Column

Je hebt alleen een hamer en tang nodig en de piano op CS is stuk

Theodor Holman (1953) is columnist, schrijver, televisie- en radiomaker. Elke dag, uitgezonderd zondag, lees je hier zijn column uit Het Parool.

Theodor Holman
Theodor Holman Beeld Het Parool
Theodor HolmanBeeld Het Parool

Op verschillende stations in Nederland heeft men een paar maanden geleden een piano neergezet en daarop mocht het publiek vrij spelen. Twee van die piano's - in Amsterdam en Nijmegen - zijn nu al onherstelbaar vernield.

Ik weet niet wie dat heeft gedaan, ik beschuldig niemand, maar ik moest toch denken aan de vernietiging van de beelden in Palmyra en het neerschieten van de tekenaars van Charlie Hebdo en het liquideren van de bezoekers van een popconcert in Parijs.

Kunst is gevaarlijk, maar ook alles wat daar omheen hangt.

De bedreiging die van een piano op een station uitgaat, was, dacht ik, nihil. Maar dat blijkt niet zo. Dit komt, denk ik, doordat je met een piano - net als met elk ander instrument - iets kunt uitdrukken dat niet alleen met woorden onmogelijk is, maar dat ontroerender, feller, verleidelijker of schokkender kan zijn dan je vermoedt. Iemand hoort iets, of ziet iets, of leest iets, wat hem overweldigt. Dat is bedreigend, zonder dat er wapens aan te pas komen. En omdat het bedreigend is - er gebeuren heel vreemde dingen met je als je naar Bach luistert of de boeken van Gerard Reve leest - dan moet alles wat die verwarrende gevoelens opwekt, kapot.

Het kunstwerk zelf, maar ook datgene waarmee je die kunst kunt maken.
Daar komt nog bij dat je, wanneer je iemand ziet tekenen of muziek hoort maken, geconfronteerd wordt met je eigen minderwaardigheid. Kon ik dat maar, of: zo goed zal ik dat nooit kunnen. Die minderwaardigheidsgevoelens zijn eveneens bedreigend.

Tegelijkertijd weet je ook dat als je al die kunst kapot maakt, mensen als ondergetekende ongekend woedend zijn - en dat is fijn, want je hoeft er geen ingezonden brief voor naar de krant te schrijven. Je hebt alleen wat van je eigen kak nodig en een hamer en een kniptang en dan is zo'n piano onherstelbaar vernietigd.

Op 10 mei 1933 verbrandden de nazi's de boeken van Joden uit de bibliotheken van Berlijn. Die nazi's konden het niet hebben dat Joden iets maakten waardoor ze ontroerd raakten of wat ze aan het denken zette en alles moest dus 'aan het vuur gegeven worden'.

Achteraf bleek dat die boeken niet echt vernietigd konden worden, maar een groot deel van de Joden wel.

Ik weet eigenlijk niet of dat een positieve constatering is.

Wilt u reageren op deze column? Dat kan. Scroll een beetje naar beneden om een reactie te plaatsen of stuur een mail.

undefined

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden