Column

Je hoopt dat iemand iets wijs zegt

Theodor Holman Beeld Wolff

Je hoopt dat ­iemand iets grappigs zegt. Je hoopt dat iemand iets wijs zegt. Je hoopt dat iemand je een nieuw inzicht geeft, iets dat je op andere gedachten brengt, iets wat je beroert of ontroert, iets waarvan je in vuur en vlam raakt. Het was vergeefs.

Ik vond het lijsttrekkersdebat gisteravond in Carré weer stomvervelend. Ik bedoel: het is de tijd van brexit en Donald Trump, van Recep Tayyip Erdogan, Geert Wilders en Marine Le Pen, van vluchtelingen en auto's die in de banlieues van Parijs elke avond in de fik worden gestoken, maar geen vragen daarover.

Daarentegen werd Lodewijk Asschers huid gestroopt en werd geprobeerd zijn ruggengraat te knakken met de vraag: waarom blijft het Asscher-­effect uit?

Onbenullige vragen kunnen zo onbenullig zijn dat ze onrechtvaardig worden, vooral omdat Asscher ze niet eens behoorlijk mocht beantwoorden.

Het was verder alsof de lijsttrekkers beseften dat de eigen visies onverkoopbaar zijn. Want wat is een visie? Het is een meestal krakkemikkig in elkaar gezette luchtspiegeling; het ligt in de verte, en steeds als je denkt dat je het bereikt hebt, doemt er een nieuwe fata morgana op.

Ze hebben echt niets meer te vertellen, terwijl er wel wat te vertellen is. Er is duidelijk iets aan het veranderen, maar men weigert dat te zien.

Ik denk dat ik daarom ook goed begrijp waarom Jesse Klaver plotseling zo populair is.

Hij vult het gat op links dat slechts bestaat uit sentiment en waar de ideeën uitgeput zijn. Klaver is populair omdat men hoopt dat het met hem nog iets zal gaan worden, want hij probeert Karl Marx de uitstraling te geven van een hip­hopband waar ze in Oud-Zuid nog leuk op kunnen dansen.

In feite illustreert hij het failliet ter linkerzijde, want waar moet men anders heen nu de PvdA zo goed als uitgespeeld raakt? Naar de SP, naar D66, naar het CDA of naar de PVV? Op Klaver wordt nu alles geprojecteerd wat men verloren heeft.

Zitten we werkelijk met de handen in het haar? Je kunt je afvragen of de democratie niet aan vernieuwing toe is wanneer alle partijen naar elkaar toe groeien en zeventig procent nog niet weet wat te stemmen, terwijl er al jaren een veenbrand woedt die wel eens een groot vuur zou kunnen worden. Opvolgers staan al klaar: Thierry Baudet, Jan Roos, Ancilla van de Leest, Jan Dijkgraaf. Het is tijd.

Theodor Holman (1953) is columnist, schrijver, televisie- en radiomaker. Elke dag, uitgezonderd zondag, lees je hier zijn column. Lees al zijn columns terug in het archief. Reageren? t.holman@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden