Kafka lacht zich de ballen uit zijn broek

Roos Schlikker Beeld Oof Verschuren

De politiechef heeft zich de gewoonte aangemeten verwijten terug te kaatsen met de zin 'U begrijpt het niet helemaal'. Nu zijn wij weliswaar in de rouw, maar verdriet maakt je niet direct achterlijk, dus die communicatiemethode werkt niet lekker.

Mijn column is de aanleiding dat mijn vader en ik aan tafel zitten met haar en een officier van justitie. Het wringt en wrijft. Op de vraag waarom mijn vader niet bij mij mocht zijn toen mijn moeders schedel werd open­geboord, zegt de chef: "Zo gaat het als iemand verdachte is." Die zet je vast zo lang het onderzoek duurt. En het Openbaar Ministerie had nu eenmaal opdracht gegeven tot huisdoorzoeking.

Een agent had wel even gedacht: wat rottig dat die man een cel in moet, maar iedereen dient hetzelfde te worden behandeld: van tasjesdief tot echtgenoot die zijn vrouw in een bloedbad vond.

"Mijn vader heeft uren en uren vastgezeten. Alle begrip voor het onderzoek, maar moest dat? Kon hij niet bij mij zijn, desnoods bewaakt?"

"U begrijpt het niet hele..."

"Zou dit echt niet anders kunnen?"

Het blijft stil. Ik vertel over brieven van mensen die ook hun partner vonden en onschuldig werden aangehouden. Iemand wiens vrouw diezelfde dag overleed. Geboeid en onder politiebegeleiding nam hij afscheid. De politiechef schokschoudert. Dit is simpelweg hoe het gaat, maar uiteraard zijn er 'leermomenten' uit ons verhaal te destilleren.

Zou het een leermomentje zijn als het OM comateuzen geen brieven stuurt waarin staat dat ze aangifte hebben gedaan van doodslag? De officier, overigens niet degene die de brieven ondertekende ("Die is helaas afwezig"), sluit even haar ogen. "Ik kan u geen bevredigend antwoord geven, vrees ik."

Dan probeert ze uit te leggen hoe het werkt. Als een zaak wordt geseponeerd, zet een medewerker dat in de computer. Vervolgens maakt het systeem een automatisch gegenereerde brief aan. "Die krijgt iedereen die aangifte heeft gedaan."

"En als er geen aangifte is?"

"Dan moet die brief niet worden verstuurd. Bij u ging dat mis."

Wacht. Dus er wordt een brief gemaakt waarin een onwaarheid staat? "Dat is valsheid in geschrifte," zegt mijn vader zacht. Nou, zo moeten wij dat niet zien. Want die brief behoort niet te worden verstuurd.

"Maar waar blijft ie dan?"

"In de computer."

Eindelijk heeft de politiechef gelijk. Ik snap hier geen hol van. "Is er dan geen standaardbrief voor gevallen waarbij er geen aangifte is?" probeer ik.

De officier kijkt me moedeloos aan. "Nee. Die zit niet in het automatiseringssysteem."

Ze heeft vriendelijke ogen, ik meen er spijt in te zien. Spijt vanwege dat rotsysteem. Er volgt een verhaal over 'ketenpartners' - het OM, politie, Slachtofferhulp - die samenwerken. En hoe het, als het op één plek verkeerd gaat, overal foute boel is.

Er klinkt iets over gebrek aan menselijke maat. En nog een voorzichtig 'het had anders gemoeten'. Ik knik en sta op. Het is genoeg, ik wil naar huis. We schudden handen.

Aan het eind van de gang hoor ik gebulder. Het is Kafka die zich de ballen uit zijn broek lacht.

Lees hier de column van vorige week: Wat is uw antwoord op die ene vraag?

Roos Schlikker (1975) is journalist en schrijfster van boeken en toneelstukken. Elke zaterdag schrijft ze een column voor Het Parool.

Reageren? r.schlikker@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden