Achtergrond

Kabinet houdt vaart erin met corona-app (en dat baart zorgen)

In het ‘ideale’ scenario begint aanstaande zaterdag al een test met de corona-app. Het kabinet maakt haast en zoekt samenwerking met het veelbekritiseerde Israël.

Minister Hugo de Jonge van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (CDA) hanteert een strakke deadline: 28 april moet de app ‘productierijp’ zijn.Beeld ANP

Een week geleden poneerde minister Hugo de Jonge (Zorg) dat het kabinet wil werken aan de ontwikkeling van een app om zo digitaal te registreren wie er met coronapatiënten in aanraking is geweest. Zo'n app zou een voorwaarde zijn voor het afschalen van maatregelen, omdat zo nieuwe besmettingshaarden in de kiem gesmoord zouden kunnen worden.

Het idee is nog niet veel meer dan een houtskoolschets, want De Jonge wist alleen te melden dat het kabinet denkt dat er bluetooth bij kan worden ingezet. Heel simpel: wie met zijn mobiele telefoon met bluetooth in de buurt is geweest bij iemand die het virus blijkt te hebben, krijgt een melding.

Apple, Google en Israël

Tal van vragen ging het kabinet nog uit de weg: is dat dan anoniem? Hoe voorkom je misbruik? Wordt data centraal opgeslagen? En wordt de app verplicht?

Het lijkt erop dat het kabinet voor antwoorden op die vragen eerst de technologische mogelijkheden verkent. Zo werd een digitale aanbesteding gedaan, een tender, waar tot vandaag – dinsdag – 12.00 uur op kon worden gereageerd. Volgens een woordvoerder waren er al ‘een hoop’ reacties, al kon hij geen aantal noemen.

Duidelijk is wel dat techreuzen als Google en Apple met de technische ontwikkelingen doende zijn,
lieten ze weten. Zij buigen zich momenteel over de achterliggende technologie.  

Bovendien was er een interessante tweet
van de Nederlandse ambassade in Israël, waarin stond dat Nederlandse bedrijven worden gezocht die een ‘team’ zouden willen vormen met de ‘Israëlische partner’ om mee te doen aan de aanbesteding. Dat land werkt al met de technologie, maar heeft een aantal privacywaarborgen laten varen. Zo slaat het informatie centraal op en deelt het die met de politie. En veelzeggend: het is dezelfde techniek die wordt gebruikt om Palestijnse militanten te volgen. Het leverde de regering een stortvloed aan kritiek op. 

Het tijdspad van de Nederlandse regering is ondertussen strak. Het liefst zou er vanaf zaterdag worden proefgedraaid middels een ‘publieke proef’, zo staat in het formulier dat geïnteresseerde bedrijven moeten invullen. En ‘de aangeboden oplossing’ moet ‘productierijp’ zijn per 28 april. Die datum is niet willekeurig: dan verloopt het gros van de getroffen corona-maatregelen van de ‘intelligente lockdown’.

Privacywet

Het kabinet heeft leunt bij de ontwikkeling op een groep van ruim 130 wetenschappers en technici die zich hebben verzameld in het Pan-European Privacy Preserving Proximity Tracing (PEPP-PT). Deze groep van Europese experts moeten ervoor zorgen dat de randvoorwaarden van de app aan privacymaatstaven voldoen, bijvoorbeeld de privacywet AVG.

Dat heeft de zorgen niet weggenomen, bleek maandag al. Een groep van zestig Nederlandse wetenschappers schreef het kabinet aan met hun bedenkingen. Want moet je alles dat technisch mogelijk is ook echt willen benutten?

De ‘inzet van tracking-, tracing- en gezondheidsapps is zeer ingrijpend’, schreven ze. “Belangrijk is daarom dat kritisch gekeken wordt naar het nut, de noodzaak en de effectiviteit van dergelijke apps, alsook de sociaal-maatschappelijke en juridische impact.”

Zij willen dat er ook deskundigen in recht, sociale wetenschappen of ethiek worden betrokken bij de slotvraag: gaan we de ontwikkelde app ook echt gebruiken?

Hoever gaat Nederland?

Want dat het technisch mogelijk is, bewees een aantal Aziatische landen al. In Singapore, Taiwan, China en Zuid-Korea zijn ze al operationeel. In bijvoorbeeld dat laatste land worden de reisbewegingen van iemand die besmet blijkt nauwgezet gepubliceerd. Alle routes en bezoekjes (bakker, pinautomaat, dokter) worden gepubliceerd, zonder overigens de naam van de besmette.

De vraag is: hoever gaat Nederland? De opslag zou ‘niet centraal’ kunnen gaan, waardoor er geen database is. Bovendien zou een toestel niet voortdurend worden gevolgd, zoals bij gps, maar alleen registreren wanneer er contact wordt gemaakt met de bluetooth van een toestel in de buurt.

Toch zijn er nog geen kaders vastgesteld door het kabinet, dus is veel nog giswerk. Dat De Jonge daarbij de vaart erin houdt, baart Tweede Kamerleden wel zorgen. Zo stelde D66’er Kees Verhoeven al kritische vragen. Hij wil ook snel antwoorden: liefst voor donderdag.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden