Column

Je moet niet fucken met Jantje van Amsterdam

Eva HoekeBeeld Floris Lok

Om precies 12 uur kwam hij aanrijden. Een vermoeid gezicht op een damesfiets, de bril met gele glazen in het lange haar. 'Spijk komt niet,' zei hij nog voor hij goed en wel was afgestapt. 'Zijn vrouwtje is vannacht overleden. En nou heb ik dus geen geld, want dat zou ik bij hem ophalen.'

Ik keek hem aan. De blauwe ogen waterden, het rode haar was zo rood niet meer, maar het was 'm, geen twijfel over mogelijk.

Jantje van Amsterdam, mijn held uit de documentaire 'Foute vrienden.'

Filmmaker Roy Dames filmde de handel en wandel van de Amsterdamse bloedgabbers Rooie Jos, Verbrande Herman, Dikke Bobbie en Jantje van Amsterdam, jongens uit de 'nette criminaliteit'. De docu werd een culthit, de vier vrienden werden lokale helden. Vooral Jantje van Amsterdam was populair, hoe hij zei dat er met hem niet te fucken viel, zo zou je zelf ook wel willen wezen als je het lef toch maar had.

Dat hij ergens in Oost woonde wist ik.

Dat ik zijn vriend Spijk tegen zou komen in het café om de hoek, De Avonden in Betondorp, was puur toeval. Een ontmoeting was snel geregeld, en nu zat Jantje van Amsterdam tegenover me en praatte hij honderduit over zijn nieuwe leven, een rústig leven, zijn aanstaande scheiding - de vijfde - niet meegerekend. Maar in de kroeg kwam hij niet meer. 'Wat moet ik in de kroeg? Ze hebben allemaal een Ferrari aan me verdiend en ik heb er geen cent van teruggezien. Van Verbrande Herman krijg ik ook nog vier ruggen.'

Nee, zijn nieuwe leven zat heel anders in elkaar. Hij stond elke dag om vier uur op, dan ging hij televisie kijken. 'Ik heb een groot scherm en een afstandsbediening met wel tachtig knoppen, daar kan je een helikopter mee naar beneden halen. Daarna ga ik boodschappen doen bij de Dirk. En als ik dan thuiskom neem ik mijn biertje en ga ik weer televisie kijken. Liefst kanaal 28, daar heb je van die murderseries.'

Verder kon hij niet met computers overweg ('Dan kan ik zo kwaad worden hè, dan tiefstraal ik zo'n ding liefst de flat af'), ging hij binnenkort een cd opnemen ('Jongens kom kijken, de wagen staat voor, de dieven worden weggeréééden'), was het werk op ('Als het moet haal ik mijn koevoet weer uit het vet'), miste hij Hermien ('Zij begréép mij') en had hij zes hartinfarcten overleefd (de eerste op zijn dertiende), maar gaf hij z'n leven tot nu toe desondanks een dikke acht: 'Als ik nou doodval vind ik het best, maar ik heb wel alles meegemaakt.'

Toen we afscheid namen, zei hij dat ik maar een keertje moest komen eten, want hij kon goed koken: kip, nasi, bami, biefstuk, alles eigenlijk.

Thuis keek ik op YouTube. Ik zag Jantje lachen in de kroeg, ik zag hem ruziemaken met Hermien, ik zag hem meezingen op Laat mij alleen van André Hazes, larmoyant, dronken, maar loep- en loepzuiver. Ik dacht aan wat hij had gezegd voor hij wegfietste. 'Je moet niet met me fucken want dan word ik gek, dan word ik lijp, maar eigenlijk ben ik een hele lieve man.'

Ik geloofde het.


Wil je reageren op dit artikel? Dat kan! Scroll (een beetje) naar beneden om een reactie te plaatsen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden