Uit het archief

Jan Vertonghen over zijn Amsterdam: 'Mijn leven is hier'

In de halve finale van de Champions League speelt Ajax tegen Tottenham Hotspur, waar de club oude bekenden tegenkomt. Een van hen is Jan Vertonghen, die in 2012 vertelde over zijn Amsterdam. Lees het artikel hieronder terug.

Jan Vertonghen als Ajacied met de schaal in 2005. Links Daley Blind, inmiddels weer Ajacied Beeld anp

Jan Vertonghen is aanvoerder van Ajax. Op zijn vijftiende kwam hij naar Amsterdam, deze zomer vertrekt de 25-jarige Belg waarschijnlijk naar een buitenlandse club. Vertonghen woont in de Rivierenbuurt. Hij geeft een rondleiding door zijn Amsterdam.

Centraal Station
"Ik kwam de eerste keer in Amsterdam toen ik stage liep bij Ajax. Ik was vijftien en was met drie teamgenoten van Germinal Beerschot Antwerpen uitgenodigd. We sliepen vijf dagen in een hotel langs de A4 en hadden één vrije dag. Op een woensdag besloten we met een Connexxionbus naar Amsterdam te gaan. Dat was voor mij de eerste keer."

"Toen we net aankwamen op het Centraal, zagen we dat iemand van zijn jas werd beroofd. Dat heb ik naderhand nooit meer gezien, maar het was de eerste kennismaking. Vanaf het CS liepen we via het Damrak naar de Wallen. Ik heb maar niet aan mijn moeder verteld dat ik door de rosse buurt had gewandeld."

"De andere jongens met wie ik was, kwamen alle drie uit de stad Antwerpen. Ik kom uit een heel klein dorpje, nabij Sint Niklaas, en ik was pas twee keer in Antwerpen geweest. Mijn ouders hadden liever dat ik in de buurt bleef. Voor mij was Amsterdam confronterend. Prostitutie, coffeeshops, al die mensen en al die indrukken; ik wist niet wat ik zag."

"Toen ze me vroegen, wilde ik niet per se naar Ajax. Ik houd niet zo van verandering, ik houd van standvastigheid, van langdurige relaties. Ik vond dat ik goed zat bij Germinal Beerschot. Maar na wat gesprekken met de Belgische trainers ben ik overstag gegaan. Ik was bang dat ik het bij Ajax niet zou redden, maar ze zeiden: als het bij Ajax niet lukt, kun je overal naar toe. En je kunt altijd nog bij ons terugkeren."

"Ik heb in de jeugd bij Ajax nooit echt gedacht: ik moet prof worden en anders weet ik niet wat ik wil. Ik voetbalde en zou wel zien waar het schip strandde."

Ouderkerk aan de Amstel
"Toen ik besloot naar Ajax te gaan, kwam ik in een gastgezin. Het was de bedoeling dat ik bij een paar families een kijkje zou nemen, om te zien waar het klikte. Als eerste kwam ik bij de familie Peters in Ouderkerk terecht. Heel aardige mensen; ze hadden twee dochters die jonger waren dan ik. Het gevoel was meteen goed. Ouderkerk was ook prima, een dorp net buiten de stad."

"In Nederland moest ik naar de middelbare school. Ik heb vijf en zes vwo gedaan op de Open Schoolgemeenschap Bijlmer. Daar heb ik mijn vriendin Sophie leren kennen. Ook mijn huidige vriendengroep zat daar op school. Ze komen allemaal uit Zuidoost, uit Gein."

"In België heb ik in Sint-Niklaas op de middelbare school gezeten. Voordat ik naar de Bijlmer ging, was ik zenuwachtig. De verhalen die ik van mijn medespelers bij Ajax over de school had gehoord, waren echt erg. Het was crimineel, tachtig procent van de leerlingen was allochtoon en als je bij de snoepautomaat stond, moest je je snoep en je geld afgeven - dat soort indianenverhalen. Ik was voorbereid op het ergste, maar het viel enorm mee. Ik denk dat mijn teamgenoten bij Ajax me een beetje wilden opnaaien."

"Van de stad zelf heb ik in die tijd niet veel meegekregen. Ik had Ajax en school en die lag buiten het centrum. Op mijn vrije dagen ging ik naar mijn ouders in België."

De Rivierenbuurt
"Daar woon ik nu. Na mijn periode in het gastgezin heb ik een tijdje op IJburg gewoond, maar via Sophie heb ik de stad leren kennen. Ze ging op de Nieuwmarkt wonen. Voor die tijd kwam ik nauwelijks in het centrum. Tussen mijn zestiende en mijn 21ste ben ik misschien twee keer uit geweest."

"Ik heb nooit overwogen ook op de Nieuwmarkt te gaan wonen. Het is te druk, er is geen parkeerplek en als je je auto kwijt kunt, kost het veertig euro voor een avond. Als je pech hebt, staat er een vrachtwagen op de gracht en sta je twintig minuten te chillen. Toen ik besloot een huis in de stad te kopen, was de Nieuwmarkt geen optie."

"Ik heb wel naar een huis gekeken in de Vondelstraat. De auto kon ik in een parkeergarage kwijt, maar het huis viel eigenlijk af omdat het te klein was. En het was ook wel rumoerig daar."

"De Rivierenbuurt is heel tof. Het is een buurt op zich. Een dorp in de stad, zoals er misschien meer zijn. Ik maak praatjes met de bakker en de slager, we kennen elkaar. Sommige middenstanders noemen me 'buurman', anderen 'Jan' en er zijn er ook die met een knipoog 'meneer Vertonghen' tegen me zeggen."

Vertonghen in het shirt van Tottenham Beeld anp

"Bij de bakker ontbijt ik wel eens. Laatst vroeg hij hoe lang ik nog in Amsterdam bleef. Of ik niet naar het buitenland zou vertrekken. Ik ben zijn beste klant, denk ik."

"Ik kom heel graag in De Pijp. Dat is goed te lopen vanuit de Rivierenbuurt. Via de Maasstraat en het Van der Helstplein loop ik dan zo De Pijp in, en dat is een fantastische buurtje."

Beethovenstraat
"Op Koninginnedag ben ik daar vorig jaar van mijn fiets getrokken. Het was geen goed idee op dat moment de stad in te gaan. We zaten met Ajax vlak voor de bekerfinale, geloof ik, en het verhaal met de titel en die derde ster speelde, maar ik wilde toch even de deur uit."

"Ik fietste een stukje over de Apollolaan, naar het Museumplein en via de Beethovenstraat weer terug. Dat is ook de route naar station Zuid. Veel toeristen die naar de stad waren gekomen, hadden gedronken. Ik werd door de menigte herkend en dat was dramatisch. Uiteindelijk trok iemand me van mijn fiets. Maar ik ga echt niet de stad uit met Koninginnedag. Ik laat me niet wegjagen. Ik zou ook niet weten waarheen."

"Meestal kan ik in de stad gewoon over straat. Mensen staren je even aan en soms vragen ze een foto of een handtekening. Tegen de tijd dat het kampioenschap in zicht is, word ik vaker aangeklampt. Ik ga echter zelden incognito de deur uit. Als het mooi weer is, zet ik wel eens een zonnebril op, dat wel. En op Koninginnedag ben ik dus voorzichtiger geworden."

Buitenveldert
"Daar zit mijn favoriete restaurant: Bellini. Italiaans. Dat het niet in de stad ligt, is wel zo handig met parkeren. Het is misschien jammer dat het buiten de ringweg is, maar anders zou het echt een gekkenhuis zijn. Ze hebben superlekker eten."

"Het restaurant werd me aangeraden door mijn teamgenoot Siem de Jong. Ik ben eens gaan kijken en sindsdien ga ik er met Sophie en vrienden geregeld heen."

"Er werken echte Italianen in de bediening, die mooi praten en zeggen dat ze speciaal voor jou iets lekkers zullen klaarmaken. Ik kies nooit een voorgerecht, dat laat ik aan hen over. En ik neem goed de tijd om te eten. Door het voetbal kan ik niet echt gaan stappen. Uitgaan is voor mij uit eten gaan."

"Mijn vriendin kan heel goed koken en daar ben ik dolblij mee. Zelf kan ik ook wel iets in de keuken, al is er aan mij geen grote kok verloren gegaan. Ik kan pasta maken en een stukje vlees braden, dat soort dingen."

"Een andere manier om met vrienden te ontspannen is de pubquiz in het café. Er komen vragen aan de orde die de algemene kennis testen; slechts een paar vragen gaan over sport. Siem de Jong en zijn vriendin doen ook mee, en vroeger ook Rasmus Lindgren. Er schrijven zich ongeveer twintig teams in. Wij zijn jong en weten niet alles van vroeger, maar we gaan altijd voor het linkerrijtje."

MC Theater
"Sophie is theatermaakster. Als zij een voorstelling heeft, ga ik altijd kijken, al moest ik de laatste keer een wedstrijd spelen. Elke twee maanden is er wel een première, altijd in Amsterdam. Ik heb een hoop theaters gezien. De Engelenbak, De Brakke Grond en dus ook het MC Theater in het Westerpark."

"Theater kan me boeien. Maar ik houd wél van een beetje humor in de stukken. Het hoeft niet allemaal zo bloedserieus en superfilosofisch. Sophie weet waar ik van houd: hedendaags theater waarin een beetje tempo zit. Het voetbal zou zich goed lenen voor een theaterstuk, denk ik. Dat zal dan een parodie worden."

"Sophie en ik praten gewoon over elkaars werk. Vrouwen denken dat ze verstand hebben van voetbal en de laatste tijd heeft ze veel bijgeleerd, maar van tactische dingen snapt ze weinig. Ze kan wel zeggen dat ik niet zo op de scheidsrechter moet schelden of dat ik niet zo moet schreeuwen. Op theatergebied kom ík weer niet met de grote inzichten. Maar ik houd erg van haar stukken."

"Andere culturele instellingen bezoek ik niet vaak. Ik ben wel eens naar een foto-expositie in Foam gewest, maar ik ga niet vaak naar de film en de musea heb ik ook niet verkend. Ik heb het Anne Frank Huis niet eens gezien. Slecht is dat."

"In het buitenland ga ik wel altijd naar musea. Sophie probeert me vaak over te halen en daarin geef ik haar dan gelijk, maar toch komt het er niet van. Als ik nu een museum moet kiezen, zou ik als eerste naar het Van Gogh gaan."

Museumplein
"Daar was de huldiging vorig jaar. Ik kreeg er kippenvel van. Overal zaten mensen: in de vensters, op de steigers, op de daken. Het was echt een prachtig moment. Sommige mensen zeggen dat het Leidseplein een mooiere plek is om de landstitel te vieren, maar dat heb ik nooit meegemaakt."

2013: Jan Vertonghen, Gregory van der Wiel en Vurnon Anita nemen afscheid van het Ajaxpubliek in de Amsterdamse Arena. Beeld anp
De huldiging op het Museumplein in 2005 Beeld anp

"Op weg naar de viering ben ik vorig jaar bijna onthoofd. Op de kruising van de Hobbemakade en de Ceintuurbaan was dat. Ik kwam met mijn hoofd uit de bus om de schaal te laten zien, maar ik raakte de tramkabels. De schaal viel op straat."

"We waren van tevoren wel gewaarschuwd om niet op het dak van de bus te gaan zitten, maar in de overwinningsroes deed ik dat toch. Ik had niet eens echt veel gedronken, twee of drie biertjes, maar ik zat vol adrenaline. Ik ging helemaal los."

"Ik zat met Maarten Stekelenburg op het dak van de bus en een politieagent schreeuwde nog: 'Pas op!' Maarten bukte en hij schreeuwde ook naar me. Toen ben ik nét iets anders gaan zitten, maar ik ben wel geraakt. Ik heb er een klein schrammetje op mijn arm aan overgehouden. Als niemand je waarschuwt en je zo'n tramleiding in je nek krijgt, gebeuren er echt ongelukken. Ik heb geluk gehad. Dit jaar zal ik beter opletten."

Auto, tram, metro, scooter, fiets
"Ik doe het meeste met de auto. Ik heb wel een fiets, maar ik fiets niet in de winter. Ik ben een mooiweerfietser. Op een zonnige dag ben ik ook wel eens naar Ajax gefietst. Laatst is mijn fiets gestolen. Voor de deur. Dat is de tweede keer sinds ik in Nederland woon."

"Ik heb wel eens een fietsendief betrapt. Ik zag zo'n gozer aan alle fietsen voelen en hij gooide ze stuk voor stuk in een bestelbus. Ik heb het nummerbord genoteerd en doorgebeld naar de politie, maar ze konden er niets mee doen, zeiden ze. Dat is ook Amsterdam, blijkbaar."

"Ik houd van de wielercultuur, maar ik heb geen racefiets. Ik sport al zo veel. De meeste Amsterdammers kijken niet naar wielrennen. Ik wel. Ik ben ook naar de Giro gaan kijken toen die in de stad was. Daar kwam ik nog een jongen tegen die ik kende van de Johan Cruyff University. Ik volg een opleiding sportmarketing en de wielrenner die bij me in de klas zat, heet Jos van Emden. Hij werd negende bij de proloog, geloof ik."

"Een scooter neem ik niet. Die moet voor de deur staan en dat vertrouw ik niet. Veel mensen weten inmiddels waar ik woon. Daarom is volgens mij ook mijn fiets gestolen. Ze wisten dat die van mij was."

"De ruit van mijn auto is ook al twee keer ingetikt. Hij staat ook voor de deur. Na het kampioenschap vorig jaar is het glas gesneuveld. Daags na de titel ging om acht uur 's ochtends de deurbel. Ik was net thuis. Het waren kinderen die wisten dat het mijn auto was en me vertelden dat mijn ruit was ingeslagen. Ik zei: laat me alsjeblieft met rust. Ik ben weer gaan slapen en die dag heb ik niet meer naar die auto omgekeken. Vervolgens begon het heel hard te regenen en toen ze die auto twee dagen later kwamen ophalen, stond-ie half onder water."

"Met het openbaar vervoer ga ik soms. Als het regent, neem ik de tram naar het centrum. De metro nam ik vaak toen Sophie op de Nieuwmarkt woonde."
"De metro is wel asociaal af en toe. Dat zal wel voor meer grote steden gelden. Ik vind het superirritant dat mensen muziek aan hebben. Hardop, met van die speakertjes, weet je wel, en dan geen schaamte voelen. Ik zeg er niets van. Je krijgt zo een paar tikken als je niet oplet, maar het stoort me wel. Ik kan me niet voorstellen dat mensen zich daar níet aan ergeren."

Ajax, Zuidoost
"Die plaats is heel belangrijke plaats voor me in Amsterdam. Zelfs op mijn vrije dag kom ik wel eens op De Toekomst. Niet alleen om koffie te drinken, maar ook om wat te fietsen of te rekken. Of ik laat me behandelen en ga eens kijken bij de geblesseerde spelers."

"Deze club heeft me gevormd als mens. Het is moeilijk om dat over mezelf te zeggen, maar daar ben ik Ajax heel dankbaar voor. Ik ben wat meer met de borst vooruit geworden. Dat is toch wel de Ajaxmanier. Trots zijn op wat je doet en wie je bent, en dat ben ik."

"De stad Amsterdam heeft daarin op dezelfde manier een rol gespeeld. Ik kan wat meer mijn mannetje staan. Ik ben geen persoon die te pas en onpas dingen tegen mensen zegt, maar ik ben de laatste jaren wel meer rechtuit geworden. Ik durf wat meer kritiek te leveren."

"Als ik uit Amsterdam vertrek, ga ik de stad zeker missen. Ik ben geen thuiszitter. Ik ga graag de deur uit en ken nu zo veel mensen dat er altijd iemand is met wie ik even iets kan gaan doen. Dat sociale leven, de reuring, de gezelligheid, dat zal ik missen. Dat ik me op een plek moet kunnen thuisvoelen is van groot belang als ik een nieuwe club kies."

"Ik woon bijna tien jaar in Amsterdam, maar je hoort nog steeds dat ik uit België kom. Als ik zou spreken zoals mijn moeder spreekt, heeft iedereen in Amsterdam echter moeite om mij te verstaan. Ik heb me wel aangepast. Echt Amsterdams kan ik ook niet. Ik versta het wel, maar ik ben er niet heel goed in. Ik spreek het niet. Nog niet."

"Mijn huis houd ik aan als ik vertrek. Ik kom hier na mijn carrière ook terug. Honderd procent. Ik zie me in de toekomst wel in Amsterdam wonen. Mijn vriendin komt hiervandaan, mijn vrienden wonen er. Ik ben geen Amsterdammer, maar mijn leven is hier."

"Het enige wat me wel eens tegenhoudt, is dat mijn kinderen Nederlands zullen zijn en voor Oranje kunnen gaan spelen. En dat ze dan thuiskomen en op z'n Amsterdams zeggen: Hé ouwe, hoe gaat-ie?"

2013: Jan Vertonghen (R), Gregory van der Wiel (L) en Vurnon Anita (M) nemen in de Amsterdamse Arena afscheid van het Ajaxpubliek. Beeld anp
Vertonghen in het shirt van Tottenham Beeld anp
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden