Plus

John Lanting (1930-2018): in zijn element bij de vette lach

Zijn Theater van de Lach was volgens de critici plat en oubollig, maar het grote publiek smulde van de onderbroekenlol van John Lanting, de koning van de klucht.

Een portret van John Lanting, toneelspeler, acteur, producer en regisseur. Beeld ANP

De decors in zijn toneelstukken hadden doorgaans veel deuren. Werd zo'n deur geopend, wat in de herinnering doorlopend gebeurde, dan stond daarachter een dame in lingerie dan wel een meneer met zijn broek op zijn knieën. Waarna de kastdeur met veel geweld meteen werd dichtgeslagen. In de kast op de kast heette een productie van John Lanting veelzeggend.

Lanting, die woensdag op 88-jarige leeftijd overleed, was in Nederland de koning van de klucht, het genre dat mikt op de vette lach. In kringen van hen die zichzelf smaak toedichtten, werd het werk van Lanting afgedaan als onder­broekenlol, maar het grote publiek, dat de toneelstukken van John Lantings Theater van de Lach via de Tros ook in de eigen huiskamer tot zich kon nemen, smulde ervan.

Naar Tokio
Dat zijn voorkeur vooral uitging naar het lichte werk, hield de jonge Lanting maar voor zich op de Amsterdamse Toneelschool, waar hij in 1956 zijn diploma haalde. Als je dat zei, werd je er meteen van afgeschopt, wist hij. Hij was pas op zijn 23ste aan de opleiding begonnen.

Na op zijn18de de hbs te hebben verlaten, reisde hij vier jaar door Europa. Hij was borden­wasser in Saint-Tropez, maakte vanuit Zuid-Frankrijk de oversteek naar Marokko.

Terug in Nederland werkte hij behalve als gids op een rondvaartboot in Amsterdam ook als toneel­knecht in de Haarlemse Schouwburg. Daar besloot hij acteur te willen worden. Na de toneelschool was Lanting acht jaar verbonden aan het Rotterdams Toneel, waar hij zich vooral thuis voelde in komische stukken.

Als freelance-acteur had hij later in de jaren zestig vooral succes in De aap, een monoloog van Franz Kafka. Met een Engelstalige versie ervan reisde hij de hele wereld over; het stuk bracht hem tot in Zuid-Amerika en zelfs Tokio.

In 1970 had hij met de klucht Nee schat, nu niet zo veel succes dat hij besloot een eigen gezelschap op te richten. Vanaf 1972 leidde hij het Theater van de Lach, dat alsof er geen Aktie ­Tomaat had plaatsgevonden volle zalen trok met heel traditioneel, volgens de critici plat en oubollig theater.

Vooral de stukken van de Britse toneel­schrijver Ray Cooney, vol pikante misverstanden, hadden zijn voorkeur. Met voorstellingen als Een kus van een Rus en Een trouwring mag niet knellen stond hij duizenden keren op het podium, hier in Nederland, maar ook in Vlaanderen.

Glorietijd
De jaren zeventig en tachtig waren Lantings glorietijd, maar ook in de jaren negentig was er nog een publiek voor zijn kluchten. In 1996 stopte hij met acteren. Als bezoeker bleef hij wel in theaters komen. Wat hij er zag, beviel hem steeds minder, zei hij in 2015 in het Brabants Dagblad: "Het is een wedstrijd geworden van nog moderner en nóg moderner."

In zijn hoogtijdagen had hij nooit zijn eigen werk terug willen kijken, op zijn oude dag was dat anders: "Nu ik het allemaal bekijk door de bril van een opa, kan ik er wel van genieten. Ik vind het erg leuk dat die kluchten tegenwoordig allemaal op tv worden herhaald."

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden