'Je slaagt zeker niet als je het niet probeert'

De herovering van de binnenstad op de vrije jongens is een lange mars. Het project 1012 vraagt om geld en geduld. Veel geduld. Slot van een serie.

Een etalage met drugsgebruikersspullen in de Damstraat. Dit soort winkels moet weg, zeggen Asscher en zijn medestrijders. Maar hoe krijg je dat financieel voor elkaar? Foto © Floris Lok Beeld
Een etalage met drugsgebruikersspullen in de Damstraat. Dit soort winkels moet weg, zeggen Asscher en zijn medestrijders. Maar hoe krijg je dat financieel voor elkaar? Foto © Floris Lok

Er staat eigenlijk maar één opbeurend zinnetje in het rapport van de projectgroep Emergo, die vorig jaar een blik wierp op de aanpak van de zware georganiseerde misdaad in het hart van Amsterdam. De algemene conclusie namelijk dat er geen sprake van is dat criminele groepen het maatschappelijk leven op een maffiose manier controleren.

Maar de zware georganiseerde misdaad is - aldus het boekwerk, driehonderd pagina's in hardcover - wel structureel verankerd in vastgoed, bedrijven en personen, met mensenhandel, frauduleuze coffeeshops, illegale hotels, wietteelt, belastingfraude en witwasserij.

Dat gemeente, fiscus en justitie die ijzeren greep op een belangrijk deel van de historische binnenstad wensen te doorbreken, daar is vrijwel niemand op tegen - het is goed voor de stad. Maar de financiële belangen van de vrije jongens zijn enorm, zwartgeldstromen zoeken hun weg en het strafrecht staat met 3-0 achter in de strijd met deze diffuse tegenstander.

'Zodra de belangen heel groot zijn,' zegt wethouder Lodewijk Asscher - belangrijk initiator van 1012, het naar de postcode genoemde project waarmee de strijd tegen de vrije jongens wordt gestreden -, 'ontstaan steeds schijnconstructies. Je loopt als overheid altijd achteraan, de stad zelf is ook de snelste niet, en bij de tegenpartij is het geld vrijwel onbeperkt en zijn er geen spelregels.'

De schoonmaak, op papier begonnen in 2007, kent drie duidelijke doelen: doorbreking van de monocultuur in de wazige middenstand, vermindering van het aantal coffeeshops en een forse verkleining van het red light district.

Het instrumentarium van stad en stadsdeel Centrum is breed - alles tussen ompraten van winkeliers tot onteigening van hoerenkasten - maar tegelijkertijd beperkt. Het budget is krap, zo niet ontoereikend, en dat een onderneming 'lelijk' is, 'criminogeen' of 'ongewenst', is op zichzelf geen grond voor sluiting. De bestuursrechtelijke aanpak (vergunning intrekken, aanschrijven, antecedentenonderzoek) is vaak een doornig juridisch pad, dat nogal eens bewandeld wordt wanneer bepaalde verdenkingen niet hard te maken zijn en dus het strafrecht geen oplossing biedt.

Daarvoor is het begrip criminogeen bedacht: vatbaar voor misdadige invloed. Met een grote greep zijn belwinkels, minisupermarkten, sekswinkels, ticketverkopers, souvernirshops, headshops en 'laagwaardige' horeca van dat stempel voorzien. Het heeft de stad niet direct vrienden, laat staan draagvlak, opgeleverd in de verguisde branches.

Iemand als Roberto Barsoum is er ronduit verontwaardigd over. Hij exploiteert een steakhouse en een pizzeria in de Damstraat en draagt daarmee bij aan een ongewenste monocultuur, waarin de gemeente een hoop witwasserij vermoedt: hoge nepomzetten in zaken waar nooit iemand komt. Barsoum denkt eerder het omgekeerde: 'Ze geven vast minder op dan ze verdienen.'

Hij heeft 25 mensen in dienst, draaide vorig jaar 1,7 miljoen euro omzet (vleesinkoop 230.000 euro) en kwam schoon uit een Bibob-procedure (toetsing op criminele invloeden) die hem 120.000 euro kostte aan advocaten en fiscalisten. 'Ze maken ondernemers verdacht terwijl er geen gronden voor zijn. Ze timmeren alles helemaal dicht met regels en roepen toch: ze houden zich er niet aan.'

Barsoum, die dertienduizend euro maandhuur betaalt, heeft het even geprobeerd met tapas, om 'iets anders' te doen, maar dat werd een sof. 'Met steaks en pizza's ga je op zeker; je kunt met dit soort lasten geen risico nemen. Grill en pizza, dat is wat de toeristen kennen en willen en dan zit je op deze locatie helemaal goed. Als dit pand morgen voor vier miljoen te koop komt, stap ik er meteen in. Je betaalt hier de hoofdprijs omdat je het hier kunt verdienen.'

Die hoofdprijs is echter in de ogen van gemeente en justitie al te vaak duizelingwekkend en los van wat een zaak kan opleveren. Dat staat de gewenste diversiteit in de weg, doordat die lasten met pakweg jurken, warm brood of keukengerei niet zijn op te brengen. Er is geen natuurlijk economisch tegenwicht tegen monocultuur en zo ontstaan straten waar de meeste Amsterdammers weinig te zoeken hebben.

De stad wil het verdringingsmechanisme omkeren en wijst met gretigheid op prijsdieren als de Metropolitan Deli in de Warmoesstraat, restaurant Anna op het Oudekerksplein, hotel The Exchange op het Damrak en de Coffee Company in de Oude Doelenstraat. 'Nette' zaken die met enig manoeuvreren of regelrechte koehandel hun plaatsje vonden en waarvan gehoopt wordt dat ze een aanzuigende werking hebben op winkeliers die iets anders bieden dan waterpijpen, mutsen met Amsterdam erop of megadildo's.

Is de stad hier aangewezen op massage van ondernemers, het tegenwerken van de 'verkeerden' en het belonen van de 'goeden', bij de beteugeling van de coffeeshops ligt dat iets eenvoudiger. 24 coffeeshop-houders (van de 74) in het postcodegebied 1012 hebben te horen gekregen dat hun gedoogvergunning in de nabije toekomst niet wordt verlengd.

Voor de Warmoesstraat en omgeving geldt dat ze alle zeventien weg moeten, omdat een selectie juridisch kansloos is. Ze drukken een te zwaar stempel op de straat, is besloten, want de Warmoesstraat moet een uitgaansstraat worden met een kinky accent, daarin heeft de stoned rondlopende hasjtoerist geen plaats.

Voor de meeste Amsterdammers vormen de coffeeshops geen steen des aanstoots; in het Integraal Burgwallen Overleg - IBO, een gezelschap dat op straat elk stuk vuil, elk condoom en elke spuit weet te vinden - is het nimmer een gespreksonderwerp geweest. Daar en elders bestaat grote vrees dat de coffeeshops, die een horecavergunning hebben, als café zullen doorgaan, met navenante vermeerdering van de overlast.

De kans dat 1012 zich hiermee in de voet schiet, acht ook IBO-voorzitter Bart Robbers groot. Maar veel meer beducht nog is hij over de invoering van de wietpas, die toeristen toegang tot coffeeshops ontzegt. 'Rampzalig voor Amsterdam, Opstelten stuurt de dealers de straat weer op.'

Dat realiseert ook burgemeester Eberhard van der Laan zich. Terwijl hij een derde van de coffeeshops in 1012 sluit en weet dat de criminele achterdeur een bron van grote dubieuze geldstromen is, behartigt hij, strijdend tegen een wietpas die Amsterdam tien jaar terugwerpt, indirect de belangen van de blijvende coffeeshops.

Het opkopen van 'criminogene' winkelpanden en coffeeshops is hooguit incidenteel en strategisch de bedoeling geweest, dus daar speelt niet het probleem dat nu opdoemt bij de inperking van de rosse buurt: geld.

Het was de vrouwenhandel die de aanzet gaf tot het plan voor herovering van de binnenstad en inmiddels zijn, grotendeels via aankoop van het vastgoed door met name Stadsgoed NV, al 67 ramen gesloten van de 476. Er moeten nog 117 ramen verdwijnen, in 31 panden van acht verschillende eigenaren. Met zeven van hen is de stad in gesprek, een enkeling is al akkoord met een ruiltransactie, maar uitkoop door een corporatie of onteigening zal nodig zijn om het hele Oudekerksplein prostitutievrij te maken.

De gezamenlijke raamexploitanten openden vorige week het vuur met rapporten van de onderzoeksbureaus Akro en Ecorys waaruit zou blijken dat de planschade - het door de gemeente bij te passen verschil tussen de (hogere) prijs van een hoerenkast en de reguliere vastgoedwaarde - tweemaal hoger uitvalt dan de door de stad gereserveerde 36 miljoen euro. En als de gemeente het niet kan betalen, is een wijziging van het bestemmingsplan niet uitvoerbaar, redeneren de exploitanten. De gang naar de Raad van State zal zeker worden gemaakt.

Het stadhuis wijst er fijntjes op dat de rapporten zijn opgesteld in opdracht van de seksbazen zelf - wat de geloofwaardigheid niet ten goede komt. 'Het is niet vreemd dat zij concluderen dat de planschade hoger uitvalt dan gedacht: ze zijn immers straks zelf de ontvangers van dat geld,' liet Van der Laan weten. 'Als de mogelijkheid zich aandient panden te verwerven en ze een andere bestemming te geven, zullen we dat blijven doen.'

Asscher: 'Er valt op die rapporten heel veel af te dingen, getallen en aannames kloppen niet. Zeker, we hebben er last van dat corporaties, banken en vastgoedondernemers een tik hebben gekregen, maar uiteindelijk moeten ze ergens naartoe met hun geld. Je moet er nu bij zijn om er over twintig jaar bij te zijn.'

Bij tegenslag verlegt de stad de horizon, niet de doelen. 'Het zal misschien nooit zo worden als we het hebben uitgetekend,' zegt Asscher. 'En ik heb me vaak afgevraagd of het wel zou kunnen. Ik troost me met de gedachte dat je niet slaagt als je het niet probeert. Goedwillende ondernemers en onschuldige vrouwen zijn het slachtoffer als je als overheid niet probeert weer de baas te worden.' (Albert de Lange)

null Beeld
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden