Plus PS

Jacob Derwig: 'Het toneel opstappen is een schaamtevolle bezigheid'

Jacob Derwig (48) behoorde altijd tot clubjes, maar sinds zijn vertrek bij Toneelgroep Amsterdam is hij eigen baas. 'Ik hoef me nu niet meer te verhouden tot een gezelschap, dat heeft me rustiger gemaakt. Ik ben opener en vrolijker.'

Jacob Derwig: 'Het talent om er maar een beetje met de pet naar te gooien, ontbrak bij mij volledig' Beeld Jitske Schols

Er is iets in acteur Jacob Derwig wat hem uitermate geschikt maakt om zowel immense goedzakken te spelen als moorddadige, menselijke monsters. Al dat soort rollen speelt hij dan ook. En met succes: zijn carrière is geplaveid met huldeblijken, prijzen en jubel.

De laatste jaren speelde hij dragende rollen in de tv-series Penoza en Klem, en schitterde hij in de megafilmproductie Publieke Werken. Dit weekend gaat Revolutionary Road in première, naar de roman van Richard Yates, bij Theater Rotterdam. Derwig maakte zelf de bewerking. En speelt erin, samen met Teun Luijkx, Malou Gorter en Alejandra Theus.

"Dat stuk zit, omdat ik de bewerking zelf heb gemaakt, tot in de kleinste details in mijn hoofd. Maar Erik Whien is de regisseur, ik niet, en als ik de hele tijd mijn vinger opsteek om te zeggen hoe we het óók kunnen doen, houdt dat de boel nogal op. Maar dat kost me geen enkele moeite, want het is een heel prettig clubje waarmee we werken."

Heeft u soms niet dat tintelende gevoel van paniek dat u het misschien helemaal fout hebt gedaan met die bewerking?
"Die tinteling - dat is een goede beschrijving. Als we het moeilijk hebben, denk ik: mijn god, heb ik het wel goed gedaan? Maar als het wél loopt, als scènes werken, voel ik me ook extra trots. Het is een bijzonder proces om mee te maken, waarin ik én speel én het materiaal heb aangedragen én de scènes heb geschreven."

"Het was mijn idee om dit boek te gaan bewerken, kon Erik Whien voorstellen als regisseur, en me ook met de casting bemoeien. Ik wil graag méér meemaken van het hele proces dan alleen acteren. Als ik zoiets vijftig keer ga spelen, wil ik me daar met alles wat ik heb in storten. Aan alle projecten die ik doe, wil ik me voor de volle honderd procent committeren."

Is het in uw leven sowieso een beetje alles of niets?
"Als ik iets doe, wil ik het serieus nemen. Het moet goed zijn."

Was u op de middelbare school ook al zo'n toegewijd jongetje?
"Ja. Maar dat was ook omdat ik niet wist dat het ook anders kan, dat is bij mij pas later gekomen. Het talent om er maar een beetje met de pet naar te gooien, ontbrak bij mij volledig. Ik deed zes jaar gymnasium, want ja, dat dééd je gewoon. Pas later ben ik gaan nadenken over wat ik zélf eigenlijk wilde."

"Toen ben ik naar een open dag gegaan van de Toneelschool in Maastricht en daar zag ik Jeroen Willems spelen, die daar nog op school zat. Hij was toen al zo ongelofelijk goed, dat ik helemaal blown away was. Dit is niks voor mij, dacht ik toen, en: als ik niet zo goed ben, wat heb ik hier dan te zoeken? Dus toen ben ik maar theaterwetenschap gaan studeren, drie jaar lang."

U nam het acteursbestaan zo serieus dat u als bleue tiener al een strenge kwaliteitseis aan uzelf stelde.
"Dat was natuurlijk geen bewuste gedachte. Maar het toneel opstappen is toch een schaamtevolle bezigheid. Dus als ik het doe, moet ik er echt willen staan. Je kunt je volledig toerusten, precies afspreken hoe je het wilt doen, maar dat moet je allemaal vergeten om er écht te staan."

"Je kunt het publiek niet zomaar wat afspraakjes voorschotelen, je moet er echt zijn op dat moment. Er plezier in hebben je open te stellen voor vijfhonderd man, je echt te verbinden met die rol. En daar was ik op dat moment nog láng niet aan toe."

Wat een zelfinzicht.
"Was het zelfinzicht of bangigheid? In elk geval heeft het me goed gedaan, want die jaren in Utrecht hebben me gevormd. Ik zag heel veel toneel, ik ontmoette mensen met wie ik zelf producties ging maken, op een gegeven moment deed ik voornamelijk praktijkdingen en studeerde ik amper nog."

"Ik heb er een smaak ontwikkeld, en plezier in spelen. Daar heb ik de mensen ontmoet met wie ik later toneel­gezelschap 't Barre Land heb opgericht. En daar ontmoette ik ook iemand die zei dat ik gewoon auditie moest doen voor de Toneelschool. Ik werd meteen aangenomen in Arnhem."

Wat bepaalt of u gelukkig bent?
"Op dit moment het gezin thuis, dat is het allerbelangrijkste. Dat ik merk dat die twee kinderen van mij lieve, open, vrolijke mensen zijn. Ik word gelukkig als ik voel dat de liefde voor Kim nog geen procentje minder is geworden."

"Bedenken wat we nog allemaal moeten doen met z'n tweeën, waar we allemaal heen gaan als de kinderen uit huis zijn. Die levenslust, daar word ik gelukkig van. En als het werk dan ook nog een beetje leuk is, word ik daar óók serieus gelukkig van. Dat moet ook, want ik geef alles aan zo'n project."

Dat staat in schril contrast met Revolutionary Road, het boek dat u besloot te bewerken.
"Op een gegeven moment ben ik gegrepen door de Amerikaanse roman. Dat begon met Michael Cunningham, A Home at The End of The World. Die dialogen knisperden, die mensen lééfden voor mij. Ik las mensen van vlees en bloed, zoals ik als acteur ook mensen van vlees en bloed wil spelen. Een opwindende ervaring. Een paar romans later kwam Revolutionary Road, en ik was verkocht. Omdat de personages zo rijk waren, zo onbarmhartig en toch liefdevol beschreven."

Jacob Derwig: 'Ik wil graag méér meemaken van het hele proces dan alleen acteren' Beeld Jitske Schols

Wat bedoelt u met rijk en onbarmhartig?
"De schrijver neemt de moeite ze ­genuanceerd en geestig te beschrijven, maar is onbarmhartig omdat hij ze door een hel van een huwelijk liet gaan. Hij gaat ervan uit dat je als mens alleen bent, altijd, ook al zit je in een huwelijk."

"Met dit ene verhaal laat hij zien dat we het allemaal proberen, allemaal ons best doen, maar mijn god, wat is het moeilijk. Op verkeerde momenten de verkeerde dingen zeggen, het ene kleine leugentje op het andere stapelen, en uiteindelijk verzeil je na allemaal kleine verkeerde beslissingen in een groot drama, waarin twee mensen elkaar kapot maken."

Niet groots en meeslepend, maar klein en fnuikend.
"Daarom situeert hij het ook in een buitenwijk, waar alles keurig opgeruimd is en de gazonnetjes aangeharkt zijn. Maar ondertussen spelen zich ook daar grootse tragedies af. En dan die dialogen. Het is een boek dat je voluit kan raken, het laat je nadenken over het leven, de keuzes die je maakt. Wie ben ik, ten diepste?"

"Ik woon zelf niet in een buitenwijk maar wel in Amsterdam-Zuid. Ben ik dan een echte Amsterdam-Zuid-bewoner? Voor mijn gevoel natuurlijk niet. Maar ik woon er al dertien jaar, natúúrlijk hoor ik daarbij."

U voelt zich ten diepste nog het jongetje uit Dordrecht?
"Dat is de vraag waarop je teruggeworpen wordt, en die iedereen uiteindelijk eenzaam maakt: wie ben je als je alles wat je verworven hebt, wie je lijkt te zijn, eraf pelt? Gelukkig heb ik een clubje - mijn kinderen, vrouw, familie, vrienden - bij wie ik me thuis voel. Maar wie ben ik in mijn eentje nou eigenlijk? Ik geloof toch niet dat ik nog het jongetje uit Dordrecht ben."

Heeft u nog vrienden uit Dordrecht?
"Nul. Ik ben er liefdevol opgevoed, maar ik heb geen liefde voor Dordrecht. Ze praten er met een soort Zeeuws/Rotterdams accent, ik kan het niet nadoen, omdat ik het altijd zo ontzettend lelijk en onvriendelijk heb gevonden."

"Als kind keek ik naar films van Karst van der Meulen - Martijn en de magiër, De zevensprong - en de kinderen die daarin speelden praatten geen Dordts. Kinderen voor kinderen, ook zoiets, met al die zingende Gooise mensen. Het was een wereld die ik spannend vond, waar ik bij wilde horen, maar het voelde heel erg niet-Dordrecht."

U lijkt me een kalm iemand, geen theatraal wezen met allerlei hysterisch gedrag, en tóch zat dat diepe verlangen naar het theater in u.
"Misschien is het dan toch iets als een lotsbestemming. Er zat iets in me, ik had geen idee wat het was, maar ik wist dat het daar in Dordrecht niet zou gedijen. Het grappige was dat de hoofdrol in de Zevensprong werd gespeeld door Czeslaw de Wijs. 'Czeslaw', wat een rare voornaam, die zag ik toen op de aftiteling en is in mijn geheugen gebrand."

"Toen ik vele jaren later begon met studeren, kwam daar een jongen binnenlopen en ik zag: dat is Czeslaw de Wijs. Vanaf de eerste dag zijn we beste vrienden geworden. Met hem en wat andere jongens hebben we 't Barre Land opgericht. Veertien jaar lang hebben we samen toneel gemaakt. Gek hè? Karst van der Meulen was mijn Hollywood, dáár droomde ik van."

Was het geen schok toen u Jeroen Willems in Maastricht zag en doorkreeg dat u daar nog láng niet was?
"Nee, want ik was er toen nog helemaal niet van overtuigd dat acteren mijn doel moest zijn. Het was al een hele stap dat ik daarna naar Utrecht ging. Ik kreeg een pasje waarmee ik gratis naar de Schouwburg kon, ik zag alles wat los en vast zat. De eerste voorstellingen van Toneelgroep Amsterdam. Pierre Bokma als Hamlet. Man, dat was een ervaring."

Heeft u toen, als beginnend theater-wetenschapper die Pierre Bokma zat te bewonderen, ooit gedacht dat u zelf op dat niveau zou gaan opereren?
"Nee natuurlijk niet! Ongelofelijk: op een gegeven moment heb ik de Paul Steenbergen-penning uit zíjn handen gekregen, een doorgeefprijs. Ik had dat nooit gedacht, maar ik heb er wel gestaag aan gewerkt. Door week in week uit toneel te spelen, steeds met iets meer geloof in eigen kunnen."

U was geen oertalent zoals Pierre Bokma is, of Jeroen Willems was.
"Nee. En dat begreep ik heel goed, want ik kom uit Dordrecht, en daar komen die niet vandaan."

Is er een moment dat u begon in te zien dat u een goede acteur kon worden?
"Toen ik werd aangenomen voor de Toneelschool in Arnhem. Van de tweehonderd-zoveel aanmeldingen waren er maar zeven aangenomen, dus dat voelde als een enorme bevestiging voor mij dat ik íets kon. Bijna tegen het arrogante aan begon ik toen te denken: ik beteken iets. Dat was trouwens maar van korte duur, want ik bleek heel veel nog niet te kunnen."

Uw laatste engagement was bij Toneelgroep Amsterdam, waar u na acht jaar bent vertrokken.
"Er is een aantal voorstellingen geweest waar ik ontzettend veel spelplezier uit gehaald heb, maar het is een gezelschap dat heel strikt geleid wordt door Ivo van Hove, en ik voel me toch gelukkiger als ik een beetje mag meepraten."

Heeft die tijd u wel iets opgeleverd?
"Als het me íets heeft opgeleverd, is dat ik gedurfd heb om toch mijn eigen pad te kiezen. Als je bij TA zit denk je: dit is het hoogste podium, niet alleen van Nederland, maar van de wereld, want we spelen overal. Om daar dan zomaar te vertrekken, en te hopen dat de mooie stukken blijven komen, is tamelijk griezelig. Maar ik ben ongelofelijk trots op de rollen die ik sindsdien gespeeld heb, en ik heb veel meer liefde en betrokkenheid gevoeld."

"En het werd ook wel tijd: vanaf de Toneelschool had ik tot dan toe alleen maar bij clubjes gezeten: veertien jaar 't Barre Land, bijna acht jaar Toneelgroep Amsterdam, tussendoor vijf jaar De Trust."

Houdt u van een club?
"Ja. Als je een mindere voorstelling maakt, weet je: bij de volgende kunnen we dat met elkaar rechtzetten. Het gekke gevoel dat een mislukking toch zin heeft. Nu doe ik één voorstelling per jaar, als die mislukt, zit ik daar toch echt zelf mee."

Bent u persoonlijk veranderd in al die jaren?
"De stap om me niet meer vast aan een gezelschap te verbinden, om helemaal op eigen benen te staan, is voor mij de definitieve stap naar volwassenheid geweest. Het klinkt gek, maar als je acht jaar voor een artistiek leider als Ivo van Hove werkt, blijf je toch een beetje een kind. Ik wilde het goed doen voor hem, hem laten zien wat ik allemaal kon - dat is wat kinderlijk."

"En als ik het gevoel kreeg dat er niet echt naar mij geluisterd werd, kon ik daar ook kinderlijk op reageren. Ik wil het nou eenmaal graag goed doen voor de vaderfiguren in mijn leven. Maar nu ik eigen baas ben, en mijn dagelijkse handel en wandel zelf bepaal, ben ik zelf meer vader geworden. En eindelijk echt volwassen. Beetje laat, maar goed."

Jacob Derwig: Ik hoef me nu niet meer constant te verhouden tot een bedrijf, een gezelschap, dat heeft me rustiger gemaakt' Beeld Jitske Schols

Ging dat vertrek bij die club gepaard met wat kleine paniekaanvallen?
"En een paar therapiesessies. Ineens begonnen we heel veel internationaal te spelen, zat ik soms zeventig dagen per jaar in het buitenland. Ik had net twee kleine kinderen, Kim was fysiek niet in goede conditie. Maar met mijn persoonlijke situatie werd niet per se rekening gehouden, gesprekken over de agenda waren altijd ingewikkeld. Toen ontstond de worsteling. Mediator erbij. Ik naar een therapeut."

"Zij was de eerste die zei: 'Je kunt ook weggaan.' Een donderslag. Weggaan?! Die optie was zelfs nooit in mij opgekomen. Dít was wat ik deed en waar ik me aan gecommitteerd had. Ik vond het spannend om mooie rollen te spelen, ik zat bij een internationaal topgezelschap - hoe zou je dat achter kunnen laten? Het heeft nog een tijd geduurd eer ik wegging, die stap was gigantisch, maar toen het eenmaal gebeurd was, was het een verademing."

Bent u weleens toneel-moe?
"Ik speel nu 23 jaar, ik geef me aan elke productie met hart en ziel, dus natuurlijk kan er moeheid optreden. Ik ben blij dat ik de frequentie omlaag heb geschroefd naar één productie per jaar. En soms een jaar zelfs niet. Dat is een luxe die lang niet alle acteurs gegeven is, maar ik maak er gretig gebruik van. Ik hoef me nu niet meer constant te verhouden tot een bedrijf, een gezelschap, dat heeft me rustiger gemaakt. Ik ben opener en vrolijker."

"Met de clubjes van Angels in America en Who's Afraid of Virginia Woolf heb ik een fantastische tijd gehad, plezier en lol gemaakt, er zijn nieuwe vriendengroepen ontstaan. Vrienden, niet meteen een nieuwe familie, waardoor mijn familie thuis nog méér mijn familie is geworden. Als Kim een groot project doet, kan ik er voor kiezen drie maanden thuis te blijven. Een superdrukke periode hou ik nu goed vol, omdat ik weet dat er straks lucht is."

Heeft u onrust over uw carrière, dat u altijd verder, groter en beter wilt?
"Een toffe rol in een buitenlandse film of serie, dat heb ik nu in mijn hoofd. En in Nederland wil ik ook heel graag mooie filmrollen blijven spelen. In februari komt Bankier van het Verzet in de bioscoop, daar ben ik heel trots op."

"Een drijvende onrust heb ik niet, ik geloof dat ik eigenlijk meer een terugkijker ben. Soms realiseer ik me met enige schrik dat ik acht jaar bij Toneelgroep Amsterdam heb gezeten. Veertien jaar bij 't Barre Land, dat waren mijn beste vrienden, dag in dag uit waren we aan het bedenken wat we wilden maken. Mijn ziel en zaligheid heb ik aan die gezelschappen gegeven, maar dat is allemaal weg."

"Dat is wat vergankelijkheid is, en toneelspelen is per definitie vergankelijk; soms vind ik het moeilijk om dat verhaal bij elkaar te krijgen. Om me te beseffen dat ik dat allemaal geweest ben."

"Ik ben heel erg van de plakboeken, ik bewaar alle knipsels, interviews, recensies. Ik wil íets vasthouden van alles wat er geweest is. En ik merk dat ik een sterkere neiging heb om met enige weemoed om te kijken dan alsmaar de blik vooruit te richten."

Jacob Derwig Beeld -

Jacob Derwig

15 juli 1969, Den Haag

1987-1990 Theaterwetenschap Utrecht
1990-1994 Toneelschool Arnhem
1990-2004 Maakt toneel met 't Barre Land
1995-1999 Toneelgroep De Trust. In 1997 titelrol in Hamlet
2002 Gouden Kalf voor rol in Zus & zo
2004 Mary Dresselhuys Prijs
2005-2013 Toneelgroep Amsterdam
2008 Paul Steenbergen-penning uit handen van Pierre Bokma
2011 Louis d'Or voor Kinderen van de zon
2014 Louis d'Or voor Who's Afraid of Virginia Woolf
2016 Gouden Kalf voor rol in Klem (VaraBNN)
2017 Bewerking van en rol in Revolutionary Road

Jacob Derwig woont in Amsterdam met zijn vrouw Kim van Kooten en hun kinderen Roman (13) en Kee (9).

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden