Plus

Jimmy Nelson: 'Ik moest me hechten, anders blijf ik wegrennen'

Jimmy Nelson (50) heeft een heftig leven achter de rug. Om dat te verzachten begon hij met reizen en ontdekte hij de fotografie. Na zijn succesvolle fotoboek over stammen is er nu een vervolg. 'Ik wil de trots van die mensen voelen.'

Jimmy Nelson Beeld Rogier van 't Slot

Jimmy Nelson zegt het van tevoren. Er zijn twee manieren om met shit om te gaan. De Engelse: zodra het moeilijk wordt, over het weer beginnen en een cucumber sandwich aanbieden. Of de Nederlandse: laat maar zien wat er is, dan gaan we het oplossen.

"Ik heb mijn hele leven last gehad van hoe ik ben opgegroeid," zegt de geboren Brit. "Daarom ben ik zo trots om te zijn geadopteerd door Amsterdam. Dus je kunt me alles vragen."

We spreken hem naar aanleiding van het verschijnen van Homage to Humanity, een vervolg op zijn succesvolle fotoboek Before They Pass Away, waarvoor hij 35 stammen bezocht die in hun voortbestaan worden bedreigd. Er werden 250.000 exemplaren van verkocht. Voor Homage to Humanity reisde Nelson weer de wereld over. Hij bezocht ook de mensen die hij eerder had gefotografeerd, om hun het boek dat hij van hen had gemaakt te geven.

Hoe is het nu met die stammen?
"Het is veranderd. Er komen mensen langs die zeggen: wij willen ook een foto van jullie, net zoals Jimmy gemaakt heeft. Daar vragen die mensen nu geld voor."

Wat vindt u daarvan?
"Het is het minste van twee kwaden. Het is dat, of leven in de stad, in een doos onder een brug, met niks. Neem de Kazakken in Mongolië, mensen die leven van de jacht met arenden. Tien jaar geleden waren er 40 stamleden, nu 400. Zij leiden hun traditionele leven, maar hebben geld voor een telefoon doordat eens in de week een toerist zegt: make us a Jimmy picture."

De volgende stap is dat er bij die stammen een loket staat waar je kaartjes kunt kopen.
"In Ecuador werden stammen bedreigd door het kappen van het regenwoud. Toen kwamen consultants, en die stelden vast dat het economisch rendabeler was het regenwoud te sparen en er een toeristische attractie van te maken. Nu zitten de stammen daar, en af en toe komt er iemand langs die een foto maakt."

"Dat zal beperkt blijven, want ze zitten in een redelijk onbegaanbaar gebied. Maar het is controversieel, ja. Dat is wat dit boek moet zijn: een katalysator voor een brede discussie over wat rijkdom en welvaart is. Hoe belangrijk het is dat mensen in touch zijn met zichzelf en de natuur."

"In 2050 woont 85 procent in de steden! Dat is best gevaarlijk, want de mens verliest dan het contact met de aarde. Niet dat we allemaal halfnaakt op een rots moeten gaan staan met een speer boven ons hoofd, maar we moeten de menselijke cultuur weer terug in balans brengen."

Wat is uw favoriete foto?
Hij bladert helemaal naar achteren, naar de foto van het Jimmy Nelsonteam. "Dit is een stam, mijn urban tribe. Met al deze mensen hebben we dit gecreëerd."

Het zijn een heleboel vrouwen.
"Klopt. Ik heb mij ooit voorgenomen om nooit met mannen te werken. Ik ben opgegroeid op een kostschool, van mijn zevende tot mijn zeventiende: 1000 jongens, 400 paters, op 20 kilometer van het dichtstbijzijnde dorp. Een mannengevangenis. Alles wat mis kon gaan, is daar mis gegaan."

"Tot mijn zevende was ik vrij, ik leefde als Mowgli: heel puur, naakt in de bomen hangend. Vanaf het moment dat ik naar kostschool ging - mijn vader werkte in Afrika - is dat eruit geslagen. Ik haatte het feit dat ik een man was, om wat mannen elkaar kunnen aandoen. Dat ben ik mijn hele leven aan het oplossen."

Wat gebeurde er?
"We sliepen op slaapzalen; af en toe werden we 's nachts uit ons bed gehaald en dan deden ze dingen met ons. God zegt dat het moet, zeiden ze. Het gebeurde zo eens in de maand, maar je wist nooit wanneer. Dus was je altijd bang, je kon nooit ontspannen. Tussen mijn zevende en mijn negende heb ik voor mijn gevoel nooit geslapen. Ik was altijd bang dat ze me kwamen pakken. De pijn kun je overleven, het ergste was de angst."

Spraken jullie erover met elkaar?
"Nee. Dat was te kwetsbaar. Ze zeiden dat het mijn schuld was, dat ik dom was. Als kind snap je niet precies wat er gebeurt, maar je realiseert je wel dat het niet gezond is. Ik heb het geprobeerd met mijn ouders te bespreken, maar die waren heel ver weg, die woonden in Afrika, en wilden het niet horen. Op mijn tiende leerde ik ermee dealen. Ik bouwde een muur van beton om me heen. Geen emoties, ik werd bijna een robot."

'Tot mijn zevende was ik vrij, ik leefde als Mowgli: heel puur' Beeld Rogier van 't Slot

"Twee keer per jaar ging ik met vakantie naar mijn ouders. En elke keer zei ik: ik wil niet terug naar kostschool. Toen ik zestien was, woonden mijn ouders in Sierra Leone. Ik had malaria, ik wilde niet terug maar ik moest. Terug op school kreeg ik een medicijn. De volgende dag was al mijn haar uitgevallen. Een allergische reactie. Ik voelde me lelijk - zonder haar ben je in het Engeland van de jaren tachtig gewoon lelijk."

"Alopecia totalis is een reactie op zware medicijnen, shock of chemotherapie. Meestal groeit het haar terug, bij mij niet. De dag erna werd ik van school gestuurd omdat ik mijn hoofd zou hebben kaalgeschoren. Na twee weken ben ik teruggegaan, heb ik me omgekleed in de kamer van de priester en gezegd: ik-heb-geen-haar. De priester zei: 'Je hebt veel lessen gemist, je hebt een hoop in te halen.'"

Dat was het?
"Dat was het. Geen contact met mijn ouders, geen 'hoe voel je je'. Mijn ouders zaten in de bush, in West-Afrika. Ze hadden vaak geen telefoon, voor contact moest ik een brief schrijven. Een paar maanden later haalden ze me op van het vliegveld. Mijn moeder zag me en begon te huilen. Mijn vader zei: 'It was gonna fall out anyway.' Dat is het eerste en laatste wat ze er ooit over hebben gezegd."

Wat was uw vader voor man?
"Hij was heel slim. Een geofysicus, hij sprak tien talen. Autistisch, met een passie voor stenen. Hij kon bijna niet met me praten, hij heeft me nooit aangeraakt. Hij is zelf naar kostschool gestuurd toen hij vier was. Ik denk dat hij heeft meegemaakt wat ik heb meegemaakt, dat hij daarom nooit wilde luisteren."

U heeft het hem nooit gevraagd.
"Niet direct. Hij ging er nooit op in. Op mijn zeventiende had ik mijn opleiding afgerond, en dacht ik: ik ga gewoon weg. Ik heb tegen mijn ouders gezegd: ik ga reizen, en ben twee jaar naar Tibet gegaan. Ik was geïnspireerd door Kuifje: dat las ik op kostschool onder de dekens, om te ontsnappen aan de priesters."

"Die kinderen in Tibet zijn ook kaal, dacht ik - daar hoor ik erbij. De mensen die ik daar ontmoette hebben me te eten gegeven, vastgehouden. Zij waren alles kwijt, het was oorlog, maar ze hebben een volslagen vreemde in hun armen gesloten en me weer tot leven gebracht."

Dat was het eerste moment dat u weer gelukkig was.
"Ik had een oude camera bij me, met vier rollen film, en van iedereen die lief voor me was heb ik een foto gemaakt. Toen ik terugkwam, spreidde ik de foto's voor me uit: dit zijn de mensen van wie ik hou, die zien mij zoals ik ben. Ze hebben mij geen pijn gedaan."

Jeugdfoto Jimmy Nelson Beeld Privé
Beeld uit het boek Homage to Humanity. Gerewol festival, Chari-Baguirimi region, Wodaabe, Tsjaad Beeld Jimmy Nelson
Beeld uit het boek Homage to Humanity. Kaluli, Mount Bosavi, Southern Highlands province, Kaluli, Papoea-Nieuw-Guinea Beeld Jimmy Nelson

"Mijn verhaal werd gepubliceerd. De foto's waren helemaal niet bijzonder, maar het was het verhaal van een jongen die twee jaar in Tibet had gewoond, de eerste witte in vijftig jaar. Ik kreeg er wat geld voor, dus toen was ik opeens fotograaf."

"Daarna ben ik naar Afghanistan geweest. Het was nog best ingewikkeld om me te verkleden als moedjahedien, zonder haar. Daarna heb ik tot mijn 24ste gedaan alsof ik oorlogsfotograaf was, in El Salvador. Ik vond het prettig in een gevaarlijke omgeving te zijn, want dan hoefde ik niks te voelen. Hun pijn was erger dan de mijne. Zij gingen dood en ik niet."

Zo werkt het toch niet.
"Zo voelde het als twintiger. Ik was jong en naïef, ik wist niet wat ik aan het doen was. Als ik er nu op terugkijk, weet ik: ik was niet geïnteresseerd in de oorlog, maar in het verstoppen van mijn pijn. Ik wilde niet voelen."

Wanneer is dat gestopt?
"Toen ik Ashkaine, mijn toenmalige vrouw, ontmoette. Ze zei: 'Als jij nu niet stopt, ben je binnenkort dood. Je doet dit werk niet op een gezonde manier.' Toen zijn we snel begonnen met een gezin en ben ik commercieel fotograaf geworden."

Dat is nogal een stap.
"Ik houd erg van kinderen. Ik moest me hechten, anders blijf ik wegrennen."

Jullie zijn nu uit elkaar.
"Ashkaine trouwde met een beschadigde man. We hebben elkaar proberen te redden. maar daarvoor moet je eerst van jezelf houden. Ik was te jong, niet gelijkwaardig aan haar. We gingen elkaar van van alles de schuld geven. Dat moest stoppen: de rust en de objectiviteit moesten terug. En nu kijk ik naar een heel bijzondere vrouw, een heel bijzondere moeder."

Wat vinden uw kinderen ervan?
"Zij hebben vanaf jonge leeftijd gevoeld dat het zo zou lopen. Het is gezonder en beter voor iedereen zoals het nu is. Het is pijnlijk, maar we wonen op loopafstand van elkaar, we eten regelmatig met zijn vijven, we gaan af en toe samen met vakantie. We hebben veel meer rust. Ik ben heel trots dat het zo gaat."

"Ik heb twee dochters en een zoon. Op de dag dat mijn zoon zeven was, ging ik hem pesten, op een passief-agressieve manier. Mijn vrouw zei: waarom knuffel je hem niet? Hij moet niet knuffelen, hij moet hard zijn, zei ik. Dan is er iets mis met jou, zei zij daarop. Toen begon de zelfreflectie: mijn dochters knuffelde ik wel, maar hem kon ik geen liefde geven."

Was u bang dat u hem zou misbruiken?
"Nee. Maar hij mocht niet zo zacht zijn, want de wereld zou hem gaan misbruiken. Niet ik. Not in a million years."

Hoe is jullie relatie nu?
"We hebben heel goede gesprekken erover gehad. Onze relatie is dieper nu. Ik stelde me bij hem kwetsbaar op. Hij begon mij vragen te stellen, hij heeft mij geholpen in contact te komen met wat ik allemaal had meegemaakt. Hij is emotioneel gezonder dan ik, al is hij 18 en ik 50."

Ooit in therapie geweest?
"Nee. Ik ben liever autodidact. Alles is therapie: ik gebruik mijn werk, mijn kinderen, mijn ex. Dit interview is therapie. Dat is mijn manier om te leren."

U zegt dat dit boek een zoektocht is voor u. Hoe werkt dat?
"De zoektocht naar de schoonheid in de mens. Die wil ik voelen in mij. De trots, de eenvoud, de balans. De kennis, de kracht. Ik bewonder die mensen. Ik wil dichterbij komen, ik wil hen op een voetstuk plaatsen omdat ik ook zo gezien wil worden."

Moeten zij u terugbrengen naar Mowgli, dat jongetje van zes?
"Het is een levenslange cirkel om terug te gaan naar mezelf. Bij alle foto's in het boek zit een link naar een virtualrealityomgeving, filmpjes die zijn gemaakt bij het fotograferen."

"Laatst was hier op ons kantoor een jongetje van zeven. Dat wilde die vr-bril niet meer afzetten. Een groep mensen was aan het dansen. 'Dit is geweldig,' zei hij, 'ik zit hier met mensen met gele gezichten, ze zien mij, ze dansen om mij heen. Ik wil in deze wereld blijven.'"

"Zijn ouders zeiden: doe die stomme bril af. Hij zei: 'Laat me, ik wil hier blijven, dit is veilig.' Toen begon ik te huilen. Dit is wat ik wilde bereiken. Ouders zien enge kannibalen, een kind ziet de schoonheid. Ik wil dat zelf voelen, maar ik wil het ook delen. Ik kan dat niet met volwassenen, die hebben allemaal oordelen, maar misschien wel met de nieuwe generatie."

Is het kunst?
"Ik vind de naam kunstenaar een beetje arrogant. Ik ben gewoon Jimmy en ik ben nieuwsgierig. Maar laatst zei iemand dat hij me ziet als kunstenaar: het gaat om de ziel die je brengt in de foto, en dat is kunst, want je stelt een vraag. Je zet mensen aan het denken."

Beeld uit het boek Homage to Humanity. Vaioa river, Atuona, Hiva Oa, Marquesas, Frans Polynesië Beeld Jimmy Nelson
'Als ik werk, word ik bijna manisch. Je sleept die mensen mee, verlegt takjes en stenen, en op het eind staan ze daar op hun mooist' Beeld Rogier van 't Slot

"Ik zoek naar visuele perfectie. Ik was bij een stam in Papoea-Nieuw-Guinea. Dat vergde maanden van planning, wekenlang reizen, drie dagen lopen. Kom je aan en dan wil je ze, zonder vertaler, twee dagen onder een waterval laten staan."

Twee dagen?
"Voor mijn vorige boek had ik ze gefotografeerd. Thuis zag ik dat je van de hoofdpersoon de voeten niet kon zien. Dus ben ik teruggegaan. Als ik werk, word ik bijna manisch. Je sleept die mensen mee, verlegt takjes en stenen, en op het eind staan ze daar op hun mooist. Trots."

"Ze zijn klaar om 12 uur, maar het licht is heel hard en fel, dus moeten ze wachten tot het 18 uur is, want dan past het wit van de waterval bij het zwart in de voorgrond. Na afloop is het te donker om terug te gaan, dus slaap je op de rotsen, dicht tegen elkaar aan, want het is koud. Ze zingen liedjes, voeren je wormen, dat is voor mij het ultieme geluk."

Uw vader heeft vijf jaar geleden zelfmoord gepleegd.
"Ik zag het aankomen. Hij had beginnende alzheimer, en wilde daar niet mee dealen. I'm fine, I'm fine, zei hij. Hij kwam in de problemen, en zijn manier om dingen op te lossen is dit (haalt een hand over zijn keel). De dag dat hij overleed, schreef hij me een e-mail: ik sta op het punt er een einde aan te maken, jij had dat al aan zien komen. Ik houd meer van je dan je ooit zult weten, het spijt me dat ik het je nooit heb kunnen zeggen."

"Hij is in Tanzania van een dak gesprongen. In Dar es Salaam geldt: als je sterft, moet je zo snel mogelijk worden begraven. Maar ik was ver weg, dus hebben ze hem opgeborgen - maar niet op de goede manier. Toen ik daar kwam, in de hitte, was zijn lichaam drie keer zo groot. Ik heb zijn opgeblazen lichaam terug moeten kopen van de politie."

"Om hem in Tanzania te begraven was ik te laat, en ik mocht hem niet terugvliegen naar Engeland. Mijn moeder wilde dat niet, en er was ook geen geld voor. Uiteindelijk heb ik hem op een grote stapel hout gecremeerd, op het strand, en de as in zee gegooid."

"Eigenlijk hebben we veel lol gehad die week, voor het eerst van mijn leven had ik een gesprek met hem. Op een heel zwarte manier, bijna Monty Pythonachtig, heb ik hem deze wereld zien verlaten. Het was best mooi."

Het moet verschrikkelijk gestonken hebben.
"Ja. Maar I was fine. Ik had in mijn leven al zo veel dode lichamen gezien. In mijn jeugd als ik bij mijn ouders was, in Afghanistan, de oorlogsgebieden. Het lichaam zelf is niet het probleem, de ziel is weg."

Vindt u het niet ironisch dat hij een passie voor stenen had? De dingen met het minste gevoel?
"Hij vond dat stenen meer lagen hadden dan mensen. Die gaan tot het binnenste van de aarde. Hij ging de grond in en hij wilde alle lagen begrijpen van nu tot het begin van de tijd. Oliemaatschappijen huurden hem in om de grond te begrijpen. En daar had hij ook last van."

"Als je nu naar Nigeria gaat, of Kameroen - het is dantesk hoe lelijk het is, door de oliebedrijven. Hij is gestorven uit schaamte: kijk wat ik gedaan heb. Hij hield van Afrika, en hij heeft het vernietigd. Maar hij heeft me wel de schoonheid van de planeet laten zien."

Homage to Humanity (€115) verschijnt 21/9 bij Rizzoli. Op 24/9 is een avond met Jimmy Nelson in Loods 6, KNSM-laan. Aanmelden via www.jimmynelson.com/jnf.

Jimmy Nelson

Geboren
11 november 1967, Sevenoaks, Groot-Brittannië

1975-1985
Stonyhurst College, Lancashire, Groot-Brittannië

1986-1988
Reis door Tibet

1989-1990
Fotograaf in Afghanistan

1990-1994
Werkt in China, El Salvador, Nicaragua, Pakistan, Nigeria, Congo, Kameroen

1994
Verhuist naar Amsterdam

2014
Publicatie fotoboek Before They Pass Away

2018
Publicatie Homage to Humanity

Jimmy Nelson heeft drie kinderen en woont in Amsterdam-Zuid.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden