krijgt.

Een arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie had al een deel van de problemen opgelost. Daardoor krijgen de gezinnen nu wel uitkeringen, maar het is niet genoeg, constateert ook advocate Else Weijsenfeld. Zij heeft zeker tien alleenstaande vrouwen in haar praktijk die noodgedwongen in de opvang zitten, omdat zij geen kans maken op een huis. "Als je iemand een woning moet geven, zijn het wel dakloze kinderen."

In heel Nederland gaat het om nog eens honderden van dit soort gezinnen. Sommige vrouwen zijn getrouwd geweest met een Nederlandse man, wisten niet dat hun verblijfs­vergunning afliep, hadden te maken met huiselijk geweld en belandden in een opvanghuis.

Weijsenfeld zet zich nu vooral in om huisvesting voor gezinnen in de opvang te regelen. Je hebt minimaal twee jaar woontijd nodig in Amsterdam om überhaupt een urgentieverklaring te krijgen, maar de tijd dat je in een opvang woont, telt niet mee. Boven op het grote woning­tekort in Amsterdam wordt het dan extra ingewikkeld een woning te vinden voor gezinnen in de opvang.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden