Plus

Kapelletje? Maken we!

Hoe beter het decor, des te mooier er wordt gezongen. Op bezoek bij het decoratelier van Nationale Opera & Ballet. 'In Juditha Triumphans zitten 5000 boutjes en moeren, 2500 meter staal en 4 hijspuntjes.'

De kerk voor het decor van opera Juditha Triumphans in aanbouw Beeld Lars van den Brink

In Amsterdam-Zuidoost staat een enorm, rood gebouw. Op de gevel staat met grote letters Nationale Opera & Ballet Decoratelier. Dat kan maar één ding betekenen. En inderdaad, hier worden de decors, rekwisieten en andere attributen vervaardigd die uiteindelijk naar het Waterlooplein worden verscheept, op het toneel worden gezet, waarna het publiek 's avonds, als de opera wordt opgevoerd, ooh! en aah! roept, of, naar gelang het uitkomt, boe!

Wie denkt dat zo'n opera een fluitje van een cent is, zou voor de gein eens een dagje in dat decoratelier moeten rondlopen. Een mierenhoop is het, van tientallen timmerlieden, technici, schilders, hout­bewerkers, lassers, naaiers, knippers, plakkers en mensen die controleren of er wel naar behoren is getimmerd, gelast, geschilderd, geknipt of genaaid.

"Kijk, dit is de doekeninspectievloer. En dat is Denis," zegt R­olf Hauser, hoofd van het decoratelier. Denis steekt zijn hand op. Hij is bezig een enorm doek uit te leggen in de ruimte van 24 bij 12 meter. "Hij bekijkt welke delen kunnen worden hergebruikt voor Porgy & Bess," zegt Hauser. Gershwins opera staat in januari in Nationale Opera & Ballet.

Na de doekeninspectievloer volgt een labyrintische tocht over Piranesi-achtige trappen naar de kostuumopslag. Eindeloze rijen kostuums hangen aan haakjes aan het plafond. Onderrokken. Dikmaakpakken. Ze zijn per productie geordend. Sleeping Beauty. Zwanenmeer.

"Vol is vol," zegt Hauser. "Als er niks meer bij past, gaat de boel in de verkoop. Daar is altijd veel belangstelling voor. Begrijpelijk, want wie wil er nou géén trollenpak uit Der Ring des Nibelungen?"

Dan volgt de bouwruimte. Een exacte kopie van de toneeltoren in het theater. Handig, want zo weet je of decorstukken net wel of net niet op de bühne in het theater passen. Ze hebben trouwens liever dat ze wél passen.

We lopen door. Hier is de timmerafdeling. Daar de houtbewerkingsruimte. Daar de schilderafdeling. De spuitcabine. Daar - liefhebbers van het woordspelletje Galgje opgelet - de piepschuimbewerkingsruimte. En daar wordt staal bewerkt. Bemonsterd heet dat, in het jargon.

Midden op de schilderafdeling staat een groot rond platform, schuin op de vloer hellend. "Dat wordt een 78-toerenplaat, voor Micha Hamels opera Caruso a Cuba. De zanger verdwijnt straks in het gat in het midden. Weet je dat ook alvast." Caruso a Cuba staat in maart in de Stadsschouwburg. Bij De Nationale Opera (DNO) werken ze vooruit.

Hé, daar staat een oude legertruck! Van Duitse makelij, zo te zien. Er staat zelfs een hakenkruis op de kentekenplaat. Maar dat moet je wel goed kijken.

"Inderdaad," zegt Hauser, wiens achternaam opeens sterk sfeerverhogend werkt, nu we naast de Lastkraftwagen staan. "Dit is een legervoertuig uit de DDR. Het oorspronkelijke model is uit 1942. Ze hebben hem uit mallen van de Wehrmacht nagemaakt. Een origineel model zou een ton hebben gekost. Onbetaalbaar. Maar deze was voor een paar duizend euro te koop."

Ambities bijstellen
De truck is onderdeel van het decor voor Juditha Triumphans, de opera van Vivaldi, die na Porgy & Bess volgende week op het programma staat. De decorafdeling heeft er een spectaculaire kapel voor moeten maken, op verzoek van regisseur Floris Visser, die bij DNO zijn debuut maakt.

De kostuumopslag Beeld Lars van den Brink

Hoe en wanneer begint nou zoiets, zo'n Juditha Triumphans? vragen we Hauser. We zijn in zijn kantoor aanbeland. Groot bureau vol geheimzinnige werktekeningen. In een kast boeken over opera, oude programmaboekjes en nog zo wat.

"Deze Juditha begon vier jaar geleden met de code DNO5," zegt Hauser. "De vijfde productie van het seizoen. De decemberproductie. Pierre Audi, die toen nog de artistiek directeur was, kwam met een lijstje: DNO1, DNO2, DNO3, enzovoorts - vaak, maar niet altijd gekoppeld aan de naam van een regisseur. Wij werken ­trouwens 95 procent van de tijd voor de opera. De rest van de tijd voor Het Nationale Ballet. Maar het ballet wil geen decors. Het ballet wil dansen. Dus maken we vooral doeken en afstoppingen, zoals dat heet. Dat is voor ons niet veel werk."

Een belangrijke vraag van Audi aan Hauser: zijn de wensen van de regisseur te betalen? Zijn ze te kostbaar, dan 'moeten de ambities worden bijgesteld'. "Dat heeft meteen gevolgen voor de ontwerpers," zegt Hauser.

"Die komen overigens graag bij De Nationale Opera, omdat wij ze meer ruimte voor het visuele geven dan de meeste andere huizen. Er is ook meer tijd om te repeteren en dat stelt dan ook weer hogere eisen aan de zangers. Er wordt echt van hen verlangd dat ze als het ware samensmelten met de decors. Dat maakt dat ze hier meer uitgedaagd worden en betrokkener zijn. Ze repeteren dan drie weken in de repetitieruimte en drie weken op het toneel."

Logistiek huzarenstukje
Bij elke productie geldt de opdracht dat het decor tussen 08.00 en 10.00 uur naar het toneel kan worden gebracht, waarna de repetitie om 10.00 à 10.30 uur kan beginnen, die tot 15.00 uur duurt. Dan moet de hele boel om 16.00 uur van het toneel af zijn, omdat je dan wilt beginnen met de opbouw van de avondvoorstelling. Die moet om 18.00 uur staan. Dan is er ruimte voor de belichting en voor eventuele correcties.

Om 19.30 uur komt het publiek binnen, om 20.00 uur begint de voorstelling, om 23.00 moet de voorstelling aflopen, want om 24.00 uur moet het toneel weer leeg zijn. Hauser: "Wat voor decor we ook krijgen, elke productie die we hier doen moet op die manier worden gedaan."

De schilderafdeling Beeld Lars van den Brink

Dit logistieke huzarenstukje is tot nog toe altijd voor elkaar gebracht. Wel waren er ten tijde van Der Ring des Nibelungen extra zweetdruppeltjes, omdat toen alles anders dan anders was. De ogen van Hauser glinsteren als hij er alleen al aan denkt.

"Ja, die Ring was in alle denkbare opzichten uitzonderlijk. De muur tussen studio en toneel moest eruit en de truckdock moet worden uitgevlakt, omdat er domweg onvoldoende ruimte was om die enorme decorstukken van ontwerper George Tsypin naar binnen te krijgen. En probeer je voor te stellen dat een Ring uit vier opera's bestaat, waarvan de decors hier allemaal moesten worden opgeslagen. Dat was een enorme logistieke opdracht, heel enerverend. Het ultieme van mijn tijd hier, en ik zit hier al een tijdje."

Hauser werkt bij DNO sinds mei 1986. "Ik zit er vanaf het begin, kun je zeggen. Aanvankelijk als assistent van het hoofd van de toneeldienst en na tien jaar als hoofd van het decoratelier. In de loop der jaren hebben we het gebouw naar onze hand gezet."

"Het was een harde kopie van de Bayerische Staatsoper in München, maar toen de Ring kwam, hebben we veel moeten aanpassen. Denk aan hijsvoorzieningen en de lichtbruggen." En nog steeds is het niet ideaal, maar dat is ook onmogelijk. "Er zitten intrinsieke ontwerpfouten in dit theater. Het is te ondiep, de zichtlijnen zijn te breed, de zij­tonelen zijn te smal, de toneeltoren is te laag. Maar verder is het een prima theater hoor."

Kerkje in Napels
Het decorontwerp van Juditha Triumphans heeft Hauser een jaar van tevoren te zien gekregen. "Dan weten we wat de ambities zijn. Vervolgens komen we met alle afdelingshoofden van de techniek bij elkaar om een proefbouw voor te bereiden. Het decor van Juditha is een kapel van een kerkje in Napels dat in de Tweede Wereldoorlog is verwoest."

"Bij zo'n proefbouw gaan we zitten rekenen of we alle ambities wel kunnen betalen. In het verleden is dat weleens misgegaan. Dan laat je het artistieke team, dus de regisseur, de lichtontwerper, de decorman en de dirigent, dingen zien die je ze vervolgens moet afpakken. Dramatische taferelen! Moet je voorkomen. Bij Moses und Aron was er met Peter Stein altijd gedoe. Geweldige regisseur natuurlijk, maar wel iemand die leefde bij het conflict."

"Dat heeft Floris Visser, die Juditha ­Triumphans ensceneert, ook wel een beetje. Ik mag hem trouwens graag. Hij wilde voor Juditha Triumphans een grotere kerk en meer puin dan we hem konden geven. Zijn passie is begrijpelijk, maar ik moet met mijn mensen nog aan zeven ándere producties denken."

"Ik kan hem gewoon niet méér bieden dan de opera mij geeft. Ik moet mijn opdrachtgever, en dat is DNO, de voorrang geven, maar diezelfde opdrachtgever verlangt wel van mij dat de relatie met iemand als Floris goed blijft. Want zij zijn de mensen met een artistieke visie."

"Soms zijn het enorme egotrippers, maar ik moet ze kunnen terugfluiten. En dat lukt door eerlijk en transparant te zijn. Open kaart spelen is de policy. Er staat ook te veel tijdsdruk op. We moeten nog Caruso maken, we moeten Requiem maken voor het ballet, en 20 januari moet Tannhäuser klaar zijn."

Na de proefbouw wordt een maquette gemaakt. Verhouding: 1 op 25. "Die maat is nodig om textuur en kleur goed te kunnen zien. Je kunt natuurlijk ook alles op een computer doen, maar niet iedereen realiseert zich dat de instellingen per computer verschillend zijn. Ik wil dus een maquette, want dan zie je de échte kleur."

En kwaliteit gaat boven alles, benadrukt Hauser nog maar eens. "Als je tot in de kleinste details bij de decors, de rekwisieten, de kostuums, tot aan de programmaboekjes en de publieksbegeleiding voor kwaliteit zorgt, zal je dat ook op het toneel merken. Misschien ziet het publiek niet eens het verschil tussen een geprint achterdoek en een geschilderd achterdoek, maar een zanger beleeft dat wel. En hij gaat er beter door zingen. Dat is de essentie."

Jaarringen
Hoogste tijd om het kerkje van Juditha Triumphans op ware grootte van dichtbij te bekijken. "Constructief is Juditha veel timmerwerk," zegt Paul Horn, het hoofd van de timmerafdeling. "Dat kerkje was een leuk ding om te maken, maar niet erg ingewikkeld. Ik heb het in mijn 31 jaar hier wel ingewikkelder meegemaakt. De vloer van Die Walküre bijvoorbeeld. Daarvoor moesten dikke latten rondgebogen worden, omdat het jaarringen van een boom moesten worden. Die latten kwamen daardoor dus onder ongelooflijke spanning te staan."

Pilaartje voor Juditha Triumphans in de piepschuim­bewerkingsruimte Beeld Lars van den Brink

We moeten ook nog even naar Ton Kuijper van de afdeling inkoop en logistiek. Hij houdt bij hoeveel materiaal er precies nodig is voor Juditha Triumphans, of welke productie dan ook. Dat gaat van profielbuizen, tot flacons houtlijm, theaterscharnieren, wielen, moerbouten, veerringen en vlakkopschroeven, waarvan met name modelletje van 4 bij 50 millimeter heel populair is.

"Daarnaast regel ik het transport van decors, want we doen veel coproducties met andere operahuizen. Dat kan soms behoorlijk ingewikkeld worden. Zeecontainers naar Melbourne, om eens iets te noemen. Of het transport van het materiaal voor Porgy & Bess, dat uit Londen moest komen, omdat we samenwerken met de English National Opera. Dat transport werd opgehouden door stakingen in Frankrijk."

"Dat zijn dingen waar je dan een beetje zenuwachtig van wordt. De toneelmeester bepaalt de planning en dan is het aan ons om de trailers op tijd binnen te hebben en zo op te slaan dat ze zo min mogelijk ruimte in beslag nemen. Juditha Triumphans was spannend vanwege de grote hoeveelheid puin, die je niet op een normale manier kon vervoeren of opslaan zonder het te beschadigen."

Kikkerplaten en luchtdollies
Phil Hall, het hoofd van de constructiewerkplaats en de lasinspecteur, is een man van de cijfertjes. "In Juditha Triumphans zitten 5000 boutjes en moeren, 2500 meter staal en 4 hijspuntjes. Kom, ik zal je de tekening laten zien."

Dat komt goed uit, want ook hijspuntjes is geen woord waar we meteen beeld bij hebben. En dan begint Hall ook nog over kikkerplaten en luchtdollies. Ietwat murw knikken we maar van ja. Je kunt wel vragen wat het betekent, maar zo blijf je aan de gang. En we moeten het nog over het laswerk hebben.

Voor laswerk geldt de wet van Phil Hall (geboren in Engeland): If it looks like shit, it is shit. Therefore it's gotta look nice. "We zijn hier trots op ons laswerk. We leveren topkwaliteit en dat moet ook, want we doen hier gekke dingen, waarbij domweg niks mag misgaan."

Tijd om te gaan, want we moeten diezelfde avond nog naar Oedipe. "Dat is er ook eentje met een verhaal," zegt Hauser. "Die productie komt uit De Munt in Brussel. Ze hebben dat enorme decor waar het volledige koor op staat in Zaragoza laten maken. Door de horizontale deel­naden voelt de schoring niet stabielgenoeg aan als je erop moet staan zingen. Maar ik ben natuurlijk een pietlut."

Deelnaden. Schoring. Ik word lastig te verslaan met Galgje.

De Nationale Opera, Vivaldi - Juditha Triumphans, 26, 28, 30 januari, 1, 3, 5, 7 februari in Nationale Opera & Ballet.

Beeld Lars van den Brink
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden