Jayjay in beroep tegen celstraf voor betrokkenheid liquidatie

Amsterdammer Jason 'Jayjay' L. (25) heeft donderdag 14 jaar gekregen voor betrokkenheid bij de liquidatie van 'Appie' Belhadj in Bijlmerflat Kikkenstein in 2016. De rapper in ruste gaat in hoger beroep.

Jason L. Beeld Ilja Meefout/Lumen

De rechtbank oordeelt dat de verdachte weliswaar niet zelf de schutter is geweest, maar dat hij wel een allesbepalende rol heeft gespeeld in het mogelijk maken van de liquidatie. Uit het onderzoek blijkt ook dat de verdachte en de schutter niet in een opwelling handelden, maar dat de moord koelbloedig en in alle rust is voorbereid.

De rechtbank spreekt van een lafhartige moord. 'Hij heeft zijn slachtoffer op lafhartige wijze zijn eigen dood tegemoet laten lopen. De schietpartij vond bovendien plaats in de openbare ruimte, op een tijdstip waarop het niet ondenkbaar was dat de eerste mensen op weg gingen naar hun werk. Zij hadden slachtoffer kunnen worden van de afrekening'

Whatsapp
Justitie eiste eerder deze maand 16 jaar cel voor de Amsterdammer, omdat hij slachtoffer Belhadj (29) naar zijn dood zou hebben gelokt.

In de nacht van 8 op 9 mei 2016 was Belhadj in Amsterdam uitgegaan. In Club Air had hij Jason L. ontmoet. Op camerabeelden is te zien hoe hij een arm om L.'s schouder legt.

Na de uitgaansnacht whatsappten Belhadj en Jason L. dat ze seks wilden - L. suggereerde dat meisjes in Zuidoost daarvoor in waren. Volgens justitie lokte hij Belhadj naar de flat Kikkenstein, suggererend dat hij daar ook was, terwijl hij in Rotterdam zat.

Aan zijn vriend Rigjendrig L. (22) stuurde Jason L. om tien over vier
's nachts via Snapchat het adres van een appartement in de flat, waar een dame op leeftijd woont.

Volgens de recherche liep de schutter daar 'te ijsberen' toen Belhadj arriveerde. Hij werd met kogels in zijn hoofd en romp vermoord.

Lees terug: De snelle 'carrière' van Jayjay uit Zuidoost

Jason L., die niet naar de rechtbank was gekomen om zijn vonnis aan te horen, is daarover vanmiddag ingelicht door zijn advocaat Manon Aalmoes. Ze besloten onmiddellijk in hoger beroep te gaan. Aalmoes: "Terecht heeft de rechtbank mijn cliënt vrijgesproken van uitlokking, maar om diezelfde reden dient hij te worden vrijgesproken van het medeplegen van die liquidatie. Hij was niet ter plaatse en er blijkt niet van een nauwe en bewuste samenwerking met de schutter, zoals dat in juridische termen heet. In gewone-mensentaal: uit niets blijkt ook maar enig contact met de schutter. Niets. Nada. Niente."

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden