Review

Katalin Varga***

Regie: Peter Strickland
Met:Hilda Péter, Tibor Pálffy

Een verkrachte vrouw op zoek naar wraak doet een horrorfilm vermoeden, maar de in Roemenië gedraaide debuutfilm Katalin Varga van de Engelse regisseur Peter Strickland is een zelfbewuste artfilm over de keten van geweld en wraak.

Het kan nog steeds: op eigen kracht een succesvolle film maken. Peter Strickland stak de kleine erfenis van zijn oom niet in materiële zaken, maar in zijn speelfilmdroom. De 35-jarige regisseur, die bij de Engelse filmfondsen nooit een poot aan de grond kreeg en al een tijdje in Boedapest woonde, maakte met een kleine crew in het Hongaars sprekende deel van het Roemeense Transsylvanië zijn droom waar. Hij draaide er in zeventien dagen zijn speelfilmdebuut Katalin Varga. Maar toen was de erfenis van 25.000 pond op, zodat er geen geld was voor de montage.

Acht maanden lagen de opnamen in een kast, voordat de wanhopige Strickland twee Roemeense coproducenten bereid vond wat geld in de film te steken. Daarna begon de zegetocht: Katalin Varga werd geselecteerd voor het filmfestival in Berlijn en won de prijs voor beste sounddesign. Vorige maand werd de film bij de Europese Film Awards uitgeroepen tot 'ontdekking van het jaar'.

Katalin Varga draait om de pattelandsvrouw Katalin Varga (Hilda Péter), die door haar man wordt verstoten als hij erachter komt dat hun tienjarige zoontje niet van hem is, maar het resultaat van een verkrachting. Met paard en wagen rijdt de gekwetste, vernederde vrouw met haar zoontje het dorp uit op zoek naar de verkrachter, en zijn bij de verkrachting aanwezige vriend, op wie ze zich alsnog wil wreken. Als ze na een tocht door overweldigende landschappen de verkrachter (Tibor Pálffy) vindt, treft ze geen bruut aan, maar een met een lieftallige vrouw getrouwde zachtaardige man, die spijt heeft van zijn misdaad.

Wat te doen? Katalin Varga is een combinatie van wraakfilm en noodlotsdrama. Het drama speelt zich af in een ruig plattelandsmilieu waarin mensen zich laten leiden door rauwe emoties, wat tot een keten van geweld leidt. Strickland heeft duidelijk niet gestreefd naar realisme, maar naar een soort tijdloosheid, die doet denken aan het werk van de Hongaarse filmmakers Béla Tarr (Satanstango) en Kornél Mundruczó (Delta). Het is de enige zwakte van de film: Strickland mist nog te veel een eigen stem. (JOS VAN DER BURG)

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden