Plus

Johnny de Mol biedt asielzoekers hoop op Lesbos

Acteur Johnny de Mol stortte zich op het Griekse eiland Lesbos op de hulp aan bootvluchtelingen. Zijn organisatie werkt aan een tweede 'campus': 'Als je bij ons weggaat, ben je klaar voor Europa.'

Johnny de Mol helpt op Lesbos actief mee. 'Hier zijn vluchtelingen geen slachtoffers, maar menselijk kapitaal'

"Het is maar zo'n paar honderd kilometer, hè?" Johnny de Mol (39) vertelde zojuist dat hij een jaar of drie niet op Ibiza is geweest, het eiland waar hij toch al zo'n jaar of twintig steevast de feesten bezocht. Het is hem, na zijn eerste bezoek aan Lesbos in 2015, niet meer gelukt. "Ik had er gewoon geen zin meer in. Dat je met je voeten in het water staat te dansen, en je je opeens realiseert dat verderop de lijken in zee drijven."

De Mol, tv-maker en winnaar van de Gouden Televizierring 2015, ging naar Lesbos, drie jaar geleden, omdat hij zich na de indringende foto van Aylan, het Syrische jongetje dat dood aan de Turkse kust aanspoelde, afvroeg wat hij zelf kon doen aan deze crisis.

Hij had toen al, als ambassadeur van Stichting Het Vergeten Kind, veelvuldig asielzoekerscentra in Nederland bezocht en tobde met de wetenschap dat de levens van zo veel kinderen én hun ouders uitzichtloos waren, terwijl bij die kinderen en ouders vaak een gloeiende ambitie aanwezig was. "Ik wilde weten hoe de vluchtelingenstroom eruitzag - van begin tot eind. Maar ook wat er in de kampen gebeurde en of ik iets kon betekenen."

Op Lesbos kwamen hij en zijn goede vriend Adil Izemrane midden in de chaos terecht. "We hebben drie bussen gehuurd voor de meegebrachte spullen, zijn op Lesbos naar het noorden gereden, en daar stonden we in no time met vluchtelingen in onze armen ­- net aangekomen, onderkoeld en volledig in de war omdat hun bootje op zee was omgeslagen. 'Help even mee,' zei een vrijwilligster. Wat doe je dan? Je deelt wat water uit, zoekt kleren bij elkaar en probeert die mensen een gevoel van welkom te geven."

Een vader reikte hem zijn zoon aan. Een jochie van een jaar of drie. "Of ik hem even bij me kon houden. Die man kon niet meer."

Op dat moment realiseerde De Mol zich dat het leven van dat jongetje niet minder waard mag zijn dan het leven van Piet in Amsterdam of Sabine in Breda. Met Adil, die zijn baan in het vastgoed eraan gaf, besloot hij 'onder de radar' hulp te gaan bieden. "De bootjes bleven komen. Achter elkaar. Al die mensen, hulpeloos en radeloos. Wat opviel: zodra ze enigszins waren bijgekomen, gaven ze hun warme plekje op voor de volgende groep. Dat maakte diepe indruk op mij. De warmte, de veerkracht."

Loveland
Movement on the Ground heet de organisatie die De Mol met enkele compagnons heeft opgezet. Het idee: vluchtelingenwerk humaan maken en defaitisme ombuigen tot hoop. Dankzij een goed netwerk ('Ik dacht: wat op Loveland kan ­- duizenden mensen op een festivalterrein in tenten een goede tijd bezorgen - moet op Lesbos ook kunnen') stond in korte tijd een soepel functionerende campus overeind, waar 1500 vluchtelingen, onder wie zo'n 600 kinderen, een plek krijgen om zich voor te bereiden op de rest van hun leven.

"Bij ons geen lange wachtrijen voor een gaarkeuken, maar vrijwilligers die het eten langsbrengen. Zo houden we ook goed contact. En iedereen moet bijdragen - leraren geven les, schilders gaan schilderen en elektriciens helpen bij het aanleggen van de verbindingen. Daarom noemen wij onze locatie ook nadrukkelijk een campus en niet een kamp. Op deze plek leren we van elkaar."

Om de problematiek rondom vluchtelingen goed te snappen, reisde De Mol met Tineke Ceelen van Stichting Vluchteling naar andere kampen, onder meer in Jordanië, en hij toog met toenmalig minister Bert Koenders naar New York, waar hij sprak met afgevaardigden van de UNHCR, de vluchtelingenorganisatie van de VN. "Samenwerking is ons credo, en laat ons in die keten dan maar de innovatieve rol vervullen - wij kijken net even anders naar de wereld."

Zo vroeg De Mol aan Marnix Bal van festival Loveland een analyse te maken van het lapje grond op Lesbos waar 2500 mensen per dag voorbijkomen. Ook liet hij voor de campus tenten en wc's komen die Nederlanders kennen van Lowlands of andere festivals. "Zo is het begonnen. Met een vrolijk opgeschilderde en goed lopende campus, een helende omgeving, met foodtrucks, schoon sanitair en ruimte om muziek te maken en te sporten. Ik kan niet anders zeggen: het liep meteen als een Zwitsers uurwerk."

'Ramptoerist'
Op dit moment werkt Movement on the Ground, inmiddels een officieel erkende hulporganisatie, aan een andere plek voor vluchtelingen, ook op Lesbos. Tot tevredenheid van de lokale autoriteiten, omdat bij hen veel minder incidenten voorkomen en de vluchtelingen er mentaal beter uitkomen. "Als je bij ons weggaat, ben je klaar voor Europa en is Europa klaar voor jou."

Met zijn humanitaire werk werd De Mol het mikpunt van spot in zijn eigen land. Er ontstond vooral rumoer toen hij in 2016 voor het eerst in de openbaarheid trad met zijn werk­, nadat hij mensen had opgeroepen met lege chartervluchten naar Lesbos te komen en daar in de leegstaande hotels te gaan verblijven om vluchtelingen te helpen. Op sociale media werd hij 'ramptoerist' genoemd, een 'salonsocialist' en hij zou zelfs 'medeschuldig aan verdrinkingen' zijn omdat hij valse hoop zou bieden.

Al die 'shit' - het raakte hem niet. Hij is gezegend met een dikke huid, zegt hij, en maakt zijn keuzes weloverwogen. "Je hoort mij ook niet zeggen dat anderen het niet goed doen, of meteen een vluchteling moeten adopteren. Maar ik pleit er wel voor dat we elkaar een beetje helpen: het meest kostbare bezit dat we kunnen delen, is onze aandacht."

"Natuurlijk kan of moet niet iedereen naar Lesbos. Het is al mooi als je de weduwe van verderop een beetje steun geeft, of help die oude buurvrouw van tweehoog een keer met boodschappen tillen. Verplaats je in een ander. Daar gaat het om."

Boze Griek
Movement on the Ground heeft lang in stilte haar werk gedaan. Omdat hun verhaal de juiste toon moest krijgen, zeker in deze gepolariseerde tijd. "Het is niet zo dat wij dit alleen maar doen om vluchtelingen te helpen. We richten ons op de vluchtelingencrisis. Het is belangrijk begrip te hebben voor alle partijen.

Vanzelfsprekend voor de vluchtelingen zelf, maar ook voor de mensen op Lesbos die geconfronteerd worden met een invasie, en net zo goed voor de Nederlander die in zijn dorp of wijk buren krijgt uit een ander deel van de wereld en waar hij in het begin dus logischerwijs vreemd van opkijkt."

Op Lesbos zoekt De Mol, als er een klus is, ook de werkloze, boze Griek op, om te vragen of hij wil komen werken. "Dan is het vaak van: als ik maar niet met die vluchtelingen te maken krijg. Een dag later zit diezelfde Griek met de vluchtelingen een koffie of een biertje te drinken en over het weer en de kinderen te kletsen. Er zijn verschillen, maar we hebben doorgaans vooral meer met elkaar gemeen."

Drie jaar na de start is Movement on the Ground uitgegroeid tot een erkende, serieuze organisatie, met korte lijntjes naar de overheden en de internationale ontwikkelingshulp. Al blijft het 'een beetje rock-'n-roll zoals wij het doen. A-Team-style'. Ondernemers, uitgenodigd voor een bezoek, stellen verrast vast wat met relatief weinig geld en spullen wordt bereikt.

"Hier zijn vluchtelingen geen slachtoffers, maar menselijk kapitaal. Nieuw talent, bereid om aan de slag te gaan."

De Mol en zijn compagnons hebben hun missie in vier fases opgedeeld. Fase één: van zee naar veiligheid. Twee: van kamp naar campus. De derde fase: van vluchteling naar werknemer en steun bieden als de vluchteling naar Nederland komt. "In de Bijlmerbajes hebben we een hotel tot september 2018. Dat wordt gerund door statushouders en mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. We zorgen voor een intensieve begeleiding, zodat iedereen, zover de wet dat toestaat, zo snel mogelijk aan de slag kan."

Kop in het zand
Nu is Fase 4 aangebroken: het verhaal verspreiden. De Mol spreekt bij bedrijven en deelt zijn ervaringen op universiteiten en scholen. "De wereld is op drift. Het is zaak om met elkaar in gesprek te gaan zonder meteen naar elkaar te wijzen. Er wordt smalend gesproken over de scheldende man of vrouw in de achterstandswijk. Ik vind eerlijk gezegd dat ook zij begrip verdienen."

"Als jij, om wat voor reden ook, niet goed op de hoogte bent, dan kan zo'n vluchteling in de straat natuurlijk tot onzekerheid leiden. Zeker als je buurman net bij de V&D is ontslagen, na 20 jaar trouwe dienst, en daarna zijn huis uit moest. Het is niet zo gek dat je die nieuwe Mohamed dan met scepsis bekijkt."

Is hij eigenlijk al eraan gewend dat mensen hem steeds meer gaan zien als weldoener dan als feestvierder? "Ik ben ouder nu, en vader ook. Zo gek is dat dus niet."

Dat beeld was misschien ook wat overdreven, zegt hij voorzichtig, al is maar omdat zijn vader, met een eigen foundation, en zijn moeder ook altijd aandacht hebben gehad voor mensen met minder geluk in het leven.

"Toen ik jonger was, ging ik met mijn moeder naar ouderencentra, waar ze vrijwillig optrad. Daar zag ik mensen die maandenlang geen woord hadden uitgebracht spontaan in zingen uitbarsten en met de liedjes meedeinen. Ik ken de kracht van muziek, van sport. Niets brengt mensen sneller bij elkaar dan een concert of een voetbaltoernooi."

Hoe ouder, hoe meer twijfel. Maar hij weet één ding zeker: onverschilligheid bedreigt een gezonde maatschappij. "Te veel mensen stoppen hun kop in het zand. Die horen en kennen de verhalen, maar doen er niets mee. Daar wind ik me wel over op. Mijn verhaal is eigenlijk eenvoudig: verdiep je een beetje, doe wat en ga ergens voor staan. Pas dan heb je recht van spreken."

movementontheground.com

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden