Plus Column

Jezus joelt door de ruimte

Roos Schlikker Beeld Oof Verschuren

Het is zo stom dat ik er niet aan heb gedacht. Ik ben gevraagd voor te lezen op een gala over psychisch ziektes.

"Tuurlijk, doe ik!" riep ik monter. En ging alleen naar Tuschinski. Om vervolgens urenlang te luisteren naar verhalen over depressies, suïcides en hersenen op hol.

Andere sprekers hebben ondersteunende achterban bij zich, want zo'n avond hakt er in natuurlijk. Maar ik vroeg niemand mee.

Nu zit ik hier, in mijn uppie, met dichtgeknepen strot. Ik scheld. Je bent 43, zorg eens voor jezelf. Maar een ingesleten patroon ram je er niet zomaar uit.

Aan mij, kind van psychisch zieke ouder, is net zo goed een steekje los. Wie eenmaal heeft bedacht alles alleen te moeten kunnen, reikt niet makkelijk naar anderen.

Dan kom hij naast me zitten. Levendige ogen, knap gezicht. We kletsen tijdens een pauze. Hij flirt. Ik knap zienderogen op.

"Hoe heet je?" vraag ik.

Hij steekt zijn hand uit. "Jezus."

Ik giechel.

"Nee, echt, ik ben Jezus, zoon van God."

Verbijsterd kijk ik hem aan. Deze zag ik niet aankomen. Even later staat Jezus tijdens een toespraak mompelend op en verlaat de zaal.

Om na een kwartier met veel misbaar terug te komen. Hij laat de sluiting van zijn Grolsch knalhard ploppen, terwijl een zangeres net een breekbaar liedje zingt.

"Mooie avond hè" roept hij, mij aanstotend.

Hij strooit zoete popcorn om zich heen. Ik glimlach ongemakkelijk. Mensen kijken verstoord.

Ik denk aan de theorie die antropoloog Danielle Braun laatst ontvouwde: in ons hoofd hebben we allemaal een bingokaart. Bij een eerste ontmoeting ken je jezelf en de ander onbewust rankingspunten toe. Scoort iemand meer dan jij, dan kijk je tegen hem op. Zo niet, dan plaats je jezelf hoger op de apenrots.

"Een psychische aandoening scoort laag," aldus Braun. "Geeft zelfs minpunten op de rankingsbingokaart. Depressie... 8 punten eraf in het hoofd van je werkgever. De aandacht voor openheid over psychische aandoeningen is dan ook geen gimmick van een paar BN'ers, maar belangrijk als we een inclusieve samenleving willen zijn."

En daar zit ik dan, naast Jezus. Ik zeg nog maar weinig tegen hem. Voor je het weet blijft de verlosser plakken.

Toch voelt het verkeerd.

Daarstraks knoopte ik maar wat graag een praatje aan. Toen redde hij me van mijn eigen gekte. Waarom verdraag ik de zijne dan niet?

Jezus joelt nu door de ruimte.

En ik, hufter, kijk naar iedereen behalve naar hem. Omdat ik me schaam. Zoals ik me soms ook voor mijn moeder schaamde. Een ingesleten patroon ram je er niet zomaar uit.

Na afloop wil hij dat ik een boek voor hem signeer.

'Voor Jezus,' schrijf ik. Ik weet geen andere tekst. Dan grijp ik mezelf bij mijn kladden.

Rot op met je ranking.

Ik wandel met hem mee naar buiten. Op de stoep schudden we elkaars hand. "Ik hoop dat je het leuk had vandaag," zeg ik.

Jezus straalt. "Een topavond!" Hij schuifelt de nacht in. Achter hem loopt een spoor van zoete popcorn.

Roos Schlikker (1975) is journalist en schrijfster van boeken en toneelstukken. Elke zaterdag schrijft ze een column voor Het Parool. schlikker@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden