Plus

Joost Spijkers in De Kleine Komedie: een Limburgs jongetje vol blues

Ashton Brother Joost Spijkers (40) maakte in 2015 zijn debuut als zanger met een voorstelling vol Balkanmuziek. Opvolger Spijkers II is toegankelijker, warmer, wezenlijker. Vrijdag is de première, in De Kleine Komedie.

Joost Spijkers: 'Ik steek mijn nek uit en dat is doodeng.' Beeld Robbert van den Broek

Jaren geleden speelde Joost Spijkers met de Ashton Brothers in Vertellingen van 1001 nacht van Het Zuidelijk Toneel. Daar maakte hij kennis met schrijver Peer Wittenbols.

Het klikte direct. "Er zaten scènes in die voorstelling over verloren liefdes en samen oud worden. Die vond ik zó mooi dat ik Peer heb gevraagd teksten voor mij te maken. Ik speelde al langer met het idee te gaan zingen, maar ik kan niet schrijven."

"Niet goed genoeg althans. Dat is een huwelijk geworden, net zoals ik dat met Pim en Friso heb bij de Ashton Brothers. Ik vertel Peer verhalen en hij maakt daar liedjes van. Ik vind het prachtig wat hij doet."

Toch was dat eerste programma misschien een beetje te vol, denkt Spijkers achteraf. "Er waren veel mensen die het erg mooi vonden, en ik heb er veel plezier aan beleefd, maar ik wilde er álles in kwijt. Mijn hele leven. Er zat poëzie in de liedjes en óók nog in de verhalen die ik tussendoor vertelde. Het publiek kreeg weinig ademruimte. Misschien is dat ook wel typisch voor een debuut."

Gepest
Dit keer houdt Spijkers het bij zingen. Het verhaal schuilt in de warmte van het toneelbeeld. "Er zitten vijf vrienden aan tafel in een kroeg of een restaurant. Mogelijk zelfs bij mij thuis aan de keukentafel."

"Als mensen de zaal in lopen, zijn we net klaar met eten. Dan begin ik plots te zingen en haken de vier muzikanten daarop in. Dat groeit als vanzelf naar de zaal toe, naar een concert. Die mannen storten hun hart uit, worden kwaad, maar vieren ook feest."

De Balkan speelde een belangrijke rol in Spijkers' jeugd. Zijn vader hertrouwde met een vrouw uit Joegoslavië en de jonge Joost dompelde zich onder in haar cultuur.

"Het gaf identiteit aan dat Limburgse jongetje dat gepest werd. Bovendien brak in 1989 de Balkanoorlog uit. Dat hebben we in ons gezin van behoorlijk dichtbij meegemaakt. We waren weliswaar op afstand, maar mijn stiefmoeder zat iedere dag huilend voor de televisie."

"Zelf had ik, zoals ik in de eerste voorstelling vertelde, een vakantievriendinnetje in Joegoslavië dat plots de telefoon niet meer opnam. Als je puber bent, maakt dat een enorme indruk. Het heeft me nooit meer losgelaten. Ik ben nu zelf getrouwd met een Bosnische. Daar ben ik bij thuis."

Toch zijn de Nederlandstalige Balkanliederen dit keer minder overheersend aanwezig in de voorstelling. Spijkers zingt ook in het Russisch, Italiaans en Catalaans. "Dat is deels om ervoor te zorgen dat het publiek niet taalmoe wordt. En ik wil ook niet dat mensen ons als een puur folkloristisch bandje zien."

"Ik heb expres allemaal muzikanten gekozen die helemaal geen verstand hebben van volksmuziek. Ze komen uit de jazz. Laatst zei iemand tegen me dat we zo naar North Sea zouden kunnen. En dat is precies wat ik graag zou willen."

Iets wezenlijks
Spijkers denkt veel na over de aard van wat hij maakt. "Het is geen volksmuziek, maar het schuurt er soms wel tegenaan ja. En dat is lekker. Net zoals André Hazes hartstikke lekker is. Dat is gewoon goed. En dat is ook blues."

"Ik ben maar een jongetje uit Limburg. Ik wil niet dat het ontoegankelijk wordt voor een groot publiek. Tegelijk moet er wel een zekere intelligentie in zitten. Iets wezenlijks. Mijn muziek mag geen behang zijn."

Is hij bij de Ashton Brothers een deel van het geheel, vaak verborgen achter een personage, nu staat Spijkers als frontman op het podium. En als zichzelf. Dat is even schakelen. "Ik ben al twintig jaar Ashton Brother. Ik heb een basis gevonden die, zeker naar het publiek toe, comfortabel is geworden. Toch is een nieuwe voorstelling ook dan een verschrikkelijke uitdaging."

"En naarmate we ouder worden en meer maken wordt het alleen maar moeilijker. Bij Spijkers ligt het anders. Dit is nieuwer, dus is er meer inspiratie. Tegelijk steek ik mijn nek uit en dat is doodeng. Gelukkig voel ik me zekerder dan de eerste keer. Dit komt nog iets meer uit mijn kloten."

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden