Update

Joodse liedjes centraal bij Lach... en Vergeet!

Vanaf vrijdag staan liedjes van joodse artiesten, componisten en tekstschrijvers centraal in het Prentenkabinet van het museum. Foto ANP/Koen Suyk Beeld
Vanaf vrijdag staan liedjes van joodse artiesten, componisten en tekstschrijvers centraal in het Prentenkabinet van het museum. Foto ANP/Koen Suyk

AMSTERDAM - Abraham de Winter was voor zover bekend in 1901 de eerste Nederlandse entertainer die op plaat werd opgenomen. De swingende Johnny en Jones waren tussen de wereldoorlogen heuse tieneridolen. Leo Fuld werkte als Nederlands zanger voor de oorlog al op Broadway. Zij en andere Joodse zangers en komieken worden tot en met 21 juni belicht op de expositie Lach... en Vergeet! Liedjes van Joodse artiesten in het Joods Historisch Museum in Amsterdam.

Dankzij een audiotour kunnen de bezoekers van het museum de artiesten en werk van Joodse componisten en tekstschrijvers volop horen. Basis is echter de verzameling bladmuziek van Jaap van Velzen. Voordat de radio en de plaat gemeengoed waren geworden, werden liedjes verder verspreid en bewaard dankzij bladmuziek. Die kreeg vaak een mooie lay-out, waardoor de collectie ook een beeld geeft van de vormgeving in de periode die wordt belicht (1890-1960).

Natuurlijk zijn verscheidene Joodse artiesten in de oorlog omgekomen of wisten ze slechts door onderduik aan een gruwelijk lot te ontsnappen. Toch wordt daarop geen nadruk gelegd door het Joods Historisch Museum.

''Het is de bedoeling dat je er lol aan beleeft'', aldus een woordvoerster. Dat was immers het doel van de entertainers die voorzagen in gouden amustementsjaren. De entertainmentwereld van toen werd goeddeels door Joden bevolkt. In de jaren dertig kwamen daar vluchtelingen uit Duitsland bij, onder wie Rudolf Nelson.

Opvallend is dat de Joden nauwelijks Joodse liedjes of Joodse typetjes deden. Uitzonderingen zijn het beroemde liedje Izak Meyers Wiegelied (later nog uitgevoerd door Jenny Arean) en het type van 'goocheme Sally met zijn roomijskar', door Sylvain Poons onvergetelijk gemaakt in de film Bleeke Bet (1934). Het petje en het brilletje van Sally zijn nu in het museum te zien.

De artiesten die worden besproken, vormen een fractie van de amusementswereld van weleer. Het museum moest zich beperken. Abraham de Winter, 'ons Brammeke' in zijn geboortestad Breda, kon niet ontbreken. Hij mag als een voorloper van de latere Nederlandse cabaretiers worden gezien. De Winter, vanaf 1884 beroepsartiest, zette typetjes neer, maar was eigenlijk ook al een beetje een soort Wim Kan.

Gekleed als straatveger of conducteur leverde hij commentaar op de politiek. Liedjes zong hij ook. Hij klonk een beetje als Louis Davids. Deze 'grote, kleine man' komt uiteraard aan de orde, verder onder anderen zijn zus Heintje (haar kostuum van Na Druppel in de film De Jantjes uit 1934 is ook te bewonderen) en Eduard Jacobs (die wordt gezien als een van de grondleggers van ons cabaret).

Verder Louis Contran (die zich al een van de weinigen van het jiddisch bediende maar ook een liedje als De arme Nikker ten gehore bracht), Maupie Staal, The Washington ofwel Piccadilly Sisters, Stella Fontaine, Bob Scholte, Max Tak en Max van Praag. Genoemde films maken deel uit van een begeleidend programma van het museum. (ANP)

www.jhm.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden