Kantoren Weteringsschans 26 - 28

RONALD HOOFT

Laat ik beginnen met op te merken dat ik het ook geen fraaie dingen vind, de twee kantoorblokjes tegenover het Rijksmuseum. Ze staan nogal plompverloren aan de waterkant, er is een Oost-Duits baksteentje gekozen en de minuscule raampjes zitten vrij fantasieloos gedetailleerd in het wandvlak. Maar heel veel slechter dan de meeste rotzooi die er in die tijd gebouwd werd is het niet: het Sonestahotel, de bibliotheek op de Prinsengracht, de halve Vijzelstraat, heel Kattenburg en Wittenburg. Jarentachtigtreurnis .

Nu ging er wel meer mis in die tijd. Persoonlijk had ik weinig affiniteit met de Geen-woning-geen-kroningbeweging. Los van het feit dat ik het nogal een dom rijmpje vond, had ik zelf een prima woning in de Jordaan. Het kostte weliswaar een paar centen, maar dan had je ook wat. Wel maakte ik in die tijd af en toe een artistiek bedoeld filmpje voor Rabotnik tv, de 'aksiezender' van krakend Amsterdam, maar dat was voornamelijk bedoeld om toegang te krijgen tot de Mazzo, een club op de Rozengracht waar je alleen in kwam als je 'audiovisueel bezig was'. Later hing ik wel wat rond in de voormalige drukkerij van het Handelsblad.

Op die bewuste Koninginnedag in 1980 zat ik op het stoepje van het atelier van Peter Giele op de NieuwezijdsVoorburgwal, en bekeek ik met een biertje in de hand de troepenbewegingen van respectievelijk de autonomen, te herkennen aan de bivakmutsen en bakstenen, en de Mobiele Eenheid, uitgerust met schilden, helmen met perspex vizier en wapenstok, als was het een tenniswedstrijd: het golfde van links naar rechts, nu eens wonnen de krakers een lange rally, dan weer sloegen de agenen een paar aces.

Nadat ik -halverwege de jaren tachtig- een tijdje in New York had gewoond, moest ik bij terugkomst in Amsterdam noodgedwongen tijdelijk in het Bolshuis op de Rozengracht resideren. Een pand gekraakt door voornamelijk beeldend kunstenaars die er ook ateliers in hadden. Op mij kwamen de meeste bewoners over als nogal burgerlijk. Er was altijd gezeik over de gemeenschappelijke voorzieningen, zoals wie het meeste warm water gebruikte, hetgeen mij verbaasde want niemand rook alsof ie hij ooit een douche van dichtbij zag. Ook als er iemand na twaalven een plaatje opzette -ik bijvoorbeeld- was het gezeik niet van de lucht. Gelukkig was de Mazzo vlakbij.

De discussie over de Nieuwe Lelijkheid ging volledig aan mij voorbij. Het telefoonboek van Crouwel was lekker duidelijk en in elke stad hoorde ook lelijke dingen te staan; dan kon je de mooie dingen des te beter onderscheiden. Ook achteraf gezien, vond ik de reacties overtrokken. Uiteraard kon Komrij veel beter schrijven dan Van Gool kon ontwerpen. Vanzelfsprekend waren de door Willink vereeuwigde villa's die voorheen op die plek stonden onnoemelijk veel fraaier dan die twee doodskoppen. Maar ondertussen staan ze er een jaar of dertig en is iedereen er min of meer aan gewend. Als aan een paar wratten onder je voet: zolang je er maar niet aan pulkt, heb je er weinig last van.

null Beeld
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden