PlusPS

Jos van der Kooy is al 50 jaar kerkorganist in Amsterdam

Op zijn dertiende waren zijn benen lang genoeg om bij de pedalen van het orgel te komen. Nu viert Jos van der Kooy (65), de langstzittende organist in de Westerkerk, zijn vijftigjarig jubileum als kerkmuzikant.

Jos van der KooyBeeld Mark van der Zouw

Voor sommige buitenlandse bezoekers is het even wennen, het hardcore protestantisme van de Westerkerk. 'Nice church,' schreef ene Niamh uit Ierland in het gastenboek. 'Miss Jesus though'.

Nee, kruisbeelden vind je hier niet. En versieringen zijn tot een minimum beperkt. Des te meer valt daarom het orgel achter in de kerk op. Het is van zichzelf al een enorm instrument, maar dan zijn ook de luiken nog eens bont beschilderd.

In 1631 werd de Westerkerk in gebruik genomen. Pas vijftig jaar later werd opdracht gegeven een orgel te bouwen. Er gingen verhitte discussies aan vooraf, want door sommige kerkbestuurders werd een kerkorgel te 'paaps' ­geacht. Maar toen het besluit eenmaal was genomen, werd er flink uitgepakt ook. "Het orgel heeft 2800 pijpen, waarvan er nog 550 origineel zijn," zegt Jos van der Kooy.

Van alle organisten in bijna vier eeuwen Westerkerk is Van der Kooy de langstzittende. In 1980, 37 jaar geleden dus, werd hij er aangesteld. Maar kerkmuzikant is hij al veel langer.

Vijftig jaar geleden werd hij organist van de Pniëlkerk in Bos en Lommer, het huidige cultureel Podium Mozaïek. Vijftien jaar oud was hij toen nog maar. Nu is hij pensioengerechtigd, maar van stoppen is voorlopig geen sprake. Zijn jubileum wordt morgenmiddag gevierd met een concert in de Westerkerk.

"Ik was 28 toen ik organist werd in de Westerkerk. Je zou denken: moet er nu niet weer eens een jong iemand worden aangesteld? Maar volgend jaar gaat dominee Fokkelien Oosterwijk met pensioen en ze willen mij hier nog even aanhouden als stabiele factor. Er komt ook een restauratie van het orgel aan. Dat heb ik al een keer eerder ­meegemaakt, dus die knowhow komt van pas."

Heen en weer
Gewoon door als organist van de Westerkerk dus. Zoals hij voorlopig ook gewoon doorgaat met zijn werk als docent aan het Koninklijk Conservatorium in Den Haag. In oktober gaat hij wel met pensioen als stadsorganist van Haarlem, maar hij zal daar concerten blijven geven.

Jos van der Kooy vertelt het allemaal achter de klavieren van het Westerkerkorgel. Het is zondagochtend. De kerkdienst wordt niet geleid door Fokkelien Oosterwijk, de vaste dominee, maar door Jan Muis, hoogleraar dogmatiek uit Utrecht.

Het is sowieso een andere dienst dan gebruikelijk, omdat er een koor zingt. Het betekent dat Van der Kooy gedurende de dienst heen en weer sjeest tussen het eigenlijke Westerkerkorgel en een veel kleiner, in 1963 gebouwd koororgel vooraan in de kerk.

"Wij bidden u voor de politieke leiders. Dat ze niet huichelen, bedriegen, kwaadspreken, handelen uit jaloezie," horen we beneden in de kerk voorganger Muis een gebed besluiten. Tegelijkertijd komt Van der Kooy de trappen naar het orgel opgestormd.

Net op tijd zet hij, licht hijgend, Gezang 971 in. Bladmuziek heeft hij er niet eens voor nodig. Zijn vingers razen tijdens het geïmproviseerde voorspel over de toetsen, zijn voeten lijken te dansen over de pedalen en links en rechts trekt hij aan registers.

Kamermuzikale kanten
Het moet een machtig gevoel zijn; spelen op een instrument dat zo veel verschillende klanken herbergt en zo'n luid volume kan voortbrengen. "Ja, dat is het, maar dat is tegelijkertijd ook een valkuil," zegt Van der Kooy even ­later (daar hoog achter het orgel kun je praten zonder dat iemand beneden in de kerk het hoort).

Vol en hard, dat is waar nogal wat organisten in blijven hangen, vindt Van der Kooy. "Dat wilde, dat machtige is mooi, maar alleen ter afwisseling van het andere. Ik vind het juist mooi om ook heel licht te spelen, het orgel heeft ook kamermuzikale kanten."

Kerkgangers kunnen Van der Kooy niet zien als hij orgel speelt. Andersom kan ook hij hen niet zien. Er hangt een beeldschermpje naast de klavieren, dat hem zicht zou kunnen bieden op wat beneden gebeurt, maar dat werkt niet meer. Van der Kooy zit er niet mee.

Het heeft iets eenzaams daar boven moederziel alleen te musiceren. "Het kerkorgel trekt ook vaak een bepaald type muzikant, die niet zo communicatief is.

Maar dat eenzame aspect van het kerkorgel ligt mij niet. Ik speel er graag op, maar ik kom ook graag op de vloer. Ik dirigeer het koor, spreek na afloop van een dienst met kerkgangers. Ik ben juist heel graag onder de mensen."

Maar dat er afgezien van studenten en registranten (assistenten die de registers opentrekken en bladmuziek omslaan) zelden iemand bovenkomt, is te zien. Het is - met alle respect - nogal een zooitje daar.

Rond het orgelbankje is de vloer bezaaid met bladmuziek en lege koffiebekertjes. En aan de wanden heeft de organist krantenknipsels geprikt, vooral over kerkelijke zaken. Er hangt ook een Fokke en Sukkecartoon tussen. De een tegen de ander: 'Goede vrijdag, goede vrijdag. Ging Jezus toen niet eieren zoeken in de woestijn?'

In de belendende ruimte, waar zich de reusachtige balg van het orgel bevindt, staan overal stapels boeken. We zien De donkere kamer van Damocles, de Churchillbiografie van Boris Johnson, maar vooral veel theologische werken. "Ik woon nogal klein, dus ik heb een deel van mijn boeken hier maar neergezet," zegt Van der Kooy.

Een studentenkamer, daar doet het aan denken. "Maar af en toe haal ik echt wel de stofzuiger van beneden hoor."

Draaiorgeldeuntjes
Moet je religieus zijn om kerkorganist te kunnen zijn? "Ik houd er niet van mensen uit te sluiten. Ik kan me voorstellen dat iemand die niet gelooft toch heel goed kan spelen, maar voor mij als muzikant is het geloof mijn voornaamste inspiratie. Ik heb op het gymna­sium ook wel getwijfeld: wil ik naar het conservatorium of dominee worden? Het werd het conservatorium, maar als ik een dag geen theologisch boek ter hand neem, al is het maar vijf minuten, ben ik niet gelukkig."

'Ik kan me voorstellen dat iemand die niet gelooft toch heel goed kan spelen, maar voor mij als muzikant is het geloof mijn voornaamste inspiratie'Beeld Mark van der Zouw

Jos van der Kooy werd in Rotterdam geboren, maar verhuisde op zijn zevende naar Bos en Lommer. Op zijn vierde zat hij thuis al achter het harmonium. "Alles wat ik hoorde, kon ik naspelen. De kerkliederen die ik leerde op de kleuterschool, maar ook de deuntjes van het draaiorgel op straat. Dat waren toen, hoewel de Duitsers nog maar net weg waren, vooral schlagers."

Op zijn dertiende, toen zijn benen lang genoeg waren om bij de pedalen te kunnen, stapte hij over naar het orgel. "Ik heb heel veel geleerd door te luisteren naar anderen. Op mijn fiets ging ik de hele stad door, dat kon toen nog als kind. Na een dienst in de Westerkerk of Oude Kerk fietste ik snel naar huis om daar na te spelen wat ik had gehoord."

In 1967 kreeg hij zijn eerste vaste aanstelling als organist. Het was ook het jaar waarin The Beatles Sgt. Pepper's ­Lonely Hearts Club Band uitbrachten, en sowieso was er dat jaar wel het een en ander aan de hand in de popmuziek.

"Ik hoorde die liedjes wel, want ik ging ook naar feestjes op zaterdag, maar mijn muziek was het in het ­geheel niet. Ik zoog me vol met Bach en Beethoven. Pas na mijn veertigste werd ik geraakt door The Beatles."

Zijn goede vriend Louis van Dijk de pianist, was er eerder bij. Die nam in 1970 al een elpee op met kerkorgelbewerkingen van Lennon & McCartneycomposities. "Louis was ook al vroeg in de weer met jazz. Hij vertelde me laatst dat zijn moeder dat maar niets vond. Ze zei: 'Jongen, dat is een wereld van drank en vrouwen.' Waarop hij zei: 'Ik kan niet wachten hem te betreden'."

Stamgast
Over drank gesproken. Vanachter het orgel kan hij een beetje naar buiten kijken. "Aan die kant heb je het Anne Frank Huis en aan de andere kant lijn 13 en café Kalkhoven." In het café is hij stamgast. Hij komt er graag met studenten, maar ook wel na een kerkdienst. "In de ­jaren zestig kwamen er politici en journalisten, nu vooral toeristen, maar er is ook nog een klein clubje stamgasten."

Jenever drinken leerde hij in eigen, gereformeerde kring. "Ik was nog maar net organist in de Pniëlkerk toen de koster me bij een trouwdienst tijdens de preek bij zich riep. Hij zei: 'Als je te veel preken hoort, val je nog van je geloof.' Hij schonk twee borrels in. 'Hier jongen, pak aan.' En tegen een portret van Abraham Kuyper, de grote gereformeerde voorman, proostte hij: 'Daar ga je ouwe'."

De vijftienjarige Jos van der Kooy, voor wie sterke drank nieuw was, durfde ook een tweede borrel niet af te slaan. "Even later zat ik weer achter het kerkorgel. Dat ging heel goed. Maar terug naar huis heb ik mijn fiets toch maar aan de hand genomen."

Jubileumconcert Jos van der Kooy, Westerkerk, morgen, 14.00 uur. Kaartjes à €10. Bestellen via www.concert4you.nl. www.westerkerk.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden