PlusPS

Kees Jonkman: 'De 8 jaar als Kitty waren de mooiste van mijn leven'

Bouwvakker Kees Jonkman (59) was in 2001 te zien in de documentaire Lang Leve van Michiel van Erp. Hij maakte jarenlang het nachtleven onveilig als travestiet Kitty, tot tien jaar geleden. 'Ze zal nooit helemaal verdwijnen.'

Achter Kees Jonkman prijken de foto's van mooie vrouwen. Op de meeste staat hij zelf, in de zwoele ­hoedanigheid van KittyBeeld Friso Keuris

Het ging geleidelijk. Poeder verzachtte zijn ruwe contouren. De zwarte krullen in zijn wimpers haalden het droeve uit zijn bruine ogen. Zijn ­onverschillige mond werd milder, frambooskleurig. Een woensdag als alle andere was het aan de wat troosteloze Tussen Meer in Osdorp.

Maar voor Kees Jonkman werd die middag in Mariposa, een speciaalzaak voor travestie, alles anders. Toen een medewerkster de perfecte pruik op zijn hoofd zette, het sluike haar zorgvuldig schikte en hem een spiegel voorhield, was ze daar ineens: Kitty. Niets kon hij uitbrengen. Hij kon zijn ogen niet afhouden van die zachtere versie van hemzelf. En hij dacht: naar jou ben ik al die ­jaren op zoek geweest.

Het mooiste moment
"Het was het mooiste moment uit mijn leven," vertelt Jonkman. Zijn stevige hand, zichtbare aders, rust op zijn bureau, de andere op zijn dijbeen. Een schemerachtige ruimte. Achter hem het stuur van een spelcomputer, hoesjes met games en dvd's, potten met onderdelen.

Mannendingen. Het liefst zit hij hier. Achter hem prijken foto's van mooie vrouwen. Een blonde. Een rondborstige in een hoog opgesneden badpak. En natuurlijk - daar zijn de meeste van - hijzelf in de zwoele hoedanigheid van Kitty.

Jonkman zit met zijn rug tegen die muur van herinneringen. Het is voorbij; Kees is terug. Dat begon met het verbouwen en veranderen van zijn werkruimte, die nu veel meer heeft van een mannenhol dan van een weelderig boudoir.

Eén grote verkleedpartij
Tien jaar geleden stond er een bar met kokette drankjes, een grote spiegelkast met lampjes eromheen, koffers met make-up en kleding. "Als Kitty zat ik volop in de travestiescene. Andere travestieten en transgenders kwamen hier langs. Eén grote verkleedpartij werd dat." Hij wrijft over het tafelblad. "En dan om een uur of twaalf met een mannetje of vijf de stad in. Lachen!" Hij zegt het stoer, maar hij lacht wat onzeker, tastend naar een reactie, op zijn hoede voor spot.

Het zat, achteraf bezien, altijd al in hem. Dertien jaar was Jonkman toen hij stiekem kleding uit de kast van zijn zus pikte. "Die trok ik aan als er niemand thuis was. Ik viel wel gewoon op vrouwen, maar voelde me vaak ook een meisje. Dat liet ik aan niemand merken." Jonkman was twee keer getrouwd, maar droeg zijn vrouwelijke gevoelens nooit uit.

"Mijn ex-vrouwen wisten er niks van. Zelf was ik er ook niet mee bezig. Ik had het te druk met andere dingen." Rond zijn veertigste, nadat ook zijn tweede huwelijk was gestrand, zocht Jonkman online op travestie en transgenders. "Ik begreep eindelijk wat me mankeerde. Vanaf dat moment trad ik als Kitty naar buiten. Dat speelde zich vooral 's nachts in het uitgaansleven af."

Machowereld
Overdag werkte Jonkman als bouwvakker. Hoewel hij soms moeilijk aansluiting vond in die machowereld, oogde hij zo potig en rauw dat zijn collega's hem eerder als een aardige, zonderlinge knakker beschouwden dan dat ze ooit een Kitty in hem hadden vermoed. Toch durfde Jonkman het op een dag aan om ze een foto van zichzelf als ­Kitty te laten zien.

"We dronken op vrijdagmiddag na het werk altijd een slokkie in de kroeg. Ik liet die foto zien. Mijn collega begon te lachen. 'Dat meen je niet, man! Ben jij dat? Je dolt me!' De foto ging meteen rond. Tot grote ­hilariteit van iedereen. Maar op een enkeling na werd het toch geaccepteerd."

Jonkman móest het wel vertellen, omdat het anders hoe dan ook was uitgekomen. "Mensen zagen me op straat, in het uitgaansleven. Soms kwam ik na een nacht lang feesten 's morgens op mijn werk en was er nog een waasje van de eyeliner of mascara blijven hangen. Dan zag ik ze kijken met zo'n glimlach van 'jij verbergt iets'. Dat wilde ik niet meer."

Scheldende kinderen
Als Kitty voelde hij zich anders. Socialer, zachter, vrijer. Ze veroverde steeds meer terrein. Jonkman liet zijn haar groeien, kocht borstprotheses, schoor zijn benen glad en was zuinig op zijn lange nagels, al brak er met timmeren weleens eentje af. Glorietijden waren het, totdat hij er langzamerhand minder plezier in kreeg.

"Ik werd steeds vaker uitgescholden. Als ik de straat op ging, gewoon in spijkerbroek, niks hoerigs, kreeg ik scheldkanonnades over me heen: 'Homo! Vuile travestiet!' Ik kon mijn huis niet meer uit of het begon. Ook als ik gewoon in mijn bouwvakkerskloffie thuiskwam. Zelfs ­kinderen ­deden het. Dat vond ik het ergst."

Tegelijkertijd worstelde Jonkman steeds meer met wie hij nu eigenlijk was. Als hij zichzelf bij toeval in een etalageruit zag, wist hij niet meer of hij nu Kitty of Kees was. "Ik heb hierover gesproken bij de genderkliniek van het VUmc. Zij konden me niet verder helpen, omdat ik mezelf niet dagelijks als Kitty liet zien. Dat wilde ik niet vanwege het gescheld en het geroep. Toch was dat wel een voorwaarde voor verdere stappen en een operatie." Vanaf dat moment besloot hij een punt achter Kitty zetten.

Verdwaalde poederkwast
Alleen de foto's aan de muur en misschien nog ergens een verdwaalde poederkwast herinneren aan haar. Verder is alles weg. Makkelijk was het niet. Hij verbijt zijn tranen, zoals mannen dat kunnen. "Ik knipte als eerst mijn haar kort. Dan zit je in een kappersstoel en zie je je lange lokken op de grond vallen."

Alle kleding en accessoires, ook de goede, dure dingen, deed hij in een vuilniszak. Hij sloopte de bar, de spiegel met de lampjes eromheen. Travestieten wilde hij niet meer over de vloer hebben. Een collega, inmiddels een goede vriend, probeerde hem op te beuren: 'Hé Kees, als jij nog 'ns als Kitty met mij naar de bioscoop wilt, heb ik daar geen problemen mee, hoor.'

"Die maat ging er goed mee om. Hij ziet mij nog steeds als Kitty en Kees door ­elkaar. Maar die bioscoop hoefde voor mij niet. Ik ben nu gewoon Kees."

Kitty drukte Kees vroeger weg, vindt hij. "Voor haar deed ik alles. Ik gaf er al mijn geld aan uit. Nu is Kees meer aanwezig." Nee, hij mist haar niet. Geen jurk heeft hij ooit nog aangetrokken. Muziek die hem aan Kitty doet denken, is er niet. Terughoudend: "Neuh, dat niet. Geen muziek." Hij schuift op zijn stoel, lijkt zich te bedenken. "Nou bepaalde liedjes misschien."

Zoals die keer in het stamcafé waar hij zijn coming-out vierde en hij als Kitty uit een doos sprong. "Ze draaiden die plaat van Tom Jones. Sex bomb. Ik zong voluit mee." Voor het eerst die middag glijdt een weemoedige lach over zijn gezicht. "Mooi was dat. Als ik die plaat hoor... Ja, dan heb je me wel."

Nergens thuis
Eigenlijk, als hij heel eerlijk is, bevalt Kees hem maar ­matig. Sinds Kitty weg is, is hij eenzaam. "Met Kitty was het feest, gezelligheid. Nu is het vuurtje geblust. Als Kees ben ik niet zo amicaal. Eerder gesloten, een huismus, een einzelgänger, omdat ik me nergens echt thuis voel." Toch is Kitty nooit écht verdwenen.

"Dat zal ook niet gebeuren. Ze zit voor altijd in mijn hoofd. Ik hoef me niet als Kitty te kleden om me zo te voelen." De acht jaar dat Kitty naar buiten kwam, waren de mooiste van zijn leven. "Ik vind het weleens jammer, maar soms heb je geen keuze. Dan word je in een bepaalde richting gemanoeuvreerd en moet je daarmee leven."

Om zijn gedachten te verzetten, werkt hij zo veel mogelijk. Inmiddels niet meer in de bouw, maar als chauffeur. "Radio aan en rijden. Gewoon als Kees. Dat helpt." Soms, als hij dan ­onderweg meisjes lachend op straat ziet lopen, is Kitty er ineens en zegt ze zachtjes: ­'Jullie beseffen niet wat een geluk je hebt.'

Kees Jonkman is 23 februari te gast in het DeLaMar, ­tijdens het theatercollege van regisseur Michiel van Erp.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden