Column

Je bent niet altijd goed voorbereid als de liefde ontwaakt

Theodor Holman Beeld Wolff

Het is een slechte dag als ik de krant opensla en lees dat er een oud-klasgenoot is overleden.

"Wat lach je?" zegt mijn dochter, die bij me is.
"David is overleden. Zat ik mee in de klas. Zo mee ge­lachen."

Waarom ik destijds zo had moeten gieren, wist ik nog heel goed, maar ik was te kinderachtig om te vertellen. Het was tijdens het uur van de ­lerares Frans wier naam ik vergeten ben, maar haar benen niet.

We, de jongens in 5B, raakten behoorlijk opgewonden van haar geweldige nylons die uit een korte rok staken (het was 1967), wat we aan elkaar duidelijk maakten met knipogen, tongen die langs lippen gingen, en het maken van neukachtige aapbewegingen achter haar rug bij het binnengaan van de klas.

Mondelinge overhoring.

"Wie wil een beurt?"
"Ik graag juf," zei David.

De grote vraag was: hoe hield ik mijn lachen in.

"Goed David, dan krijg jij een beurt."

David pakte daarop zijn pen zogenaamd achteloos in zijn hand alsof het een slappe lul was.

"De rouw?" vroeg de juf.

David dacht na, streek langzaam met duim- en wijsvinger over zijn pen en zei: "Le deuil."

"Goed... Het wonder?"

Weer gingen duim en wijsvinger, maar nu iets sneller, langs de pen die langzaam omhoog ging, terwijl David naar de hemel keek of zich daar het Franse woord bevond.

"La mer... la merveille," zei David met een zacht kreuntje.

Kinderachtiger kon niet, maar ik moet er nog om lachen.

Diezelfde juf - waarom kom ik verdomme niet op haar naam? - was Joods en vertelde op een dag over de Zesdaagse Oorlog. Ze haalde een transistorradio uit haar tas en zette die aan. En terwijl wij luisterden, zagen wij de tranen over haar wangen biggelen.

Het was doodstil. We hoorden niet wat er werd gezegd, we keken alleen naar haar.

"Ik heb familie daar," zei ze, "en ik heb al zo weinig familie."

David bood toen zijn zakdoek aan, en ik had spijt dat ik dat niet had gedaan.
Je bent niet altijd goed voorbereid als de liefde plots ontwaakt.

Na mijn middelbare schooltijd heb ik David nooit meer gezien, en die juf ook niet.

"Toch gek dat je lacht als je een overlijdensadvertentie leest," zegt mijn dochter.

Ik lees zijn naam en er schiet me nog een anekdote te binnen. Ik lach weer.

Theodor Holman (1953) is columnist, schrijver, televisie- en radiomaker. Elke dag, uitgezonderd zondag, lees je hier zijn column. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? t.holman@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden