Review

Jazz: André Francis & Jean Schwarz - Les trésors du jazz ****

Foto AP Beeld
Foto AP

We zijn beland in 1957. Meer dan zes jaar geleden begonnen de Franse muziekarcheologen André Francis & Jean Schwarz met een ambitieus project. Ze besloten de geschiedenis van de jazz in chronologische volgorde van maand tot maand te behandelen. Ze doken in de archieven en vonden vergeten parels, grijsgedraaid vinyl en banden waarbij ze flink door de ruis heen moesten luisteren.

In 2005 zagen de eerste twee boxjes van samen twintig cd's het licht, bevattend: een overzicht van jazz van 1898 tot en met 1951. En zo nu en dan kwamen ze tussendoor met specialistische boxjes. Zo hebben ze de geschiedenis van de jazzpiano, vocalen en de saxofoon behandeld. Vanaf 1952 reserveren de Fransen voor bijna elk jaar een aparte box met vijf cd's.

En nu zijn we dus in 1957 beland. Jazzliefhebbers kwamen het jaar recentelijk al tegen. In 1957 trad het Thelonious Monk Quartet met John Coltrane op in de Carnegie Hall. Coltranes vrouw Naïma nam het concert op voor het nageslacht, maar de banden raakten in de vergetelheid.

In 2005 vond iemand de opnames terug in de Library of Congress in Washington. Blue Note zette het concert op cd. En zo kwamen we te weten hoe intens twee sleutelfiguren uit de jazzgeschiedenis samen hebben gespeeld.

Het jaar 1957 was zowel voor Coltrane als voor Monk een omslagpunt. Coltrane was in april uit de band van Miles Davis gezet vanwege zijn heroïneverslaving. Hij was in mei dat jaar 'cold turkey' afgekickt door zichzelf op te sluiten in het huis van zijn moeder, levend op een dieet van sigaretten en water. De alcohol zette hij ook opzij. Daarvoor in de plaats wendde hij zich tot God.

Vol goede moed keerde hij terug naar New York om zijn nieuwe 'spirituele' carrière te beginnen, die in 1965 tot een hoogtepunt zou komen in de vierdelige suite A love supreme. Hij kon terecht bij Monk, wiens carrière ook in volle bloei stond.

Monk had enkele jaren niet kunnen optreden omdat zijn zogenaamde cabaret card was ingetrokken. Door een aantal goede contacten kreeg hij die juist in 1957 weer terug. Dat jaar verscheen Monk in het CBS-tv-programma Show the sound of jazz, wat zijn bekendheid alleen maar vergrootte. En hij werd alom bejubeld als genie.

Monk en Coltrane stonden vijf maanden lang in café The Five Spot in New York. Op de box van de Franse muziekarcheologen is te horen hoe bevlogen hun uitvoering van Monks compositie Nutty klinkt.

De jazzliefhebbers konden in 1957 ook gaan luisteren naar Dizzy Gillespie, Duke Ellington en Count Basie en hun orkesten. De jonge Gerry Mulligan liet zijn verrassend tedere toon op de baritonsaxofoon horen. Luister naar zijn duet met tenorsaxofonist Stan Getz. Smeuïg en gevoelig spelen de mannen Ballad.

Men kon gaan dansen op de opzwepende ritmes van Art Blakey en band en een brok wegslikken bij de in blues gedrenkte liederen van Billie Holiday. Speelse, lichtvoetige, virtuoze muziek brachten Ella Fitzgerald en Louis Armstrong, in duet of met hun eigen begeleidingsband. Armstrong maakte dat jaar trouwens een uitgebreide tournee, onder meer langs de Britse Caribische eilanden.

Een belangrijke wending nam de jazzgeschiedenis in 1975 met het besluit van Sonny Rollins om op 27-jarige leeftijd uit de groep van Miles Davis te stappen en voor zichzelf te beginnen. In welk een geweldige vorm de saxofonist zich bevond, is nog altijd te horen op het livealbum A night at the Village Vanguard en op de box van de Fransen.

De algehele stijl die overheerst is de bebop, de ballads en hier en daar latin, maar pianist Cecil Taylor en sopraan saxofonist Steve Lacy kondigen de komst van de freejazz aan. In de box is hun uitvoering van Ellingtons Johnny came late opgenomen. Als iemand zou beweren dat dit gisteren in een jazzclub te horen was, zou je het geloven.

Een verrassend nieuw geluid tussen alle springerige bebop komt ook van bassist Charles Mingus. Elk nootje in zijn ruimtelijke arrangementen ademt leven uit en doen denken aan de broeierige schilderijen van Picasso.

De Fransmannen vertellen ons met Les trésors du jazz in 159 nummers, tien cd's lang in ieder geval een ding: 1957 was een goed jazzjaar. (MAARTJE VAN BREEJEN)

null Beeld
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden