Jazz: Dexter Gordon - Best of ***

Tenorsaxofonist Dexter Gordon was begin dertig toen hij in de jaren vijftig in de gevangenis belandde wegens heroïnegebruik. Hij had toen al een bewonderswaardige staat van dienst. Hij had in de bands van Louis Armstrong en Lionel Hampton gespeeld.

Gordon had een handvol platen onder eigen naam gemaakt. Vooral de opnames met collega tenorsaxofonist Wardell Gray, waarbij de twee mannen elkaar als in een soort wedstrijd opjutten om zo snel, mooi en inventief mogelijk te spelen, oogstten succes.

Gordon werd gezien als de schakel tussen Lester Young en Charlie Parker, omdat hij de sensitiviteit van de één combineerde met de virtuositeit van de ander. Tenorgiganten als John Coltrane en Sonny Rollins zagen hem als lichtend voorbeeld.

Toen Charlie Parker in 1955 overleed, waren de ogen op Gordon gericht. Hij was de aangewezen man om de voortrekkersrol van Parker over te nemen. Maar in de paar weken dat hij dat jaar vrij kwam, kon hij onmogelijk aan die verwachting voldoen.

Het wordt algemeen als de tragedie van Gordons leven gezien, dat hij de juiste man op de juiste tijd was, maar niet op de juiste plaats.

In 1960 werd hij voorwaardelijk vrijgelaten. Hij kon in Los Angeles aan de slag in een West Coast opvoering van het toneelstuk The connection. Daarnaast nam hij bij het label Jazzland het album The resurgence of Dexter Gordon op.

Het album kwam Blue Notebaas Alfred Lion ter ore, die hem daarop een contract aanbood. De terugkeer van de boomlange tenorsaxofonist was een feit. Hij maakte een aantal schitterende albums bij Blue Note, met als hoogtepunt Our man in Paris (1963).

In de zomer van 1962 vertrok Gordon naar Europa, waar hij vijftien jaar zou verblijven. In de winter van 1976 keerde hij voorgoed terug naar Amerika, waar hem een engagement in de New Yorkse Village Vanguard wachtte. Hij kreeg een contract bij Columbia.

In 1984 stortte hij in. Maar hij maakte nogmaals een comeback. Hij kreeg een rol in de film Round midnight van Betrand Tavernier over het leven van een zwarte Amerikaanse jazzmuzikant in de jaren vijftig, gemodelleerd naar deels Dexter Gordon en deels Bud Powell. Tot zijn eigen stomme verbazing werd Gordon genomineerd voor een Oscar.

Zijn levensverhaal en muziek leveren prachtig materiaal voor een cd-box, waarop te horen is hoe Gordon naar een vorm zoekt en vindt, ten onder gaat en weer terug komt. Zet daarbij een kenner aan het werk en laat hem uiteen zetten welke invloed Gordons verblijf in de gevangenis en dus afwezigheid in de jazzscene van de jaren vijftig heeft gehad op zijn spel en idioom, en je hebt een schitterend document.

Bij platenmaatschappij EMI, die de rechten over de Blue Note opnames heeft, is anders besloten. EMI heeft Gordons albums uit de jaren zestig op een hoop gegooid, gekeken hoeveel nummers er op drie cd-schijfjes passen, die hoeveelheid genomen, fotootje gezocht van de man, hoesje gefabriceerd, iemand laten schrijven dat dit mooie muziek is, titel bedacht - Best of - en klaar. De liefdeloosheid druipt van het product af.

Daarom dan ook maar drie sterren ter waardering van deze box. Met de kwaliteit van de muziek heeft dat niets te maken. Als luisteraar ben je weerloos als Dexter Gordon een ballad inzet. Als hij Where are you speelt, denk je dat liefdesverdriet precies zo verklankt moet worden. Bij zijn vertolking van A night in Tunesia is nauwelijks te bevatten hoe iemand zo dwingend en ongrijpbaar tegelijk kan klinken. (MAARTJE DEN BREEJEN)
(EMI)

null Beeld
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden