Column

Jodenjagers

THEODOR HOLMAN

Nadat ik Ad van Liempt had gesproken over Jodenjacht, het boek dat hij schreef samen met Jan Kompagnie, was ik enigszins van slag.

Het boek gaat over 'de onthutsende rol van de Nederlandse politie in de Tweede Wereldoorlog'. Het gedrag van sommige Jodenjagers was zo ernstig, dat zelfs de Duitsers het te ver vonden gaan.

'Jongens, wij waarderen het dat jullie de Joden oppakken, maar dat jullie ze dan ook martelen en beroven is zelfs ons te gortig, en dus arresteren wij jullie.'

Zoiets moeten de Duitsers hebben gezegd.

Het hele boek bestaat uit onthullingen waar ik oprecht - dus echt - misselijk van word. Neem de uitspraken van de Groningse agent Arend Ruben. "Voor ik met verlof naar huis ga, ransel ik eerst nog een paar Joden af.'

Hij zegt ook: 'Het is geen zondag als ik niet eerst een paar Joden halfdood heb geslagen.'
Als zinnen ziek zouden kunnen zijn, zijn dit zieke zinnen.

Van Liempt en Kompagnie: 'De jonge Ruben is een sprekend voorbeeld van de Jodenhaat bij de speciale politie-eenheden. Zoals Ruben waren er wel een paar honderd.'

Ruben was niet eens de ergste. Wat te denken van Kees Kaptein - ik heb geen zin over te schrijven wat hij geflikt heeft, maar wel dat hij 'verantwoordelijk is geweest voor maar liefst een zesde van de uit Den Haag gedeporteerde Joden. (...) Vaststaat dat (...) hij honderden van zijn stadsgenoten de dood ingejaagd heeft.'

Het onthutsendst is dat de agenten het heerlijk vonden antisemiet te zijn. De Amsterdamse rechercheur Harms: 'Al lagen alle Joden hier op een hoop bij elkaar en werden zij met benzine overgoten en in brand gestoken, dan zou ik er met plezier naar staan te kijken.'

Ik weet niet hoe ik in de oorlog zou hebben gereageerd, welke keuzes ik zou hebben gemaakt, wat ik zou hebben gedacht. Zou ik hebben kunnen genieten van het kwellen van mensen?

Ik weet zijn naam niet meer, maar zo'n 35 jaar geleden interviewde ik iemand uit het verzet. Zijn ouders waren het slachtoffer van zo'n agent geweest, de rest van zijn familie was vergast. Hij vroeg me: 'Ben ik slecht dat ik ervan droom al die schurken te liquideren?'

Ik schudde mijn hoofd.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden