PlusInterview

Jeugdbescherming: ‘We krijgen meer onveilige gezinnen boven water’

Wat doet de coronacrisis met kinderen in nood? Bestuurder Claire Vlug (57), vroeger weggelopen van huiselijk geweld, merkt een zekere alertheid bij iedereen. ‘We kunnen nu sneller schakelen.’

Ik rookte niet, ik dronk niet, eigenlijk was ik gewoon een braaf meisje dat niet thuis wilde wonen. Beeld Lin Woldendorp
Ik rookte niet, ik dronk niet, eigenlijk was ik gewoon een braaf meisje dat niet thuis wilde wonen.Beeld Lin Woldendorp

Voor een coronadag is het druk op het Amsterdamse kantoor van Jeugdbescherming. Bestuurder Claire Vlug legt uit dat er cadeautjes – “Een reep chocolade met een hart-onder-de-riemwikkel” – moeten worden ingepakt voor de medewerkers.

Hun werk, het beschermen van zo’n drieduizend Amsterdamse kinderen in onveilige thuissituaties, is er door de RIVM-maatregelen niet simpeler op geworden. Contact maken met de ouders, die per definitie meestal niet zitten te wachten op Jeugdbescherming, gaat moeizamer. Langsgaan kan soms niet door de voorschriften voor bezoek, terwijl het wel nodig is. Veel gezinsmanagers hebben zelf kinderen die, nu ze nog niet naar school of de opvang kunnen, om hen heen drentelen terwijl ze het ene na het andere intensieve telefoontje moeten plegen.

Kunnen kinderen in nood zichzelf hier melden?

“Nee, niet rechtstreeks.”

Kinderen zijn afhankelijk van de Kindertelefoon, een leerkracht, de wijkagent of iemand anders in hun omgeving die oplet en zich hun lot aantrekt?

“Ja, tot ze bekend zijn bij ons. Nu kinderen thuis zitten moeten ze vooral de Kindertelefoon bellen. Of iemand anders die ze vertrouwen.”

Als er nu een kind hier naar de balie belt om te vertellen dat papa en mama nog meer schelden en schreeuwen nu ze de hele dag op elkaars lip zitten, wat gebeurt er dan?

“Dan noteren we natuurlijk wie het is en proberen we ze in contact te brengen met Veilig Thuis, een wijkteam of de Kindertelefoon.”

De Kindertelefoon krijgt vijftig procent meer kinderen aan de lijn dan voor de intelligente lockdown, soms zelfs wel tweeduizend per dag. Ze komen vaak met zorgen over school of het virus, maar er zitten ook meldingen van huiselijk geweld tussen die nog niet bekend zijn bij jeugdzorginstanties. Zou dat ook een gevolg kunnen zijn van oplopende wachtlijsten en cliëntenstops bij de verleners van de hulp waarvan jullie als Jeugdbescherming hebben bepaald dat ze nodig is?

“Dat kun je zo niet zeggen. Wel denk ik dat er sowieso veel kindermishandeling is waar niemand iets van weet. Dat komt nu des te harder aan omdat we zoveel mogelijk binnen moeten blijven. De kinderen kunnen nergens heen en de buitenwereld krijgt ze veel minder te zien.”

Dat is een zin waar je koude rillingen van krijgt.

“Ja. Er is echt veel meer stress in gezinnen. Iedereen met schoolgaande kinderen weet hoe lastig het is thuis te moeten werken en tegelijkertijd leerkracht te zijn, waarbij ouders ook nog eens moeten omgaan met de angst van kinderen, want ook voor hen is het een onzekere situatie om bang van te worden. Voor je dat op de rit hebt in een normaal functionerend gezin, laat staan in een gezin dat al problemen had, ben je een paar weken verder.”

Ik denk juist dat het steeds erger wordt naarmate het thuiszitten langer duurt.

“Ja, zeker. Daarom is het goed dat de basisscholen na de meivakantie weer opengaan. Voor veel kinderen is school de enige plek waar ze zichzelf kunnen zijn, zonder angst, en de enige plek waar signalen worden opgepikt dat het thuis niet goed gaat. Als je school dan weghaalt, kan het snel van kwaad tot erger gaan. Ik merk gelukkig wel dat de aandacht voor en de betrokkenheid bij kwetsbare kinderen gegroeid is sinds de coronacrisis.”

Maar doen we ook echt meer, of blijft het bij elkaar appen: denk eens aan die kwetsbare kinderen, zo vreselijk?

“Ik bedoelde eigenlijk dat door deze situatie de samenwerking tussen ons en de zorgaanbieders en wijkteams verbetert; er wordt soepeler overlegd, het maken van afspraken verloopt makkelijker en er wordt meer gezocht naar alternatieven om kinderen te helpen. Ik zeg niet dat er ineens genoeg hulp is want dat is niet zo, maar de manier waarop we er onderling over spreken, is minder verhard. Dat is een voordeel van deze ellende.”

Jullie lopen niet tegen deuren op die door corona gesloten zijn maar die wel open moeten om iets voor een kind in nood te kunnen betekenen?

“Nee, ik merk juist dat we sneller kunnen schakelen omdat iedereen de urgentie ziet. Ons werk ligt niet stil, we werken harder dan ooit. Als er een tijdelijk huisverbod binnenkomt, pakken we dat op. Uithuisplaatsingen gebeuren ook; de kinderrechter is er gewoon om uitspraken te doen. En als we merken dat we onvoldoende toezicht hebben, staan we op de stoep. Er gebeuren ook onverwachte dingen. Laatst belde de politie. Twee agenten stonden ergens met drie kleine kinderen, de ouders waren te ziek – door Covid-19 – om voor ze te zorgen. Dan zeggen wij niet: die kinderen kennen wij niet, sorry, bel maar even verder. We gaan dan wel iets voor ze regelen.”

Wat ik vrij logisch vind toch.

“Dat mag zo zijn maar onder normale omstandigheden gebeurt het niet zo. Twee gezinsmanagers van ons in Noord zijn nu veel op pad met de politie om te praten met gezinnen. Het is kennelijk ook een tijd waarin het mogelijk is door te dringen, juist omdat er een zekere alertheid heerst.”

Die er altijd zou moeten zijn.

“Ik denk dat we door de coronacrisis meer gezinnen boven water krijgen waarin kinderen bedreigd zijn in hun veiligheid, maar de verhalen over fysiek en geestelijk geweld, misbruik, verwaarlozing, eindeloos ruziënde ouders, vechtende ouders – dat is allemaal ellende waarmee onze gezinsmanagers elke dag bezig zijn. De kinderen die daar stelselmatig mee te maken hebben, zijn er altijd. Ik hoop dat als het virus is weggeëbd, de aandacht voor deze kinderen niet verzwakt.”

De onveiligheid van de extra bellers naar de Kinder­telefoon is natuurlijk niet ontstaan in de paar maanden dat het virus nu huishoudt.

“Nee, die kinderen waren al niet veilig. We weten niet of er genoeg gebeurt. Daarom is het van groot belang dat iedereen die het gevoel heeft dat het met een kind niet goed gaat, bij de ouders aanklopt met de vraag: kan ik iets doen om te helpen. Al is het maar samen een sigaretje roken op het balkon. Niemand wil ruzie, niemand wil een ander pijn doen, het is vrijwel altijd machteloosheid en verdriet, dus ingrijpen helpt. Laat merken dat je er oog voor hebt, al is het maar omdat kinderen dan weten dat de buurvrouw betrokken is. Wees niet bang om aan te bellen. Niet nu.”

Moet er veel gebeuren voor een kind zelf iets doet om aandacht te vragen voor haar of zijn ellende?

“Heel veel. Kinderen zijn loyaal aan hun ouders; je klikt niet over papa of mama, ook omdat je niet weet wat er zal gebeuren als je het wel doet. Of omdat ze onder druk worden gezet. ‘Dan wil ik je niet meer zien’, ‘Dan ben je hier niet meer welkom’, ‘Dan zullen we nog weleens zien wie hier in huis de baas is’ – dat soort dreigementen zijn ­schering en inslag. En het werkt, want ze snoeren veel kinderen de mond.”

Voor hen is het cruciaal dat de scholen weer beginnen.

“Ja, maar we moeten zo snel mogelijk een vorm hebben voor alle schoolkinderen. Ook voor middelbare scholieren.”

In wat voor gezin bent u zelf opgegroeid?

“In een uit elkaar gevallen gezin. Het was niet bepaald doorsnee bij ons thuis. Huiselijk geweld, fysiek en geestelijk, ouders die altijd ruzie maakten. Ik ben jong opgestapt omdat ik dacht: of ik word gek of ik ga voor mezelf zorgen. Toen was ik vijftien.”

Waar ging u heen?

“Eerst zes weken naar een crisispleeggezin en daarna – met een korte, onsuccesvolle terugkeer naar huis tussendoor – naar een kraakpand. Ja, je kunt het je nu niet meer voorstellen. Ik ook niet hoor. Toen mijn twee kinderen vijftien werden, dacht ik: ooo, het idee. Ik ben ook zo blij dat ik het nu doorsnee heb. Mijn man Evert en ik zijn 34 jaar samen, met onze kinderen gaat het goed, dat is ge­regeld, dat heb ik netjes gedaan.”

Van wegloopkind naar bestuurder Jeugdbescherming. Ik vind dat knap.

“Ik heb mijn middelbare school niet afgemaakt – de school liet me ook zomaar gaan, erg bijzonder – maar ik wilde graag verder leren. Ik begon aan een mbo-opleiding, werkte in een kinderdagverblijf en op mijn achttiende mocht ik toelatingsexamen doen voor de Socia­le Academie. Daar ben ik na een jaar gillend weggerend, te veel wollig gepraat, niets voor mij. Gelukkig kon ik overstappen naar de universiteit. Ik heb eerst sociologie gestudeerd, toen orthopedagogiek en ook nog bedrijfskunde.”

Terwijl u begon als een kind dat bij Jeugdbescherming terecht had kunnen komen, met dank aan een oplettende buurvrouw.

“Sterker nog, ik denk dat ik gesloten was gezet.”

Wat houdt dat in?

“Jeugdzorg plus, dat je in een gesloten omgeving wordt gezet. Ik liep weg, wilde niet meer naar huis en ik wilde ook niet naar een pleeggezin, want dat vond ik niet oké naar mijn ouders: kon ik niet in mijn eigen gezin wonen, dan maar helemaal niet in een gezin en voor mezelf zorgen. Dat zou nu niet meer mogen.”

“En ik zat ook nog eens in kraakpand, niet een omgeving waarvan volwassenen zeiden: prima. Maar ik rookte niet, dronk niet, eigenlijk was ik gewoon een braaf meisje dat niet thuis wilde wonen. Ik heb nooit gekke dingen gedaan. Eén keer heb ik eten gestolen in de supermarkt. Ik dacht: het hoort niet, maar pak me dan maar op, ik kan het ook niet helpen. Mijn moeder had geen geld, mijn vader gaf me geen geld en ik woonde wel met iemand die een uitkering had en met wie ik vaak mocht mee-eten, maar ik moest ook af en toe zelf iets regelen.”

Het is voor uw empathisch vermogen en uw compassie geen slechte leerschool geweest kennelijk; u heeft niet voor niets dit vak gekozen.

“Ik begrijp hoe intens moeilijk een gezinsleven kan zijn, en hoe ingrijpend het is als jeugdzorg op de stoep staat. Als kind denk je: ik rooi het zelf wel. Althans, dat dacht ik. Maar het was toch beter geweest als er iemand voor me was geweest.”

Iemand zoals u nu voor duizenden kinderen in nood.

“Iedereen hier. En ik.”

 
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden