Joodse opa inspreker Stopera was dupe van erfpachtboete

De vlam sloeg in de pan woensdag in de raad, toen Jan Schrijver als inspreker de erfpachtplannen van de gemeente vergeleek met de boetes die Joodse overlevenden van de Holocaust kregen opgelegd wegens achterstallige erfpachtrekeningen.

Schrijver haalde verhaal bij het stadsbestuur, maar ook de burgemeester en wethouders waren onvermurwbaar Beeld Merel Corduwener
Schrijver haalde verhaal bij het stadsbestuur, maar ook de burgemeester en wethouders waren onvermurwbaarBeeld Merel Corduwener

Met zo'n bruuske vergelijking ben je af, zou je zeggen. Dat neemt niet weg dat Schrijvers grootvader een heel kille behandeling kreeg na terugkeer uit het concentratiekamp. Zijn casus staat uitvoerig beschreven in het ­Niod-rapport uit 2014 over de naoorlogse omgang met achterstallige erfpachtgelden van Joden in Amsterdam.

Joachim Schrijver was arts en eigenaar van een woning in Oud-Zuid, waarin nu zijn kleinzoon Jan woont. Hij werd in februari 1943 gearresteerd door 'twee boeven-jodenjagers'.

Via kamp Vught en Westerbork belandde hij begin 1944 in concentratiekamp Theresienstadt, waar hij in juni 1945 werd bevrijd. Terug in Nederland zocht hij onderdak bij zijn kinderen, omdat zijn huis was geplunderd en door anderen werd bewoond.

Op 30 mei 1946 vroeg hij de directeur van de gemeentelijke dienst Publieke Werken in een brief om een betalingsregeling voor de niet-betaalde erfpachtstermijnen gedurende de oorlogsjaren.

Achterstallige betaling
'Ik moet weer een nieuw bestaan opbouwen en heb, van bezit en inkomsten ontdaan, achterstallige belastingen en hypotheekrente te betalen (..). In verband met deze omstandigheden is het mij volstrekt onmogelijk het verschuldigde bedrag ineens te voldoen. Daarom verzoek ik u, met een betaling in termijnen genoegen te nemen. (...) In de hoop dat u met deze regeling accoord gaat en mij geen boete zult laten betalen, verblijf ik.'

Het antwoord luidde dat een afbetalingsregeling akkoord was, maar dat van het kwijtschelden van de boete geen sprake kon zijn.

Schrijver haalde verhaal bij het stadsbestuur, maar ook de burgemeester en wethouders waren onvermurwbaar. Het zakelijke karakter van het erfpachtrecht bracht nu eenmaal mee dat de boete wegens te late betaling moest worden voldaan, ongeacht de vraag of de oorlog daar iets mee te maken had, vatte Schrijver het standpunt van het college in een andere brief samen.

Geen coulance
Een met Schrijver bevriend raadslid deed een hernieuwde poging tot coulance bij het stadsbestuur. Weer tevergeefs. 'De zaak is ampel overwogen en van alle kanten bezien,' antwoordde de communistische wethouder Publieke Werken Leen Seegers. Het college was niet de veroorzaker van de geleden schade en dus ook niet verantwoordelijk, stelde hij.

De door Schrijver ingeschakelde Stichting Nederlands Volksherstel hekelde in een brief de opstelling van de gemeente. Weer zonder resultaat. In 1947 gaf Schrijver de strijd op. Onder protest betaalde hij de boete.

Zie ook: Hoogspanning op de Stopera door dossier erfpacht

En: Dit is waar de discussie over Joodse erfpachtgelden om draait

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden