Plus Klapstoel

Joost Patocka: 'Ik wil geen pak meer dragen'

Joost Patocka (1969) is jazzdrummer. Hij speelde bij Rita Reys en maakt deel uit van het Benjamin Herman Trio. In zijn woonplaats Aartswoud organiseert hij volgende week het jazzfestival Trommel.

Joost Patocka Beeld Harmen de Jong

Amsterdam-Noord
"Voor ik daar werd geboren, hadden mijn ouders een huisje in de Korte Keizersstraat, vlak bij het oude Bimhuis, dat zo klein was dat hun bedden niet eens naast elkaar konden staan. Echt, ze stonden áchter elkaar. Toch ben ik daar verwekt. Van Noord herinner ik me niets, want drie, vier maanden na mijn geboorte zijn we verhuisd. Mijn jeugd heb ik vooral doorgebracht in Maarn. Mijn vader was econoom, mijn moeder bouwkundig ingenieur. De familienaam is Tsjechisch. Mijn grootouders van mijn vaderskant kwamen daar allebei vandaan. In de jaren dertig hebben ze elkaar in Nederland leren kennen."

Stewart Copeland
"In januari 1979, ik was 9 jaar, ben ik begonnen met drummen. Stewart Copeland speelde daar een grote rol in. The Police was sowieso het allermooiste dat bestond, maar hij was de coolste van de drie: jong, knap, energiek en hij kon verschrikkelijk goed drummen natuurlijk. Ik ben begonnen met van die oefenpadjes, een soort koekdeksels. Mijn ouders wilden even kijken of ik het wel echt leuk vond. Een half jaar later kochten ze een drumstel voor me, een Sonor, in paars. De buurvrouw werd er gek van. Die kwam een keer de trap op gestiefeld en begon toen heel hard te schreeuwen. Mijn vader ontstak ook in woede: wat deed zij gvd in ons huis? Maar er zijn toen wel afspraken gemaakt. Ik mocht alleen nog op bepaalde uren drummen en later is mijn kamer geïsoleerd."

Jazz
"Is tot mij gekomen via een drumleraar die ik had in Maarn. Hij zette een plaatje op van een Deens radio-orkest, bigbandmuziek. 'Misschien vind je dit wel leuk, speel maar eens mee.' En ik vond het te gek. Popmuziek is boem-klap-boem-klap. Jazz ging van ting-ding-tsjinke-ding. Popdrummen is vanuit de onderkant van het drumstel gedacht, bij jazzdrummen gaat het veel meer om de bovenkant, de bekkens. Thuis werd nooit naar jazz geluisterd. Mijn ouders hielden van pop: Stevie Wonder, Stealers Wheel, Jim Croce, dat werk."

Babi pangang
"Op Facebook werd ik gek van al die mensen die een selfie van zichzelf en hun dochter in de skilift postten. Skihelm op, hashtag 'trots'. Als tegenbeweging ben ik toen foto's van babi pangang en ook wel frikandellen speciaal gaan plaatsen. Het is een beetje een eigen leven gaan leven. Mensen denken dat ik verslaafd ben aan babi pangang, maar ik eet het hooguit drie keer per jaar."

Aartswoud
"Sinds december 2010 wonen we hier. Mijn ouders hadden een vakantiehuisje in Medemblik, toen wij daar een keer zaten, zag ik dat hier een huis te koop stond. De volgende dag zijn Francien en ik - met een enorme kater - gaan kijken. We wisten meteen dat we het wilden. Ik vind Amsterdam een heel mooie stad, ik kom er veel en graag, maar kijk om je heen hier: een vrijstaand huis, de auto kan gewoon voor de deur en achter heb je vrij uitzicht over de weilanden. Vroeger dacht ik: je krijgt me nooit Amsterdam uit. Nu denk ik: je krijgt me daar nooit meer terug. In die schuur daar heb ik mijn eigen drumhok. Heeft de buurman voor me gebouwd, voor maar 1000 euro. Dat is ook fijn: iedereen kan hier echt wat. In Amsterdam kende ik alleen maar muzikanten, haha. Ze konden hier eerst niet goed geloven dat ik van beroep drummer ben. 'Maar wat doe je dan overdag?' "

Jazzkerk
"De kerk hier tegenover stond het grootste deel van het jaar leeg. Hij werd eigenlijk alleen nog bij begrafenissen en bruiloften gebruikt. Al snel ben ik er jazzevenementen gaan organiseren. Ik ben begonnen met een concert van Rita Reys, bij wie ik toen nog speelde. We organiseren vooral ontmoetingen tussen jazzmuzikanten en bijvoorbeeld schrijvers die veel van jazz houden. We hadden bijvoorbeeld The Ploctones met Kees van Kooten, en Benjamin Herman met Remco Campert. Matthijs van Nieuwkerk, ook een enorme jazzliefhebber, werd daarover geïnterviewd door Wilfried de Jong."

Trommel
"Hans Dulfer zei een keer: 'Het is ook leuk om eens wat voor andere muzikanten te doen.' Vanuit dat idee is Trommel ontstaan, het jazzfestival dat ik dit jaar voor de tweede keer or­ganiseer. Het is geen festival waar alles om de drums draait, maar ik programmeer wel alleen binnen- en buitenlandse bands die worden geleid door een drummer. En we reiken aan een jonge, veelbelovende jazzdrummer het Gouden Slifje uit, voluit het Sena Performers Gouden Slifje. Andere mensen noemen brushes ook wel kwastjes, Misha Mengelberg noemde ze slifjes, het zal wel een onomatopee zijn. Bij de prijs hoort een beeld dat is gemaakt door drummer en kunstenaar Han Bennink: een omgekeerde brush in een bloempot, met daarover heen een glazen stolp, echt heel mooi."

Rita Reys
"God hebbe haar ziel. Ik heb 12,5 jaar bij haar gespeeld, tot aan haar allerlaatste optreden op 6 juli 2013 in de North Sea Jazz Club. Als vroeger bij ons thuis Pim Jacobs op tv kwam, werd er meteen een andere zender opgezet. Na zijn dood in 1996 heeft Rita een tijd niet gezongen. In 2000 is ze er weer mee begonnen, met mij op drums. Niet iedereen vond Rita Reys aardig, maar ik kon héél goed met haar opschieten. Ik haalde haar vaak op. 'Nou begin maar,' zei ik als ze met een zak drop op schoot in de auto zat. En ze had zulke goede verhalen. Overlevering is belangrijk in de jazz. Kunnen spelen is één ding, maar de verhalen, die moet je ook kennen. Rita had met iedereen gespeeld, ook met de grootste drummers. Ze speelde zelfs met Art Blakey, maar dat vond ze niets. Die speelde volgens haar veel te hard."

Elvin Jones
"Toen ik hem op het conservatorium voor het eerst hoorde, vond ik hem verschrikkelijk, ­slordig vooral. Pas later ben ik Elvin Jones gaan waarderen. Hij is een van de grote vernieuwers. Bij jazzdrummen is echt sprake van pre- en post-Elvin. Maar leg maar eens uit wat hem zo goed maakt. Het zit in dat vrije, alles in triolen gedacht. Het zit vooral ook in de energie. En er zit heel veel Afrika in."

"Als ik naar muziek luister, luister ik toch vooral naar de drummer, ook bij popmuziek. Sommige jazzmuzikanten kijken neer op pop, daar heb ik geen last van. Maar het spelen is niet echt iets voor mij. Ik heb drie keer meegespeeld bij Caro Emerald en dat was mijn hele popcarrière. Het lukt me gewoon niet elke avond hetzelfde te doen. Ik reageer als drummer altijd meteen op wat ik hoor."

Benjamin Herman
"Echt heel veel mee gespeeld, niet normaal zelfs zo veel. Sinds mijn negentiende, twintigste ken ik hem. Hij zat op het conservatorium in Hilversum, ik in Den Haag. Een kennis zei: 'Jij moet eens gaan spelen met Ben,' zoals hij toen nog heette. Hij droeg in die tijd ook nog een fez à la Tommy Cooper. Het klikte meteen tussen ons. Laatst hadden we het er nog over hoe dat kon. Benjamin zei: 'Jij deed ding-tsjinge-ding, ik blies en het paste precies'."

Pakken
"Nee! Ik wil geen pakken meer dragen, ik ben bijna 50, ik ben er wel klaar mee. Het komt allemaal door Benjamin. Toen we net begonnen te spelen, konden we maar moeilijk optredens krijgen. Dan stuurden we een cassette naar het Bimhuis en kregen we als reactie zo'n briefje dat de programmaraad er eens naar zou luisteren. Benjamin zei: 'We moeten opvallen, we gaan pakken dragen.' Nu draagt in de Nederlandse jazz iedereen pakken, maar toen deden verder alleen de Houdini's het. Benjamin is er heel streng in, die draagt áltijd een pak. We gingen een keer een stukkie wandelen toen we in Barcelona speelden. Ik in mijn korte broek, maar Benjamin in een wollen pak. Zwéten! In Amerika is het de gewoonste zaak dat jazzmuzikanten pakken dragen. Branford Marsalis, met wie ik goed bevriend ben, zegt altijd hij dat hij het niet kan maken voor goed betalende concertbezoekers in een T-shirt te verschijnen."

John Engels
"De nestor. Iedere Nederlandse jazzdrummer die ik ken, is door hem beïnvloed. Ik ook, ja, vooral als het gaat om spelen met brushes. Ik wist eerst helemaal niet dat het kon, spelen met kwastjes. Ik hoorde het voor het eerst op een plaat van Louis van Dijk: supersnel en heel swingend. Dat was dus John. Ja, geweldige drummer, ook zo iemand die met iedereen heeft gespeeld, tot Chet Baker aan toe. In de tachtig is hij nu, maar hij gaat maar door, hè. Zeg je: 'Ha John, hoe gaat ie?' Zegt hij: 'Ja, goed, joh, ik heb alleen een nieuw lichaam nodig.' Maar hij ziet er prima uit, of hij net zestig is geworden. Je weet dat hij op Trommel staat, hè?"

Francien van Tuinen
"Mijn vriendin, en een heel goede jazzzangeres. In 2004 sloeg de vonk over, zes weken later was ze zwanger. In het verleden hebben we veel samen gespeeld, nu gebeurt dat niet vaak meer. Financieel is het aantrekkelijk, twee keer betaald krijgen voor één optreden, maar je neemt ook alles mee. Dan krijg je in de auto gesprekken als: zeg, heb jij de vuilniszakken wel buiten gezet? En: breng jij de kinderen morgen naar school? Maar als we spelen, is ze gewoon de zangeres en niet mijn vrouw of de moeder van mijn kinderen."

Justine Marcella
"Van het blad Vorsten? Nooit gelezen, ga ik ook zeker niet doen. Ik heb niks met koningshuizen. Van mij mag de hele bubs worden afgeschaft. Of op zijn minst eens goed doorgelicht."

Trommel, Aartswoud, 2/6. www.trommelfestival.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden