Joegoslavië schond Genocideconventie

DEN HAAG - De Federatieve Republiek Joegoslavië (FRJ) schond in 1995 de Genocideconventie door ''niets te doen'' om de genocide van Srebrenica te voorkomen, ondanks de ''serieuze risico's'' van een volkenmoord na de val van de moslimenclave. De autoriteiten in Belgrado waren echter niet betrokken bij de uitvoering van de genocide.Dit heeft Rosalyn Higgins, de presidente van het Internationaal Gerechtshof, maandagmiddag bepaald. De FRJ heeft eveneens haar in de Genocideconventie vastgelegde verplichting geschonden om de daders van genocide te straffen omdat Belgrado onvoldoende met het Joegoslavië-Tribunaal samenwerkt. Higgins herinnerde aan de aanwijzingen dat de Bosnisch-Servische oud-legerleider Ratko Mladic zich in Servië schuilhoudt. Mladic kreeg weliswaar geld van de FRJ, maar was geen 'orgaan' van Joegoslavi¿. Ook handelde hij bij de genocide van Srebrenica niet op 'instructies' uit Belgrado. De genocide van Srebrenica was een zaak van het Bosnisch-Servische leger. De constatering van het ICJ heeft Belgrado voor de gevreesde veroordeling wegens rechtstreekse betrokkenheid bij volkenmoord behoed.



Servië hoeft Bosnië geen schadevergoeding te betalen wegens schending van de Genocideconventie. (ANP)

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden