Recensie

Kasabian zal nooit bekend staan om muzikale hoogstandjes (***)

Kasabian, de Kane van het Verenigd Koninkrijk, is een echte festivalband. Tom Meighan is niet 's werelds beste zanger, maar hij compenseert dat met een hoop branie. De band laat heel wat mensen uit hun plaat gaan. En dat is ook een vak.

Tom Meighan van rockband Kasabian in de HMH.Beeld ANP/Kippa

Zeker de helft van de bezoekers van de Heineken Music Hall zal Brits zijn geweest; de metro richting halte Bijlmer Arena zat vol met flesjes bier lurkende en jointjes rollende Engelsen. Eenmaal binnen, langs de voor de gelegenheid geplaatste dranghekken, had je ook in een willekeurige popzaal in de West Midlands kunnen staan. Of in een voetbalstadion: het gejoel en glazen gooien was niet van de lucht.

De uit Leicester afkomstige band Kasabian heeft dan ook een trouw gevolg. Fans, of liever feestbezoekers, die avond na avond naar hun concerten komen. Als zanger Tom Meighan vraagt hoeveel Britten er vanavond zijn, gaan in de voorste helft van de zaal heel wat handen omhoog. De 'How are you, Amsterdam?'s had hij dus net zo goed achterwege kunnen laten. Dit was een thuiswedstrijd.

Compenseren met branie
Kasabian is een echte festivalband, zo eentje die je wel kunt toevertrouwen om zondagavond laat de hele Alphatent op Lowlands nog gevuld te krijgen. Dat doen ze met simpele, bombastische rock, vooral geïnspireerd op jarennegentigbands als Oasis en Stone Roses. Daar gooien ze nog wat melodielijnen uit de sixties bovenop (zo komt er een stukje van The Doors' 'When you're strange voorbij'), en af en toe een jarennulbeat (zoals Fatboy Slims 'Praise you' in de toegift). Vernieuwend is het niet, maar als iets werkt, waarom zou je het dan veranderen?

Vanaf de eerste minuut zetten de jongens, voor de gelegenheid ondersteund door een toetsenist en trompettist, er stevig de beuk in met 'Bumblebeee', een nummer van hun laatste plaat 48.13. Een moddervet geluid dreunt door de speakers, met veel galm op de gitaar en zang. Tom Meighan is niet 's werelds beste zanger, maar hij compenseert dat met een hoop branie. Hij zingt over hoe het is de 'underdog' te zijn. Zijn 'wie doet mij wat?'-uitstraling valt in de smaak bij de opgeschoten jonge knullen vooraan.

Vermakelijk
Kasabianliedjes hebben een hoog meezinggehalte, vandaar dat ze het zo goed doen op festivals. Makkelijke refreintjes als 'Where did all the love go, I don't know', afgewisseld met een hoop whoehoehoe's en nanana's. Toch is showmaker Meighan niet in zijn beste doen vandaag. Tot twee keer toe verdwijnt hij even van het podium, waardoor zanger/gitarist Sergio Pizzorno het publiek moet vermaken.

Gelukkig weet Kasabian een kabbelend midden naar het einde toe dubbel en dwars goed te maken. De beats worden almaar vetter, de laserstralen flitsen frequenter en Meighan krijgt het voor elkaar de complete HMH tijdens 'Treat' wild te krijgen. Toegift 'Vlad the impaler' lijkt wel wat op Kris Kross' 'Jump' en heeft dan ook hetzelfde effect.

Kasabian, de Kane van het Verenigd Koninkrijk, zal nooit bekend staan om zijn muzikale hoogstandjes, maar vermakelijk is het wel. Ze laten heel wat mensen uit hun plaat gaan, en dat is ook een vak.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden