Plus

Jean-Marc van Tol: van Fokke en Sukke naar Johan de Witt

Voor zijn romantrilogie over Johan de Witt dook Jean-Marc van Tol diep in de archieven. Zaterdagavond wordt het eerste deel, Musch, gepresenteerd op slot Loevestein, waar de vader van De Witt in 1650 gevangen zat.

Van Tol: 'Uiteindelijk wordt Johan de Witt wat hij ­altijd bestreed, de hegemonie van de macht'Beeld .

Aan de weidse bocht van de Amstel, de nieuwbouw van het Amstelkwartier in de rug, gebaart ­Jean-Marc van Tol naar de overzijde - daar waar ooit huize Welna stond. "Gaaf toch, hoe je huize Welna zo haast voor je ziet? Je kunt je helemaal voorstellen hoe het was, dat bosrijke terrein aan de Amstel met die landhuizen."

De Amsterdamse buitenplaats speelt een rol in zijn historische roman Musch, waarin de belegering van de stad in 1650 centraal staat. Graaf Willem Frederik van Nassau-Dietz, stadhouder van Friesland, vestigt er zijn hoofdkwartier als hij in opdracht van prins Willem II de macht moet breken van de opstandige stadsregenten.

Musch is het eerste deel van een groots opgezette trilogie over Johan de Witt (1625-1672), geschreven vanuit verschillende perspectieven en gebaseerd op dagboeken, getuigenissen en brieven van verschillende hoofdpersonen, onder wie, naast De Witt zelf, Willem Frederik, Willem II en Jacob Cats.

De Musch van de titel is Cornelis Musch, de even corrupte als machtige griffier der Staten-Generaal die, de rode draad in het boek, aan de vooravond van zijn zelfmoord in een na zijn dood te publiceren 'gedenkschrift' alle intriges van dat roemruchte jaar 1650 onthult. 'Ik zal ten onder gaan, wetend dat ik de kwaadwillenden met mij meesleur in de onderaardse kolken.'

Een verrassend en ambitieus historisch project, de eerste roman alleen al telt ruim 500 bladzijden. We kennen u toch vooral als tekenaar en coauteur van de cartoon Fokke en Sukke met John Reid en Bastiaan Geleijnse.
"Fokke en Sukke draait om de actualiteit, we bellen elkaar elke dag. Een jaar of vijf, zes geleden bevonden we ons in de positie dat we zes keer in de week zes deadlines per dag hadden. Je kwam ons overal tegen en dat vond ik echt overkill. Het nam de hele dag in beslag - ieder uur een grapje uitpoepen."

"Je ziet het bij veel striptekenaars, Toonder, Van der Steen: naarmate de vraag groter werd, kozen ze voor steeds grotere studio's. Walt Disney had toen hij 34 was 900 mensen onder zich. Hij was het merk Disney geworden. Toonder is ongelukkig doodgegaan, omdat hij vond dat Tom Poes niet meer van hem was. Ik dacht: dat is niet wat ik wil. Ik heb gezegd: jongens, we moeten hiermee stoppen en vooral ook onze eigen dingen blijven doen. Anders verliezen we onze oorspronkelijkheid. Dus nu zeggen we nee tegen alle aanvragen en opdrachten buiten onze dagelijkse cartoon in NRC om, al klinkt dat misschien arrogant. Ik ben weer historisch onderzoek gaan doen. Ik ben aan de UvA afgestudeerd in de historische letterkunde en ik pakte weer mijn liefde op voor die mislukte aanval op Amsterdam in 1650 - ik had er tijdens mijn studie een scriptie over geschreven."

Een deel van de troepen van Willem II komt te laat opdagen omdat ze zijn verdwaald, het stadsbestuur is bovendien al gewaarschuwd door een postbode die het leger is tegengekomen. Wat een aanval had moeten worden, wordt een beleg. Van Tol bladert door een negentiende-eeuwse editie van de Amsterdamse ­geschiedschrijver Jan Wagena, toont de portretten daarin van spelers uit die tijd, en een uitvouwbare gravure van het uitzicht van ­Amstel en overzijde - denk de kantoortorens
op rechts weg en je waant je even daar. Hij leest voor. ­Moppert dat hij de zeventiende-eeuwse pamfletten die hij verzamelt - 'een soort Twitter van die tijd' - niet bij zich heeft.

"Maar hier zaten ze dus drie dagen te onderhandelen. Ik heb zo veel bronnen gebruikt die je gewoon kunt vinden als je ernaar wilt zoeken. In het Stadsarchief heb ik zelfs een afschrift van de uitbetaling aan die opmerkzame postbode gevonden. En in de archieven zitten is zo lekker, je af te sluiten van de werkelijkheid en je onder te dompelen in een andere tijd. Je hebt dan letterlijk iets beet uit de zeventiende eeuw, er zit soms nog wat zand op of een haar die zomaar van Johan de Witt zelf geweest zou kunnen zijn. Je bent dan wel heel dicht bij vroeger."

En dan maar meteen een trilogie schrijven?
"Iedereen weet wel van de dood van de gebroeders De Witt, de lynchpartij en hoe hun verminkte lichamen werden opgehangen op het Groene Zoodje in Den Haag. Maar ik dacht: laat ik bij het begin beginnen en laten zien hoe ­Johan de Witt, met alle machinaties in de verschillende vroedschappen, op 24-jarige leeftijd als jonge advocaat in de positie komt dat hij raadpensionaris kan worden en daarmee een van de machtigste mannen ter wereld. Ik wilde het hele verhaal vertellen. En ik heb al heel veel geschrapt, ik wilde eerst al die verschillende ­gezichtspunten laten zien van alle figuren en mensen eromheen die ook van belang zijn. Daar zou je ook weer boeken op zich over kunnen schrijven. Daarom heb ik aan de trilogie ook de site johandewitt.nl gehangen, om telkens ­dingetjes te kunnen spuien."

U hebt alsnog voor een aantal verschillende vertelperspectieven gekozen, waarom?
"Ik ben een beetje een adhd'er en ik vond het fijn om te kunnen switchen. Als je alles alleen vanuit het perspectief van Musch vertelt, mis je heel veel. Ik vond het ook fijn te werken aan de vertaling van een pamflet of de transcriptie van een brief of dagboek en dat af te wisselen met de stukken proza over De Witt en Musch. Het is zo gaaf allemaal, maar het is veel te veel. Dit is een heel project, ja. Ik had wel al vrij snel in de gaten dat de trilogie moest gaan om drie hoogtepunten waar omheen je al die verhalen kunt clusteren: de opkomst van Johan de Witt in 1650, de Tweede Engels-Nederlandse Oorlog in 1666 en dan in deel drie richting zijn dood - als hij zelf een soort Cornelis Musch is geworden en niet doorheeft dat hij zelf is geworden wat hij ­altijd bestreed, de hegemonie van de macht."

24

Musch laat zien hoe Johan de Witt op zijn 24ste raadspensionaris wordt.

Jean-MARc van Tol, Musch. Uitgeverij Catullus, hardcover €28,95, paperback €24,95, 512 blzBeeld .

De vader van Johan de Witt was in het jaar 1650 een van de zes Statenleden die, als tegenstrevers van prins Willem II, in Slot Loevestein gevangen werden gezet. Johan reist er naartoe om hem vrij te krijgen. En dan nu daar, in zijn voetsporen, de boekpresentatie.
"Ik heb er zelfs een heel groot deel van het boek geschreven, je kunt een kamer huren in de Commandeurswoning. Met een grote bronzen sleutel kon ik zelf het slot in. Dan loop en sta je daar... Het is hetzelfde als hier, een historische sensatie. Ik ben alle routes in het boek met mijn vriendin nagereisd, lopend, fietsend, met de auto. Als je van Den Haag naar Amsterdam gaat, moet je de Haarlemmermeer wegdenken, dat was ­water, en door de nieuwbouw heen ­kijken. Maar als je dan van kerk naar kerk kijkt, weet je de ­zeventiende-eeuwse weg."

U gebruikt dagboekfragmenten van Willem Frederik, de Nassaulijn van ons huidige ­koningshuis. In Musch blijkt hij achter de plotselinge dood van prins Willem II te zitten, die volgens de officiële lezing in datzelfde jaar 1650 aan de pokken is gestorven.
"Dat is een suggestie die ik doe als romancier, maar ik kan het niet bewijzen. Al zijn er destijds ook wel vraagtekens geplaatst. De historici die hebben meegelezen vonden dat ik eigenlijk te ver ging. Ik wil geen complotgekkie zijn, maar ik vind het leuk op de grens van waar en niet waar te zitten."

Waarom hebt u boek opgedragen aan prinses Amalia?
"De Oranjes zijn niet van alle smetten vrij, maar dat is niet iets waarvoor je Amalia en Willem-Alexander de schuld kan geven. Het voorwoord is een literair spelletje, in het verleden werden ook boeken aan vorsten opgedragen. Maar ik meen de opdracht wel. Mensen denken dat ik, omdat ik over Johan de Witt schrijf en het stadhouderloze tijdperk, republikein ben. De ­monarchie is een raar systeem, het is raar dat je per geboorte zo'n rol toebedeeld krijgt. Maar ik ben er best blij mee hoe het heeft uitgepakt. De les van dit boek voor Amalia, zoals ik schrijf, is om niet te worden als zo'n Musch. Om niet voor eigen gewin tegen het landsbelang in te gaan."

In het voorwoord schrijft u dat u bij Willem-Alexander in de klas zat in Baarn. Hij was volgens u jaloers op de 'normale' kinderen, u was jaloers op zijn toegang tot het Koninklijk Archief waar u toen kennelijk al in wilde duiken.
"Ik weet dat die connectie altijd ter sprake komt, dus dan kan ik het beter zelf gelijk melden. Toen we net met Fokke en Sukke waren ­begonnen, werd ik uitgenodigd door de redactie van Sonja Barend. Ik dacht: yes! Maar ik bleek te zijn opgetrommeld om wat te zeggen over Willem-Alexander die dertig werd."

"Bovendien ben ik echt onder de indruk van Alexander. Die Willem II had tenminste nog een leger achter zich. Híj heeft alleen de foto's van Erwin Olaf en Koningsdag, hij moet het hebben van goodwill. Ik heb hem het boek toegestuurd en heb een persoonlijk briefje teruggekregen. Maar het is geloof ik niet zo netjes om daaruit te citeren. Laat ik het zo zeggen: hij herinnert zich zijn jeugd anders dan ik. Ik beschrijf in het voorwoord een beetje een gouden kooi. Hij vond dat onzin en wees daar op door te zeggen dat hij zijn goedgedocumenteerde bevindingen ooit als een gedenkschrift zou nalaten. Ik vond dat wel geestig."

Brieven Johan de Witt digitaal

Jean-Marc van Tol (50) is sinds tien jaar uitgever van Fokke en Sukke met de kleine uitgeverij Catullus, die nu ook de Johan de Witt-trilogie publiceert. Van Tol is als gastonderzoeker betrokken bij een project van het Huygens Instituut voor Nederlandse Geschiedenis om de meer dan 60.000 brieven van Johan de Witt digitaal te ontsluiten.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden